Bruce Springsteen: Wrecking Ball

 
 

The boss is boos: Hallelujah! Deze teneur heb ik veelal teruggevonden in diverse reviews van "The Wrecking Ball" van Bruce Springsteen. Alsof Bruce Springsteen niet eerder onvrede heeft gevoeld, boos en/of verontwaardigd is geweest. Onzin natuurlijk. Springsteen heeft naar mijn mening deze gevoelens al decennia lang verwoord in de verhalen van kansarme personages die in zijn songs tot leven zijn gebracht. Als je uitzichtloosheid, ongelijkheid en verbetenheid in soms drie minuten zo haarscherp kunt neerzetten moeten er, naast een groot inlevingsvermogen, ook gevoelens van onvrede, verontwaardiging en ja, ook boosheid aan ten grondslag liggen. Desalniettemin draait "de boze Bruce" marketingmachine op volle toeren. Daarbij werd aangegeven dat The Boss vernieuwend te werk is gegaan. Ik ben, zoals Martin, opgegroeid met Springsteen, altijd al een zeer groot liefhebber geweest en heb deze "boze Bruce cd" dan ook zonder restrictie aangeschaft, uiteraard de "Special Edition" zou ik bijna zeggen.

Bruce legt elf songs op de mat (de "Special Edition" is aangevuld met twee bonustracks "Swallowed up" en "American Land"). Springsteen schetst een beeld waarbij hij verder kijkt dan alleen naar de vaak persoonlijke dramatische omstandigheden van zijn personages. Die persoonlijke omstandigheden zijn uiteraard niet verdwenen maar ze worden afgezet tegen een groter geheel: het niet goed functioneren van de overheid, de depressie, misstanden uit het verleden, volgevreten en feestvierende bankiers, enz. Vrolijkheid is in de teksten ver te zoeken hoewel in sommige nummers wel degelijk door de folkinvloeden (die zeer regelmatig de kop opsteken) een bepaalde mate van frivoliteit is terug te vinden. Het contrast versterkt de tekst alleen maar zoals in "Death to my hometown":
 
"Send the robber barrons straight to hell /
The greedy thieves who came around / 
And ate the flesh of everything they found / 
Whose crimes have gone unpunished now /
Who walk the streets as free men now".
 
In scherpe bewoordingen laat Springsteen zijn personages kijken naar de vele misstanden. Zoals in het (in beginsel) wonderschone "Jack of all trades" (let op die fraaie trompetsolo) waarin de gewone hardwerkende arbeider een oordeel velt over de bankiers die zich. ondanks hun bekend incapabel handelen, aan niets laten ontbreken:
 
"The banker man grows fat / 
Working man grows thin /
It's all happened before and it 'll happen again..."
 
Een aantal van de personages op "Wrecking Ball" vertoont overeenkomsten met personages uit Springsteen's verleden, namelijk dat zij ook iets in zich meedragen dat hen over de grens kan doen tillen. Zo ook die arbeider in "Jack of all trades": 
 
"If I had me a gun, I'd find the bastards and shoot 'em on sight".
 
