Amelia Curran: Spectators

 
 

Hoewel muziek in eerste en tweede instantie om de muzikant(en) draait, valt de rol van de producer niet te onderschatten. Een goede producer is in staat een album te voorzien van een extra gouden randje. Een slechte producer daarentegen kan een behoorlijke ravage aanrichten. Een van de vele pijnlijke voorbeelden daarvan is Byrdmaniax, een intrinsiek subliem plaatje van de legendarische Byrds dat door het duo Terry Melcher (zoon van Doris Day) en Chris Hinshaw volledig in de vernieling werd gedraaid door overdadig gebruik van overdubs, bijkomende en vooral overbodige instrumenten, echo’s, achtergrondkoortjes en storende effecten. Daardoor ontstond een vuistdikke brei waar zelfs de grootste Byrds-fanaat niet doorheen geraakte.

De vergelijking tussen de productionele wanprestatie op Byrdmaniax en het ondermaatse werk van producer John Critchley op Spectators, de nieuwe en lang verwachte cd van Amelia Curran, staat niet helemaal met elkaar in verhouding, maar de man zorgt er wél voor dat een plaat die over de gehele lijn uitstekend had kunnen zijn dat nu voor minder dan de helft is. En dat is betreurenswaardig. Zeker als je nog eens teruggrijpt naar Currans pièce de résistanceHunter Hunter, een plaat waarop het kleine groot klinkt en het grote klein. In tegenstelling tot de warme intimiteit die dit album uitademt, zijn zowat alle songs op Spectators breder en voller, minder fijnzinnig dan we gewend zijn. Wat helaas leidt tot een album dat niet bij machte is om van begin tot eind te boeien, iets waarin Curran met haar vorige cd’s moeiteloos slaagde.

Het begint al met Years, dat veelbelovend opent met een akoestische gitaar maar na amper tien seconden krijgt af te rekenen met een opdringerige drum die de song danig voor de voeten blijft lopen. Na drie minuten propt Critchley Yearsbij wijze van apotheose zodanig vol met gitaren, orgel en meppen op de drums dat de song bijna verdrinkt in pompeusheid. Diezelfde fout maakt hij in What Will You Be Building, waarin de fraaie zanglijn van Curran meermaals wordt overstemd door een op zich best interessant blazersensemble. En in Blackbird On Fire, geen killer maar een knots van een filler, primeert een vierkant ritme boven iets dat op een melodie lijkt. Jammer, jammer, jammer.

Gelukkig komt Amelia Currans talent halverwege het album dan toch bovendrijven. De aanzet daartoe is The Great Escape. Als je door de volstrekt nodeloze pauken- en bekkenroffels heen luistert, hoor je een song die het stempel van Curran met recht draagt: duister, vol oprechte emotie, en een stem om het koud én warm van te krijgen. Het luchtigeStrangers blijft ook overeind, al hadden die drums best een paar meter achteruit gemogen. Daarna volgen nog eens drie nummers om langdurig en veelvuldig aan het hart te drukken: Soft Wooden Towers, San Andreas Fault en het zonder meer geweldige Face On The News, composities die zó sterk zijn dat zelfs een verdwaalde producer ze niet kapot krijgt (al waagt Critchley met name in Face On The News nog een poging daar alsnog in te slagen, gelukkig tevergeefs).

Is Spectators een sléchte plaat? Nee, want vier van de tien nummers zijn van een onaardse schoonheid en een vijfde steekt ruimschoots boven de middelmaat uit. Maar doordat de resterende vijf songs de middelmaat niet overstijgen, kan ik dit evenmin een goede plaat noemen. En dat is, helaas, teleurstellend voor iemand van het niveau van Amelia Curran. Hopelijk neemt ze de volgende keer weer gewoon zelf het heft in handen want dat deze dame een van de grootste talenten van Canada is, staat nog steeds als een paal boven water. Ook na dit half mislukte avontuur.

Martin Overheul
Amelia Curran
Spectators

Ook interessant

Amelia Curran: Watershed Koos Gijsman 27 May 2017
Amelia Curran: They Promised You Mercy Rein van den Berg 12 Dec 2014
Amelia Curran: Hunter Hunter Hans Jansen 20 Sep 2009
Amelia Curran: War Brides Rein van den Berg 7 Feb 2009