Bobby Charles

 

Een van de mooiste songs die ik ken is ‘Tennessee Blues’ van Bobby Charles. Het lied is door mensen als Steve Earle, Doug Sahm en Kris Kristofferson prima op de plaat gezet, maar niemand zong het zo overtuigend als de man die het schreef. Zelf vond hij dat hij niet kon zingen en dat hij ook geen muzikant was. Hij bespeelde geen enkel instrument en kon ook geen noten lezen. Toch was Bobby Charles een grootheid. Toen hij stierf in 2010, nam Bob Dylan het woord: ”Het is doodzonde dat hij veel bekender was als songwriter dan als zanger. Bobby Charles is een geweldige zanger met een van de meest melodieuze stemmen die ooit op de plaat zijn gezet.”

 

‘Tennessee Blues’ gaat over een man met verdriet dat hij graag zou willen vergeten, het liefst ging hij er meteen vandoor, desnoods naar een plekje bovenop een berg met niemand om hem heen. Tamelijk trieste boodschap, maar Bobby Charles zingt het met die lome zuidelijke intonatie, alsof hij relaxt in een hangmat ligt en er dus helemaal niet vandoor gaat. Het nummer werd opgenomen in 1972 en staat op het klassieke debuutalbum van Bobby Charles. Rick Danko, de bassist van The Band, was de grote man achter het project. Met uitzondering van Robbie Robertson werkten de andere leden van deze legendarische band ook mee aan de opnames. Bobby Charles leerde hen kennen toen hij vanwege een drugsprobleempje op de vlucht was voor de justitie. Hij nam een valse naam aan en vestigde zich in 1971 in Woodstock, een stadje op twee uur rijden van New York City en destijds erg in trek bij de muziekscene. The Band had er een eigen huis, net als Bob Dylan. Uiteraard waren permanent drugs en drank in ruime hoeveelheid beschikbaar. En natuurlijk een heleboel geile chicks. In 1978 had Bobby Charles er genoeg van. Hij ging terug naar waar hij thuishoorde: ergens achteraf in Louisiana tussen alligators en roze kraanvogels. Het bracht hem geen geluk. In 1996 brandde zijn huis helemaal af, en was hij alles kwijt. Hij verhuisde naar het kustplaatsje Holly Beach, gelegen aan de Cajun Riviera. Het zat hem opnieuw niet mee, want in 2005 blies de orkaan Rita zijn huis helemaal weg. Hij verhuisde dit keer naar een bescheiden optrekje in de buurt van zijn geboorteplaats Abbeville, een cajunstadje in Louisiana. Hij woonde erg afgelegen en ontving nauwelijks bezoek.

Gefrituurde oesters

Bobby Charles had een enorme hekel aan optreden, en trouwens ook aan interviews. Als je hem wilde spreken, moest je je vervoegen in zijn ‘kantoor’, een tafel achterin het visrestaurant Shucks in Abbeville. Hij was daar een paar keer per week te vinden met een bordje gefrituurde oesters voor zijn neus en een glas martini in zijn hand. Hij beperkte de contacten met de muziekindustrie zoveel mogelijk. Te veel slechte herinneringen. Hij zag platenmaatschappijen en managers als parasieten die zich ongeremd verrijken ten koste van songwriters en artiesten. Bobby Charles had alle reden om dat te denken. Royalty’s gingen in het begin van zijn carrière vaak voorbij aan zijn neus. Zijn eerste contract was met het legendarische zwarte Chess-label in Chicago. Directeur Leonard Chess hanteerde als uitgangspunt van zijn zakelijke activiteiten het principe dat artiesten het beste presteren als ze honger lijden. Onderbetaling was dus voor hun eigen bestwil. Uiteraard gold dat niet voor hemzelf. Bobby Charles was de eerste blanke zanger die Leonard Chess onder contract nam. Dit gebeurde na een telefonisch onderhoud, waarbij Bobby Charles ook een paar nummers zong en tja, dat geluid was zonder meer zwart. Leonard Chess reageerde geschokt toen de nieuwe aanwinst in Chicago op bezoek kwam. Bobby Charles vertelde het verhaal van die ontmoeting met een grote grijns. “Hij keek me aan alsof hij zat te wachten tot ik van kleur zou veranderen. Hij zei: ‘Shit, jij bent niet zwart.’ En ik zei: Nee, maar ik ben wel een Cajun, is that close enough?”