Op "This depression" en "You've got it" wordt bescherming gezocht bij de desbetreffende geliefden. De man in "This depression" is zwaar depressief, heeft zichzelf helemaal verloren en vraagt bijna reddeloos om het hart en de kracht van zijn vrouw. Ondanks de sterke tekst is "This depression" in mijn ogen een middelmatig nummer en dat geldt ook voor "You've got it". Daarentegen staan er een aantal erge sterke nummers tegenover. "Rocky ground" (het enige nummer dat, door gebruik van goede samples en een kort stukje rap, ik echt vernieuwend kan vinden), het eerder genoemde "Jack of Trades", het absolute prijsnummer "Wrecking Ball" (met een heerlijke koperpartij) en uiteraard "Land of hope and dreams".
Springsteen heeft ervoor gekozen om "Land of hope and dreams", dat al meer dan tien jaar oud is, op deze cd te laten verschijnen en dat is niets voor niets. Maar voor de "sinners, losers, whores, gamblers and lost souls" is er geen hoop. Enkel voor de "winners" en daar vallen de personages op "Wrecking ball" niet onder. Je kunt wel dromen maar je koopt er geen brood voor. "Land of hope and dreams" is ook het laatste muzikale eerbetoon aan Clarence Clemons, die hier nog één keer schittert op saxofoon.
Ik heb de cd talloze malen beluisterd en vind de cd, als geheel qua tracks, sterk. Daar ligt mijn probleem met deze Springsteen plaat niet. Nee, ik heb andere bezwaren en de oplettende lezer heeft al lang gelezen dat ik "Jack of all trades" in beginsel een erg fraai nummer vind. De plaat wordt mijn inziens namelijk het nekkie omgedraaid door een merkwaardige productie en door het gebruik van elektronica. De drums klinken veel te weelderig, bijna jaren 80-achtig en dat is géén compliment. De slagen op de snair dreunen met een lelijke galm/echo na. 
Bruce Springsteen kan als geen ander pareltjes van liedjes schrijven maar het toepassen van allerlei elektronische percussie elementen is toch echt andere koek, De elektronica die Springsteen toepast is niet innovatief of verrassend, maar komt zelfs geforceerd en gekunsteld over. De vreselijke elektronische "boom - clap - boom boom - clap" van "Death to my hometown" is gewoon schrijnend om te horen en de merkwaardige dreunen in "Shackled and drawn" verzieken ook dat nummer. (de percussie lijkt ook te veel op de percussie zoals die is gebruikt in het vorige nummer "Easy Money"). Springsteen heeft ook al op "Tunnel of love" gebruik gemaakt van elektronica en synthesizers. Het album, dat ik overigens jaren gekoesterd heb, klinkt juist daardoor nu erg gedateerd en ik ben bang dat dit lot ook ten deel zal vallen aan "Wrecking Ball". Het beste voorbeeld van een volledig naar de Filistijnen geholpen lied vind ik echter de bonustrack "American Land". Het nummer, dat eerder op "We shall overcome - The Pete Seeger sessions" is verschenen, wordt met een ongelooflijke urgentie gebracht die vergelijkingen oproept met The Pogues ten tijde van "If I should fall from grace" (en dat is razend knap) maar wordt hopeloos om zeep geholpen door die verplichte drumcomputers. Bah!
Begrijp me goed: het gebruik van elektronica kan zeker een meerwaarde betekenen en dat geval ben ik er ook een liefhebber van maar Springsteen is geen James Blake of David Sylvian en dat wringt hier.  
Het allergrootste probleem heb ik echter met die hele "Bruce is boos" campagne. Een campagne die vanuit het "Bruce kamp" is gestart. Is het pure adoratie of zijn het andere (financiële) overwegingen geweest die kakelkip Jon Landau ertoe hebben bewogen om luidkeels de wereld in kennis te stellen van een "vernieuwende" maar vooral "boze Bruce"? Ik weet het niet maar het ligt er voor mijn gevoel teveel bovenop. Springsteen verdient op basis van zijn oprechtheid zeker het voordeel van de twijfel maar er is een tijd geweest (London 1975) dat hij verrekte boos werd van die hele reclame campagne en zijn posters van de muur af scheurde. Nu is Springsteen juist het gezicht van die hele marketingmachine geworden en dat is toch even slikken. Vooral als je die, in mijn ogen, commerciële productie in ogenschouw neemt, dat vermeende "eigentijdse" gebruik van drumcomputers en meer van die achterhaalde zooi en dat afzet tegen de teksten die hij hier zingt. Ergens bekruipt mij dan toch het gevoel dat niet alleen de bankiers alsmaar dikker en dikker worden. Ach ja, Springsteen moet ook eten denk ik maar.
Ik zet na twee weken "Bruce" weer eens een andere cd op. Ik kijk naar het cd hoesje: het is één van Springsteen's voorbeelden. "The times are a-changin" schalt door de kamer en ik sluit mijn ogen. 
 
