Buddy Guy: Living Proof

 
 

Een paar maanden geleden schreef ik, als inleiding bij een review van de nieuwe cd van Peter Wolf, dat mijn helden oud worden. In gedachte voegde ik eraan toe dat ze ‘gelukkig nog leven’. En dat ze nog muziek maken, al varieert de kwaliteit van hun werk van matig (Ray Davies, 66 jaar, See My Friends) via zeer behoorlijk (Tom Jones, 70, Praise & Blame) tot fantastisch (Tony Joe White, 68, The Shine). Zet de leeftijden even op een rijtje en de conclusie is duidelijk: veel van mijn helden worden oud. Maar ze doen het met stijl, gratie en – in de meeste gevallen – met klasse. Dat laatste geldt zonder twijfel evenzeer voor Buddy Guy, die de openingstrack van zijn nieuwe album Living Proof begint met een statement dat menig leeftijdgenoot hem niet nezegt: ‘I’m 74 years young / There ain’t nothing I haven’t done / I’ve been a dog / And I’ve been a tone cat / I chased some tails / And I’ve left some tracks / I still know how to have my fun / ‘Cause I’m 74 years young’. Dat hij daarbij zijn Fender Stratocaster kastijdt als een twintiger die voelt dat de duivel hem op de hielen zit, maakt dat statement eens zo krachtig. Dat Buddy Guy Living Proof in eerste instantie zag als een terugblik op zijn leven valt enkel te bespeuren in de songteksten, die zich laten beluisteren als een persoonlijke levensbeschrijving. Het duidelijkst komt die tekstuele aanpak tot uiting in Thank Me Someday en On The Road, twee songs waarop Guy zijn gitaar op meesterlijke wijze mishandelt en vocaal messcherp staat, en het goddelijke duet Stay A Little Longer, waarop die andere grootheid B.B. King laat horen dat ook hij nog lang niet aan het eind van zijn liedje is aanbeland. Uiteraard staan er wat mindere songs op deze plaat, maar uit respect voor de grootste hedendaagse gitarist uit de Chicago blues bedek ik die twee nummers ootmoedig met de mantel der liefde. Zoveel ontzag heeft Guy wel verdiend. Living Proof is in al zijn ontwapenende rauwheid het werk van een onmiskenbare rasartiest, een plaat die ook dankzij organist Reese Wynans (Stevie Ray Vaughan, Tab Benoit), bassist Michael Rhodes (Etta James, J.J. Cale) en drummer Tom Hambridge (Shemekia Copeland, George Thorogood) en een handvol gastmuzikanten bruist van vitaliteit, positieve spanning en niet te temmen levenslust.

Review Ed

 

Het waren de woorden van Muddy Waters tegen Leonard Chess in 1963 toen het idee werd geopperd om voor de opnamen van Muddy’s “The Folk Singer” een oude bluesgitarist te gebruiken die was opgegroeid en was verstrengeld met de countryblues. De dag erna stapte Muddy met de nog jonge Buddy Guy de studio in. Wenkbrauwen werden gefronst maar na één nummer was alle scepsis verdwenen. Het zegt iets over de kwaliteiten van Buddy Guy die hij al op jonge leeftijd had. Opgegroeid bij Cobra Records en tot volle wasdom gekomen bij Chess. Formidabele opnamen heeft hij voor dat label gemaakt in de jaren ’60. Een gejaagdheid en bezetenheid die uniek was. Van het soort dat een vergelijking rechtvaardigt met Robert Johnson. Buddy’s blues weerspiegelt dat beeld van jagende hellehonden die ook Johnson parten speelde. Paniekblues werd het genoemd. Hoewel zijn Chess recordings klassiek zijn te noemen had Buddy Guy het toch graag anders gezien. Guy wilde, behalve tijdens zijn live optredens, ook in de studio zijn gitaar als een bezetene laten razen. Ruig en vervormd waarmee later Jimi Hendrix geschiedenis zou schrijven. Leonard Chess zag het niet zitten. Het is algemeen bekend dat Leonard Chess een zeer goede band met Muddy Waters heeft gehad maar uit een interview van een aantal jaren geleden met Guy bleek dat Leonard Chess de jonge Buddy Guy maar weinig respectvol behandelde. “He would always call me motherfucker. I didn’t know my name was Buddy Guy for seven years ‘cause he always called me motherfucker” liet Buddy optekenen. Buddy heeft het feit dat hij voor zijn Chess opnamen concessies heeft moeten doen altijd als een gemiste kans gezien. Zijn onaflaatbare gedrevenheid om de blues op zijn eigen meedogenloze manier te spelen komt mijn inziens daar dan ook deels vandaan. Zijn verdere carrière heeft memorabele momenten gekend maar ook even zovele dieptepunten. Nu laat hij op 74 jarige leeftijd “Living Proof” het levenslicht zien en het is een uitstekende cd geworden. Guy gaat (als vanouds) helemaal los en het is bijna niet te vatten dat hij op zijn leeftijd nog die virtuositeit op gitaar aan de dag weet leggen. Ook qua stem heeft hij bijna nog niets ingeleverd. Guy eert op de cd een aantal van zijn leermeesters. Zo is “Thank me someday” overgoten met een Muddy Waters-sausje en op het heerlijke funky getinte “On the Road” laat hij geweldig “Albert King” gitaarwerk horen. De cd is tot aan het instrumentale “Spanky”, waarop hij meerdere malen wisselt tussen bluesfunk en shuffle, van zeer hoog niveau. Éen van de minpuntjes vind ik het duet met B.B. King genaamd “Stay around a little longer”. Het nummer is qua arrangement en tekst op het randje van het sentimentele. Het schitterende Hammond en de weergaloze soulvolle stemmen van B.B. King en vooral Guy zorgen er in eerste instantie nog voor dat het kwartje aan de goede kant valt en soms zelfs nog weet te ontroeren maar als de heren op het eind van het nummer over en weer elkaar menen te moeten vertellen hoe goed en hoe bijzonder ze elkaar vinden nemen mijn tenen toch een krommende kramphouding aan. Jammer. Neemt niet weg dat “Living Proof” een zeer bijzondere Buddy Guy cd is en het is voor mij nu al één van zijn essentiële platen uit zijn oeuvre. Bijzonder omdat Buddy Guy een urgentie laat horen die veel van zijn leeftijdsgenoten al lang verloren hebben. Clapton en alle andere heren van de Britse bluesboom uit de jaren ’60 kunnen hier een puntje aan zuigen. Nee, voor Buddy Guy geen laidback blues. De hellehonden zijn nog lang niet uitgeraasd en zitten hem nog altijd op de hielen. Je ziet het, je proeft het, je hoort het… “Living Proof” is het verhaal van de bluesman voor wie geen verlossing meer is. I’ve got to keep movin’ Blues fallin’ down like hail And the days keep on worryin’ me There’s a hellhound on my trail... (Robert Johnson) Keep on running Buddy...

Martin Overheul
Buddy Guy
Living Proof