Chris Wood: So Much To Defend

 
 

Mijn liefde voor de muziek van Chris Wood is niet zonder slag of stoot gegaan. Toen deze site ook nog een forum had stuitte ik daar, een jaar of zes, zeven geleden, op een conversatie tussen tuinman John en Hans over Britse folk. Mijn beeld daarbij was een stoffige, wollige muziekstijl uit lang vervlogen tijden. Maar aangezien ik mij zelf een brede blik toedicht en evenzo openstaande oren begon ik vol goede moed aan een rijtje cd’s die daar werden aangeraden. Na enkele uren door verschillende albums te hebben gegrasduind was ik verre van overtuigd, vond het nog steeds wollig en stoffig en nog steeds iets van lang vervlogen tijden. Toch hoorde ik klaarblijkelijk ‘iets’ wat ik in mijn brein heb gebeiteld, want het bleef naar voren komen. Een van de albums was een album van Chris Wood, ik meen dat het of Trespasser of Handmade Life was. Ik vond het zware kost, te zwaar en legde dit terzijde. Ik weet niet meer welk meer hedendaags Brits folkalbum mij uiteindelijk over de streep trok en mij vervolgens terug deed keren naar het stapeltje folkalbums dat ik net aangaf, maar het zou zo maar iets ‘lichts’ van Kate Rusby of Jack Harris geweest kunnen zijn, die beide in die periode met een album op de proppen kwamen. 

Dat gegeven bracht mij ook weer terug bij Chris Wood. Nog steeds ervoer ik het als zwaar en traag, stoffig en van lang vervlogen tijd, al was het werk van Wood ook van deze tijd. Toch bleef ik het op de een of andere manier steeds weer proberen en die pogingen wierpen uiteindelijk zijn vruchten af. Resultaat - kort gezegd - twee folkalbums (Trespasser en Handmade Life) die beide op eenzame hoogte staan in de Britse folk van de laatste pak hem beet 25 jaar. Daar mag zijn vorige album None The Wiser ook zeker aan toegevoegd worden. Wood is daarmee uitgegroeid tot een van de grootste hedendaagse folkartiesten van de UK en zeer zeker een van mijn favorieten, tezamen met June Tabor, Martin Simpson en Bert Jansch.

Bijna drie jaar na het verschijnen van None The Wiser ligt er nu So Much To Defend. Een collectie songs waarvan hij zelf het volgende zegt: ‘Perhaps this is not so much an album as a bunch of songs recorded while waiting for an album to turn up’. Toch moeten “we” zijn nieuwe album gewoon op zijn merites beoordelen. Eerlijk gezegd viel me de eerste luisterbeurt wat tegen. Of dat kwam doordat ik dit jaar uberhaupt weinig Britse folk geluisterd heb of dat er een andere reden was, dat weet ik niet. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik in dit segment dit jaar weinig van echte waarde gevonden heb. Mijn focus lag dit jaar weer wat breder en lag naast americana en folk vooral weer eens in de progrock. Waar Wood zijn eerdere albums zeer mooi gebalanceerd klonken, is zijn nieuwste wat puurder en directer opgenomen en zijn de composities ook iets minder uitgekristalliseerd. Wat met name opvalt is het gebruik van, en in de mix sterk naar voren gezette, elektrische gitaar. Dat is even wennen, moet gezegd worden. Ik ben binnen zijn metier meer een liefhebber van acoustische gitaar en piano op de voorgrond.

We moeten het er mee doen. Na enkele luisterbeurten ben ik wel gewend en kan ik er doorheen luisteren. Het stoort in het ene nummer ook meer dan in het andere. Opener So Much To Defend is tekstueel wel weer typisch Wood. Met zijn blik op het kleine en dat waar een ieder zich in zal herkennen, weet hij dat met een woordkeuze voor het voetlicht te brengen waar ik altijd jaloers van word. Het zit vol van enerzijds dat typische Britse understatement en anderzijds van een oog voor detail dat alleen voorbehouden is aan de beste tekstschrijvers. Wood heeft een journalistieke blik op het leven om hem heen en weet dit mooi vast te leggen. Vervolgd word er met This Love Won’t Let You Fail dat gelijk een van de hoogtepunten van de plaat is. Prachtig gitaar- en pianowerk en de donker klinkende stem van Wood doet de rest met dit mooi ingetogen gebrachte nummer. Only A Friendly sluit naadloos op beide nummers aan en vervolgens maakt men The Flail, een on-Wood-achtig nummer dat haast een blues is en voor de broodnodige afwisseling zorgt. Hier stoort het op de voorgrond staande elektrische gitaar spel geenszins. Daarna volgt mijn persoonlijke favoriet van dit album: 1887. Een gedragen en traag nummer zonder veel ogenschijnlijke melodie. Tekstueel puttend uit de rijke Britse historie en muzikaal een rustpunt op de helft van het album. Hier valt vooral het mooi ademende pianospel op. Strange Cadence valt dan  weer op dankzij het jazzy en door flugelhorn gedragen geluid. Het laatste deel valt niet in positieve dan wel negatiefve zin op, en daarmee dooft het album enigszins uit en heeft het album na een minuut of 25 zijn hoogtepunten gehad. Wood, die zelf gitaar, percussie en zang voor zijn rekening neemt,  wordt op dit album bijgestaan door Gary Walsh op hammond, Justin Mitchell op flugelhorn en Martin Butler op piano. Daarmee zijn die typische en zo fraaie details die eerdere albums zo kenmerkten grotendeels verdwenen ten faveure van dit kalere en directere geluid. Misschien is er wel heel bewust gekozen om een ander pad te bewandelen. Voor de een mooier en voor de ander wellicht teleurstellend. Ik hink op twee gedachtes. 

Bij Wood ligt de melodie en harmonie nooit zo voor de hand en moet je onderhuids gaan luisteren om deze te ontdekken. Zijn composities zijn traag, onthaastend, wijds en langgerekt en daardoor haast jazzy.  Zijn voordracht is afstandelijk en daardoor komt er zoveel nadruk op de tekstuele nuances en muzikale ondertonen. Dat gegeven maakt ook van dit album weer een genot om naar te luisteren, ondanks de soms overheersende elektrische gitaar. Niet alle composities overtuigen in vergelijking met zijn eerdere albums, daarbij ter zijn verdediging opmerkende dat hij zelf aangaf dat het een losse en relatief snel in elkaar gedraaide collectie songs is. Over de gehele linie een prima en uiterst genietbaar album, maar gezien zijn eerdere werk niet een album dat veel ui t de kast zal komen. Conclusie is dat gezien de omstandigheden het een hoogwaardig album is, maar de vraag rest waarmee hij gekomen zou zijn als hij en meer tijd en meer aandacht had gegeven aan zijn vaardigheden en talenten.

Review
Arjan Post
Chris Wood
So Much To Defend
Label: 
indep.

Ook interessant

Chris Wood: None The Wiser Hans Jansen 5 May 2013
Chris Wood: Handmade Life Hans Jansen 17 Dec 2009