David Forman: David Forman (Kasplaatje Martin Overheul)

Martin Overheul
David Forman
David Forman

Het is 1976. In Londen broeit een opstand tegen de vaak bloedeloze muziek die op dat moment populair is. We hebben bands als Supertramp, Pavlov's Dog en Rush te verstouwen gekregen en lieden als Mike Oldfield, Rick Wakeman en Vangelis. Lui die oervervelende muziek maakten waar geen einde aan leek te komen. De navel als het middelpunt van de wereld. Talloos veel jongeren hebben er meer dan genoeg van, steken veiligheidsspelden in hun kleding, oren en wangen, rammen als bezetenen op drums en gitaren, en er is een nieuwe stroming geboren: punk.

Temidden van al dat tumult verschijnt er een album dat lijnrecht ingaat tegen die nieuwe ontwikkeling én dat in niets verwijst naar de muziek waar die stroming zich tegen afzet. De plaat zit in een sobere zwart-witte hoes en toont een kalende muzikant die met een blik die een mengeling is van zelfzekerheid en nostalgie naar de fotograaf kijkt. David Forman is de naam. Volstrekt onbekend, maar wat is dit een grandioos album. Ongegeneerd romantisch, breekbaar, wonderschone melodieën, hartstochtelijk en vol sublieme songteksten. Soms moet ik even denken aan Randy Newman op zijn mooiste momenten, maar ik hoor vooral een muzikant die zijn ziel openbaart en dat op zo'n fijnzinnige manier doet dat hij me tot in het diepst van mijn ziel ontroert. En ontroering is voor mij een van de belangrijkste emoties die ik de voorbije 59 jaren heb mogen voelen.

Het album neemt sinds 1976 een prominente plaats in mijn leven in. En daar zal tijdens de jaren die mij nog resten geen verandering in komen.

"When I was a boy, I dreamed that Elvis Presley
Was standing on the corner, kissing Brenda Lee
Mama always told me that love was made in heaven
Tell me how my best friend could steal my love from me?
I love Brenda Lee, Brenda Lee loves me
Yeah"