Billie Holiday

In het begin van zijn carrière ging Charles op tournee met zwarte collega’s. Een van hen was Chuck Berry, de grondlegger van de gitaarrock. Het optreden met de zwarte broeders leverde veel raciale problemen op, met name in Texas en Mississippi. Het waren dezelfde problemen waarmee Billie Holiday werd geconfronteerd toen ze met het blanke orkest van Artie Shaw tourde door de oerconservatieve zuidelijke staten. In haar biografie ‘Lady sings the blues’ vertelt ze dat ze niet werd bediend in wegrestaurants, en als ze vroeg waarom dat was, werden er geen uitvluchtjes verzonnen. “We don’t serve niggers”, was dan steevast het antwoord. Hotels weigerden haar, ze moest maar in de bus slapen. Apen in de dierentuin werden in die tijd beter behandeld dan zwarten in de zuidelijke staten. Billie Holiday schreef naar aanleiding van het lynchen van twee zwarte mannen het nummer ‘Strange fruit’, een van mooiste en meest aangrijpende songs die ze heeft geschreven. Op een keer kwam een blanke vrouw naar het podium en vroeg sarcastisch: “Billie, waarom zing jij die sexy song niet waarom jij zo beroemd bent. Je weet wel, die songs over de naakte lichamen die in de bomen bungelen…” In die sfeer moest ook Bobby Charles opereren. Geen pretje, vond hij. “De meiden vielen op Chuck. Dat zagen de cowboys natuurlijk helemaal niet zitten. We moesten diverse keren rennen voor ons leven. In die tijd hingen ze in Texas zwarte mensen nog gewoon op zonder dat er een rechter aan te pas kwam. Als je geluk had, ging je naar de gevangenis, tweeduizend jaar cel vanwege het bezit van één joint.” Algauw kreeg Bobby Charles genoeg van deze toestanden. Hij besloot een punt te zetten achter zijn optredens.

Prachtig verhaal

Bobby Charles was vooral een songwriter. Hij was vijftien toen hij een nummer schreef dat een wereldhit zou worden, maar niemand had interesse in zijn versie. Er is een prachtig verhaal over de ontstaansgeschiedenis van het betreffende nummer. Na een repetitie met zijn eigen band The Cardinals nam Bobby Charles afscheid met de woorden “See you later alligator.” Het antwoord drong niet onmiddellijk tot hem door. Hij keerde terug op zijn schreden en vroeg: “Wat zei je daar?” “After a while crocodile”, was het antwoord. Daarmee was een song geboren. Bobby Charles schreef het lied in vijftien minuten. “Ik wist meteen dat het goed was en ging slapen met een glimlach op mijn gezicht”, vertelde hij later. Hij liet Fats Domino het nummer horen, maar die zag er niets in. “Hij keek me aan alsof ik gek was.” Bill Haley pakte het anders aan. Hij nam het nummer op in een pittiger arrangement, en verkocht in no time 1 miljoen platen van ‘See you later alligator’. Fats Domino krabde zich achter zijn oren. Niet erg slim van hem om zo’n geweldige kans om zeep te helpen. “He never forgot that he passed on it”, vertelde Charles, en voegde daar lachend aan toe: “And I always reminded him.” In 1960 nam Fats Domino voor het eerst een song op van Bobby Charles. Het was ‘Before I grow too old’, een nummer dat Charles had geschreven na een flinke echtelijke ruzie. Zijn vrouw verweet hem dat hij dronken thuis was gekomen. Ze zei: “Is dat wat je de rest van je leven gaat doen?” Bobby Charles antwoordde obstinaat: “Misschien heb ik haast en doe ik dit voordat ik te oud ben om het te doen. Geef me papier en een pen.” Zijn vrouw zei dat hij zelf maar dat verdomde papier moest pakken, en dat deed hij. Fats Domino raakte geïnteresseerd in verdere samenwerking met Bobby Charles en nodigde hem uit om een keer naar New Orleans te komen. Charles zei dat dit niet zou lukken. Geen geld. “Well”, zei Fats, “you’d better start walking.” En floep, weer was er een song geboren. Het duurde slechts twintig minuten. ‘Walkin’ to New Orleans’ werd een grote hit voor Fats Domino in 1960.

Antwoordapparaat

De nummers van Bobby Charles werden veel gecoverd. ‘The jealous kind’, ‘Tennessee blues’ en ‘Small town talk’ zijn tientallen malen door anderen gezongen. ‘It keeps raining’ bereikte in 1993 in de versie van Bitty McLean zelfs de eerste plaats van de Amerikaanse top-40. De royalty’s kwamen nu wel binnen. Hij kon er goed van leven. Er was geen enkele noodzaak om zich erg in te spannen. Bovendien ging het componeren Bobby Charles erg makkelijk af. Hij zat nooit te wachten in inspiratie. Ging er vanuit dat goede ideeën vanzelf kwamen aanwaaien. En dat gebeurde ook. Als hij onderweg dan inspiratie kreeg, belde hij zijn antwoordapparaat en zong wat hij hoorde in zijn hoofd. Hij zag componeren als een soort bevalling, die gelukkig altijd vlot verliep. “Het duurde meestal niet langer dan een half uur”, vertelde hij. “Ik was altijd weer blij dat het eruit was. Ik schreef de songs niet omdat ik een ster wilde worden. I was just always happy making other people happy. That was enough for me.”

In 2007 kwam eindelijk de bekroning voor het werk van deze bescheiden man: hij werd opgenomen in de Louisiana Music Hall of Fame. Drie jaar later overleed Bobby Charles. Gewoon thuis. Zijn tijd zat erop.  






















 

Sjoerd Punter