Chris Smither: Time Stands Still

 
 

In de lift van ons hotel in Malaga attendeerde mijn vrouw me met oprechte ontsteltenis op de muzakversie van een Dylan-song. Dat kon er nog wel bij na het nieuws dat de oude minstreel over enkele weken een waterei zal leggen ter ere van Kerstmis. In een wereld waarin de zekerheid van het bestaan toch al danig onder druk staat van beroering allerhande, lijkt nu ook de noodzakelijke troost in het gedrang te komen. Nog even en de alom tierende handelsgeest ontneemt ons ook die laatste vluchtheuvel.

 
Mismoedige gedachten in een vreugdevolle stad waar het in oktober nog volop zomert en waar ik niet lang voor die ontluisterende botsing met de muzakwereld nog intens had genoten van de aanbevelenswaardige combinatie van een zonovergoten panorama van de Middellandse Zee en ‘Time Stands Still’, de veertiende cd van folk- en bluesmuzikant Chris Smither. Een album waarop overigens, alsof er geen toeval bestaat in dit ondermaanse, een superieure cover staat van Dylan’s ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’. Soms is het verdomd handig om je tegengif binnen handbereik te hebben.
 
Mensen die graag het woord ‘authentiek’ in hun mond nemen (ik verklaar me hierbij schuldig) nodig ik graag uit om eender welke plaat van Smither ter hand te nemen en héél goed te luisteren naar wat er precies gebeurt. Of eender welke plaat? Laten we ons hier beperken tot ‘Time Stands Still’. Afgezien van de technische kant (daar is producer David ‘Goody’ Goodrich een waarborg voor kwaliteit, zie ook Jeffrey Foucault en Alastair Moock) staat Smither in voor de zang, de instrumenten en de songs – op die ene eerder genoemde uitzondering na.
 
Waar dat bij heel wat anderen zou leiden tot tomeloze egotripperij, leidt dat bij Chris Smither tot een zorgvuldig en doelmatig gedoseerde instrumentatie die de luisteraar nooit het gevoel geeft dat hij naar iemand luistert die zijn kunde uitsluitend tentoonspreidt ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Voor mij is dat een essentieel aspect van authenticiteit. En net dat maakt songs als ‘Don’t Call Me Stranger’, ‘Surprise, Surprise’ (met een vleugje ‘Shame, Shame, Shame’ van Jimmy Reed), het schitterende ‘Old Man Down’ en de magistrale afsluiter ‘Madame Geneva’s’ tot de pareltjes die ze uiteindelijk zijn geworden.
 
Nadat ik de liftmuziek had doorgespoeld met een goed glas Spaanse wijn ben ik op het balkon van mijn hotelkamer gaan zitten en heb ik Smither’s versie van ‘It Takes A Lot To laugh, …’ nog eens opgezet en daarna meteen maar de hele cd. De Middellandse Zee kleurde aquamarijn en ik noteerde dat ik dringend eens wat vaker de trap moet nemen…
Martin Overheul
Chris Smither
Time Stands Still