Noot van de reviewer
 
Wegens omstandigheden las ik pas een paar dagen geleden Martin's noot met betrekking tot de "selectieve verontwaardiging" die nogal een aantal recensenten schijnen te hebben nadat ze hebben geluisterd naar "Wrecking Ball" van Bruce Springsteen. Die verontwaardiging van dit dubieus clubje zat er met name in dat Springsteen, omdat hij een wel zeer goed belegde boterham heeft, misstanden niet meer zou mogen aankaarten. Maar vooral omdat het "Springsteen kamp" daarbij gebruik maakt van een reclamecampagne die Chiel Montagne's kreet "Op Volle Toeren" recht aan doet. Martin was zo vriendelijk om meteen te zeggen dat hij mij niet beschuldigd van deze "selectieve verontwaardiging". Ik voel me ook niet geraakt hoewel ik doorgaans tenen heb die minstens zo lang zijn als de pier van Scheveningen. Toch heb ik besloten om te reageren omdat ook ik in mijn review die marketingcampagne heb benoemd als dubieuze bijkomstigheid, achter die woorden sta en mijn verantwoordelijkheid dus ook niet uit de weg wil gaan.
 
Heb ik een probleem met goed bedeelde artiesten die misstanden onder het voetlicht brengen? Nou neu... dacht het niet. Vorig jaar prijkte Ry Cooder's "Pull up some dust and sit down" bovenaan in mijn eindlijst, eveneens een cd waarbij misstanden aan de kaak worden gesteld. Cooder zal met zijn "Bueno Vista Social Club" project toch best de nodige aantal dollars bij elkaar hebben geharkt en het zou zomaar kunnen dat Cooder regelmatig een lepeltje kaviaar nuttigt. In mijn gedachten zie ik hem zelfs, al lurkend aan een stevige Cubaanse sigaar en dobberend op zijn ruim uitgevallen jacht, songs schrijven voor zijn nieuwe cd. Ik gun het de man van harte.     
 
Dit gezegd hebbende kan ik Martin natuurlijk alleen maar gelijk geven als het om Springsteen gaat. Voor mij is Springsteen ook altijd een toonbeeld geweest van integriteit maar alle argumenten ten spijt: gevoelens kun je maar moeilijk uitschakelen en al helemaal niet negeren. Bij "Wrecking Ball" is het voor mij een "en..., en..., en..., en..." verhaal geworden. Als die bloedcommerciële productie en goedkope elektronische "claps" nu nog achterwege waren gebleven dan had ook ik die gigantische en tot in de puntjes geregisseerde marketingcampagne geslikt als Pijnenburger Ontbijtboek. Ook ik ben natuurlijk gewoon een enorme Springsteen liefhebber die normaal gesproken niet zoveel last heeft marketingstrategieën. Maar door de optelsom der delen kwam die hele campagne in een ander daglicht te staan en heeft er toe geleid dat die Pijnenburger Koek niet meer zo makkelijk weghapt als voorheen. Ik heb inmiddels een leeftijd bereikt waarop je wel eens meewarig over de schouder kijkt. Na mijn teleurstelling bij het beluisteren van "Wrecking Ball" heb ik dat ook bij Springsteen gedaan en zag die rebel die zich in zijn jonge jaren weigerde te conformeren aan welke marketingstrategie dan ook. Muziek, daar ging het om. Muziek moest spreken, niet de jongens en meisjes van de marketingafdeling.    
 
