Allison Moorer: Crows

 
 

Met Crows, Allison Moorer's jongste album, lijkt zij onder liefhebbers van haar werk voor enige ontreddering te hebben gezorgd. De songs zijn niet meer per definitie gitaar- maar ook vaker pianogedreven tot stand gekomen. Verder neemt Moorer geruime afstand van het meer country georiënteerde geluid van de eerste albums en lijkt zij tevens afscheid te hebben genomen van de country-snik in haar vocalen. “ Dit is niet wat we gewend zijn te horen van Moorer” lijkt de teneur binnen de eerste reviews. Anderen benadrukken juist bijzonder gecharmeerd te zijn van de “nieuwe Moorer”, tot dat laatste gezelschap mag u mij rekenen.

De eerste albums van Moorer gingen min of meer langs mij heen zoals eigenlijk de gehele “Neo traditionalist country” stroming waartoe Allison in die periode gerekend werd. Met The Duel maakte ik voor het eerst echt kennis met het werk van Moorer. Ik viel meteen voor haar prachtige stem en de zo gepassioneerd gebrachte thematiek. De gruwelijke omstandigheden waarin Allison's moeder door haar vader om het leven gebracht werd en vervolgens de hand aan zich zelf sloeg. Dat de begeleidingsband her en der als Crazy Horse klonk maakte het geheel compleet. Vervolgens negeerde ik Getting Somewhere aangezien mij dit als een te vrijblijvend en enigszins glad geheel in de oren klonk. Ik nam vervolgens notitie van het coveralbum Mocking Bird zonder het album te kopen.

En nu komt Moorer dan met Crows op de proppen, nogmaals met Field achter de knoppen. Ditmaal wordt het gros van het ronduit schitterende gitaarspel aan Joe McMahan over gelaten. McMahan mocht vorig jaar zijn niet mis te verstane kunsten ook reeds op Sarah Siskind's onvolprezen Say It Louder demonstreren. Crows opent met de intense ballade Abalene Sky, een dappere keuze om je album met een ballade te openen. Nogmaals refereert Moorer in deze opener aan het familiedrama en de emotionele gevolgen hiervan. Field drukt vanaf het begin zijn stempel op het geluid; een ragfijne productie waarin Moorer's smeulende en smachtende vocalen meteen centraal staan. Goodbye To The Ground en Just Another Fool schroeven het tempo op waarbij McMahan ervoor zorgt dat de songs met beide benen op de grond blijven staan. De vooruitgesnelde single The Broken Girl laat een heerlijk stuwende onderliggende drive horen. In een rechtvaardige wereld zou dit een gigantische hit zijn; aanstekelijker dan hier klonk Moorer vrijwel nooit.

Op het piano gedreven Should I Be Concerned trekt Allison vrijwel alle vocale registers open. Wat een vrijheid biedt de nieuw ingeslagen weg haar - en hier maakt zij er op indrukwekkende wijze gebruik van. Dit is pure passie en levert bij elke luisterbeurt kippenvel op. Easy In The Summertime is op fraaie wijze gepaard aan The Stars & I (Mamma's Song) Alsof Field de productie voor een moment aan Hall Wilner heeft over gelaten en ook Bill Frisell meespeelt. Hier wordt de luisteraar op luisterrijke en emotionele wijze de diepte in getrokken. Aandachtig en verstild luisteren is het gevolg, iedereen die op welke wijze dan ook ooit een dierbare verloor zal iets in The Stars & I herkennen. Maar Moorer is nog lang niet klaar met de luisteraar, Still This Side Of Gone zet de sublieme verstilde toonzetting voort. Ach, die vocalen en dat strijkersarrangement, dit is pure betovering. Like The Rain en ook Sorrow (Don't Come Around) zetten die betovering voort waarna het gehele album even later lijkt te culmineren in de titelsong Crows. Ik kan de song niet beluisteren zonder ook aan “chamber/country pop” formatie Hem te denken. Hier speelt Moorer optimaal met haar vele talenten, melodie en tempo wisselen elkaar schitterend af.

Het is uiteraard nog veel te vroeg in het jaar, maar doorgaans hebben albums van deze enorme kwaliteit en variatie de neiging in mijn jaarlijst terecht te komen.

Hans Jansen
Allison Moorer
Crows