Antje Duvekot: The Near Demise of the High Wire Dancer

 
 

Antje Duvekot heeft met The Near Demise of the High Wire Dancer een cd gemaakt van het zeldzame niveau waar een aantal jaren geleden uitsluitend iemand als Lucy Kaplansky patent op leek te hebben. Helemaal merkwaardig is dit nou ook weer niet. De kwalitatief groeiende lijn van Duvekot’s Boston folk nam eigenlijk per album toe. Bovendien is de productie van deze plaat in handen van Lucy Kaplansky’s buddy door dik en dun; Richard Shindell. Shindell heeft Duvekot ongetwijfeld voorzien van sfeerbepalende ingrediënten, ondanks dat hij in een persbericht aangaf haar zoveel mogelijk haar eigen ding heeft laten doen. De stemming van dit album is zeer belangrijk, maar zou uiteraard nergens zijn zonder de in het oogspringende persoonlijkheid en het songschrijvende talent van deze Duits Amerikaanse zangeres. Met dit album overschrijdt Antje Duvekot volkomen mijn persoonlijke verwachtingen. Ze vertoont zoveel potentie, dat ze hiermee is uitgegroeid tot een ongekend talent. De sociale betrokkenheid, maar ook haar inzicht en nuchterheid binnen de teksten zijn behalve uiterst volwassen, eveneens verfrissend. Het album bestaat uit 7 nieuwe nummers, aangevuld met 4 oudere tracks, zoals Merry Go Round, die in deze vernieuwde versie aan zeggingskracht hebben gewonnen. De openingstrack Vertigo laat een ongekend knappe mandolinespeler horen in de vorm van Mark Erelli. Ook de harmonies van John Gorka en de eerder genoemde Kaplansky springen in het oog. Voorheen wilde Antje Duvekot’s muziek zich nog wel eens beperken tot de liefhebbers van het verhalende luisterlied, maar ik ben bang dat het niveau van deze plaat haar ontrekt van deze groep. Vanwege de intensiteit, gepassioneerdheid in haar performance mag ze zich nu scharen binnen de klasse van Patty Griffin, Dar Williams of Lori McKenna.

Rein van den Berg
Antje Duvekot
The Near Demise of the High Wire Dancer