Met het ouder worden kun je veranderen en ook Springsteen heeft zich schijnbaar neergelegd bij de wetten van de marketing. Hij richt zijn pijlen niet meer daarop maar heeft andere onderwerpen gekozen en dat is prima. Ry Cooder's plaat ontbeerde die grootscheepse campagne maar vooral die, in mijn ogen, laakbare productie en wanstaltige elektronica. Ik blijf er bij dat het niet aan de kwaliteit van de songs heeft gelegen. Maar de goede argumenten van Martin ten spijt zegt mijn gevoel en waarschijnlijk het gevoel van die andere recensenten nu iets anders. Daarom hoop ik vurig dat ooit de demo's van "Wrecking Ball" het levenslicht mogen zien. Dan zal de Pijnenburg er, ondanks die hele reclamecampagne, weer ingaan als koek.

Review Martin

Heel wat 62-jarigen uit mijn directe omgeving zijn nog maar met één ding bezig: hun al of niet vervroegde pensioen. Na een loopbaan die zelden in de buurt komt van veertig jaar, kijken ze vol verlangen uit naar de dag waarop ze 's ochtends niet meer uit hun bed hoeven te komen om naar het werk te gaan. Nee, ze hebben het naar eigen zeggen verdiend om eindelijk op hun lauweren te rusten, zelfs al doorliepen ze een carrière die hen amper enige fysieke of geestelijke inspanning kostte. Hun woede en ongenoegen richt zich vooral op de beslissing van de overheid om de werkende bevolking nog wat langer aan het werk te houden. Solidariteit is, driewerf helaas, maar al te vaak een eenrichtingsweg.

Een andere 62-jarige, een muzikant met een intussen indrukwekkend palmares, richt zijn pijlen met gloeiende verontwaardiging op de échte verantwoordelijken voor de malaise waarin de wereld al jarenlang verkeert: het cynische gespuis dat zichzelf al enkele decennia verrijkt ten koste van hele economieën. Dat die 62-jarige zo rijk is als de zee diep is, doet daarbij volstrekt niet ter zake. Het is niet omdat je eigenaar van een viersterrenrestaurant bent dat je de honger in de wereld niet mag aanklagen. En dat is wat Bruce Springsteen doet op zijn laatst verschenen album Wrecking Ball.
Springsteen is de zoon van een arbeider dus hij weet waarover hij het heeft als hij in de titeltrack zingt: 'I was raised out of steel here in the swamps of Jersey, some misty years ago / Through the mud and the beer, and the blood and the cheers, I've seen champions come and go / So if you got the guts mister, yeah, if you got the balls / If you think it's your time, then step to the line, and bring on your wrecking ball'. Springsteen laat op zijn zeventiende studioalbum dan ook horen dat hij absoluut de ballen heeft om zijn hoogst persoonlijke wrecking ball nog eens uit de schuur te halen om fors uit te halen in de richting van het stelletje ongeregeld dat 'Johnny six-pack' naar de rand van het ravijn heeft geduwd.
Wat mij daarbij uitermate bevalt, is dat Springsteen dat doet met muziek die mijn adrenaline doet stromen, die tot op zekere hoogte mijn eigen verontwaardiging onder woorden brengt en die er ook nog eens voor zorgt dat ik een nauwelijks te onderdrukken neiging krijg om loeihard mee te gaan zingen. Zoals met de venijnige folkrocksongs Easy Money en Shackled And Drawn, nummers die misschien van dik hout planken zagen, maar de planken die hier tevoorschijn komen, zijn sterk genoeg om twee heerlijk ouderwetse protestsongs in de geest van Woody Guthrie te schragen.
Daar staat tegenover dat The Boss als geen ander de kunst verstaat om nummers te schrijven die zo aangrijpend zijn dat ze je keer op keer naar adem doen snakken. Deze keer flikt hij het met het machtig mooie Jack Of All Trades, een van de hoogtepunten op Wrecking Ball ('So you use what you've got and you learn to make do / You take the old, you make it new / If I had me a gun, I'd find the bastards and shoot 'em on sight / I'm a Jack of all trades, we'll be alright'), in het dreigende This Depression ('Baby, I've been down but never this down / I've been lost but never this lost') en bovenal met het glorieuze Land Of Hope And Dreams, een typische Springsteen-song met gospelinvloeden en, rust in eeuwige vrede, Clarence Clemons op sax. Door de jaren heen las ik hier en daar dat Springsteen geen vernieuwer is. Ach ja, who gives a fuck? Heeft iemand dan alleen maar recht van spreken als hij zichzelf almaar opnieuw uitvindt? In mijn wereld, en dat is op muzikaal vlak voor mij nog steeds het belangrijkste ijkpunt, speelt dat geen enkele rol. Authenticiteit, eerlijkheid, oprechtheid en geloofwaardig spelen dat des te meer. En op dat punt legt Wrecking Ball een foutloos parcours af, ook op de momenten dat The Boss zijn woede iets te dik aanzet (We Take Care Of Our Own, Death To My Hometown). Zalig om te horen dat een 62-jarige nog lang niet uitkijkt naar de schommelstoel en het dolce far niente waar veel van zijn leeftijdgenoten zo op azen. En ja, het is een hele geruststelling om te zien dat pure verontwaardiging kan leiden tot schoonheid. Laat Bruce nog maar even boos blijven...
 
