Bobby Bland: Two Steps From The Blues

 
 

“Want a record to listen to when you're down and you just don't have the words?

Want a record that'll make blues aficionados respect you?
Don't know if you even like the blues, but want to find out?
This is the record to get.”
 
Het voorafgaande werd geschreven door een “Amazon-klant” over “Two steps from the blues” van Bobby Bland. 
Het zijn woorden voor een plaat die in 1961 het levenslicht zag. Bobby Bland was toen in de V.S., en zeker rondom Memphis, een gerespecteerde en een reeds gearriveerde zanger. The “3 B Blues Boy” (Bobby Blue Bland) was in het begin van de jaren 50 één van de grote blueszangers in Memphis, samen met Rosco Gordon, B.B.King en Johnny Ace. Door de industrialisatie van vlak na de tweede wereldoorlog trokken veel Afro-Amerikanen vanuit het Zuiden naar de grote steden op zoek naar werk. Met deze migratie ging ook de muziek mee. Naast steden als L.A., Detroit, Chicago was Memphis de eerste grote stad die (noordwaarts) werd bereikt.
Eind jaren 40, begin jaren 50 ontstond rond Beale Street in Memphis een levendige muziekscene en werd Sun records door Sam Philips opgericht. Ook het lokale radiostation WDIA, waar Rufus Thomas nog D.J. is geweest, speelde een voorname rol in de muzikale geboorte van de Memphis blues. Ruim voordat Elvis zijn legendarische Sun opnamen maakte hebben veel bluesartiesten hun eerste opnamen gemaakt in de Sun studios. Deze opnamen werden niet altijd uitgebracht op het Sun label maar werden ook vaak verkocht aan andere platenmaatschappijen.
 
Bobby Bland trok op 17 jarige leeftijd in 1947 naar Memphis. Hij werkte daar door de week in een garage en in het weekend trad hij op en zong hij vooral spirituals. Ook werkte hij wel eens als chauffeur voor B.B. King en Rosco Gordon. In de periode 1952-1954 heeft hij opnamen gemaakt voor het Modern en Chess label. In 1956 kwam hij onder contract van het label Duke, waarvoor hij vele opnamen heeft gemaakt waaronder dus “Two steps from the blues”. Met betrekking tot zijn jaren 50 materiaal verwijs ik naar de cd “The 3d Blues Boy, the blues years 1952 – 1959” (Ace CDCHD302 – Schitterende verzameling !)
 
Was zijn jaren 50 materiaal vooral blues, op “Two steps from the blues” is dat anders. Het is een geraffineerde mengeling van blues, soul, jazz en gospel. Bland zingt, in tegenstelling tot de jaren 50 “onderkoeld”, en croont (Bland heeft aangegeven beïnvloed te zijn geweest door Tony Bennett en Perry Como) zich op een het ene moment een weg door een nummer om dan vocaal uit te halen waarbij de emotiemeter zwaar het rood in vliegt (in bijv. I Pity the fool). Zijn vocale uithaal wordt tot op de dag van vandaag “the squal” genoemd. De arrangementen op “Two steps from the blues” zijn van grote klasse. De man die daar verantwoordelijk voor was was bandleider/producer Joe Scott. Ook de “jazzy” gitaar van Wayne Bennett is erg bepalend voor het geluid. Nooit overheersend zorgt hij met zijn puntige jazzy gitaarspel voor de slagroom op de taart. 
Het materiaal op “Two steps…” is ongelooflijk fraai. De ene na de andere klassieker komt voorbij (het titelnummer, St. James Infirmary, I’m not ashamed, cry cry cry) waarbij Bland altijd het gevoel aan de luisteraar geeft volledige controle over muziek en stem te hebben. Dit meesterwerk is één van de eerste hoogtepunten geweest van de soul, die in 1961 nog in zijn kinderschoenen stond.
 
Opmerkelijk is dat ene “Deadric Malone” vrijwel alle nummers heeft geschreven en zodoende veel royalty’s heeft gevangen. De (ik zou bijna zeggen “natuurlijk”) blanke platenbaas was Don Robey. Deadric Malone was een pseudoniem van Don Robey. Je bent een zakenman of je bent het niet…. 
Het is een utopie te denken dat “blanke” platenbazen in de jaren 50 en 60, die veelal werkten met zwarte artiesten, deze als gelijke behandelden.
 
Van de grote vier zangers (Bland, King, Gordon en Ace) is het met King en Bobby Bland meer dan goed gekomen. Beiden, en vooral King, hebben een schitterende carrière opgebouwd.
Rosco Gordon heeft in de jaren 50 in Memphis een zeer voorname rol gespeeld en heeft veel opnamen gemaakt voor het Sun label (waaronder “Booted” een nr. 1 hit in de R&B charts in 1951)
Daarna is Roscoe Gorden langzamerhand in de vergetelheid geraakt en hij is een aantal jaren geleden gestorven.
Met Johnny Ace liep het ronduit slecht af. Hij scoorde nog een hit (“Pledging my love”) en was zeker in die tijd een veel belovende zanger. Op 25 december 1954 trad Johnny Ace op in een juke joint in Memphis. In de pauze van zijn optreden speelde hij een potje Russisch roulette en verloor…. (Zou er entreegeld zijn terugbetaald ?)
Dat noem ik nou nog eens leven (en sterven) als een rock ’n roll ster….
 
Bobby Bland zal nu wel weer wat meer in de belangstelling komen staan omdat Mick Hucknall (de voormalige zanger van Simply Red) een tribute cd heeft opgenomen. (“Tribute to Bobby”) uiteraard hebben meer artiesten hem gecoverd. Wil toch nog even de aandacht vragen voor de cd van Boz Scaggs “Come on home” waarop twee schitterende Bobby Bland covers staan. 
 
Als je nog meer van Bobby Bland wilt kopen (en dat is zeker niet uitgesloten) dan zijn de volgende cd’s zeker het aanschaffen waard:
 
Bobby Bland: “The voice – Duke recordings 1959 – 69” (Ace CD CHD323)
Bobby Bland: “Turn of your love light” (MCA- MCD10957) Laatstgenoemde cd is een dubbel cd met eveneens Duke opnamen van de jaren 60 en is een goede completering op “The voice” omdat daar toch een aantal krenten uit de pap niet zijn meegenomen.
 
Tenslotte, kijk ook eens naar de schitterende hoes. 
Inderdaad… two steps from the blues…
Replay
Ed Muitjens
Bobby Bland
Two Steps From The Blues