Noot van de eerste reviewer Zie ook Ed's review
Verontwaardiging vind ik een van de diepste menselijke emoties. Oprecht kwaad worden op misstanden en dat vervolgens luidkeels aanklagen heeft iets sacraals. Daar staat tegenover dat ik een gloeiende hekel heb aan selectieve verontwaardiging (iets waarvan ik Ed per se niét beschuldig, laat dat meteen duidelijk zijn). In de commentaren op de nieuwe cd van Springsteen vliegt die laatste vorm van 'verontwaardiging' evenwel te pas en vooral te onpas rond mijn oren. 'Rijke stinker maakt zich kwaad op de immorele praktijken van de bankensector maar moet zwijgen omdat hij veel geld heeft.' Mensen die niet verder denken dan hun portemonnee leeg is, vinden die menselijke reactie blijkbaar hypocriet. Daardoor zien ze helaas niet dat Springsteen al decennia lang allerlei sociale projecten in de VS financieel steunt. Nee, ze vallen zich liever een buil aan de luchtballon die de marketingafdeling van zijn platenlabel opblaast. Toen Neil Young boos was op de muziekbusiness ("This Note's For You") had de platen kopende goegemeente daar alle begrip voor. Ouwe Neil zei die driedelige maatpakken eens onverbloemd waar het op stond. Dat Young óók een rijke stinker in een gescheurde spijkerbroek was die niet bepaald armer is geworden van zijn platendeals, werd zelfs niet tussen de regels geopperd. Hij hoefde zich niet te verantwoorden voor zijn rijkdom en 'hypocrisie'. Het grote verschil tussen toen en nu? Een tot in de details georkestreerde marketingcampagne die inspeelt op de terechte woede bij bestaande en potentiële kopers van Springsteen-plaatjes om toch maar vooral 'Wrecking Ball' aan te schaffen. Die kant van de muziekbusiness heeft altijd bestaan en zal altijd blijven bestaan. Zoals dat ook in tal van andere sectoren het geval is en zal blijven. Of we dat nou leuk vinden of niet. De marketeer in mij ziet dat de campagne zijn doel méér dan bereikt heeft. De muziekliefhebber in mij kijkt daar echter dwars doorheen en houdt zich het liefst bezig met de muziek en die vind je goed of niet. Al die verontwaardiging zou zich beter richten op de asociale horde graaiers die er volkomen straffeloos voor zorgden dat het Westen nog steeds een van zijn zwaarste economische crisissen ooit doormaakt, en niet op iemand die, ook al is hij in het bezit van een stevig gestoffeerde bankrekening, dergelijk wangedrag aanklaagt. En misschien zelfs helemaal niet van kaviaar houdt. Zoals ik in mijn bespreking al stelde: Mag een bakker de honger in de wereld niet meer aanklagen omdat hij in een villa woont dankzij het fabriceren van voedsel? Kom op, zeg...
Ed Muitjens
Bruce Springsteen
Wrecking Ball