Dix: Sayonara

 
 

“Al enige tijd uitgebracht maar gewoon te mooi om hier onbesproken te laten” zou ik kort samenvattend over de cd “Sayonara” ('tot ziens' in het Japans) van de Nijmeegse groep Dix kunnen zeggen. De band bestaat uit Erik Ooijen (zang, akoestische gitaar en mandoline), Raymond van Haalen (elektrische en akoestische gitaar), Johan van Haalen (drums) en Johnny Ariëns (staande bas en zang). De heren worden bijgestaan door Tom Ensink op pedal steel en dobro.

Op zijn best is Dix in de rustige, gelaagde en in Americana gedrenkte songs zoals het openings- en titelnummer dat begint als een walsje. Ik weet niet of de tekst van “Sayonara” rechtstreeks betrekking heeft op het personage van het gelijknamige boek en film uit de jaren ’50 waarin het verhaal wordt verteld van een militair in de Koreaanse oorlog die, tegen het protocol in, toch verliefd wordt op een Japanse vrouw. Dit zou de reden kunnen zijn dat het walsje ergens donkere tinten vertoont. Bij de eerste luisterbeurt werd ik al gegrepen door het fraaie instrumentarium dat formidabel is vastgelegd. De drums klinken voortreffelijk en de vibrerende gitaar en fraaie lapsteel werk geven het lied absolute meerwaarde.

Toch is het voorman Erik van Ooijen die de luisteraar vrijwel meteen tot luisteren dwingt. Zijn stem in de eerste openingszinnen is ergens te vangen tussen JW Roy en Stuart Stapels van Tindersticks. Die donkerheid laat hij in het refrein los en dan laat hij vooral rauwheid horen. Een stem derhalve waarmee hij nogal kan kleuren en dat is een belangrijk wapen van deze band. “David Bowie” zei mijn eega terloops bij het horen van een fragment van het tergend mooie “Cry like my mother” en ik kon haar op dat moment zelfs niet eens tegenspreken (let bijvoorbeeld maar eens op hoe hij die openingszin zingt). Het fraaie “Wanda” is iets meer uptempo maar doet eigenlijk niets onder voor “Sayonara” en “Cry like my mother”. Raymond van Haalen bespeelt hierop zijn gitaar met een bepaalde loomheid waardoor het nummer lekker “losjes” overkomt. Na deze drie diepgravende en niet minder dan formidabele songs laat Dix haar luchtigere kant horen in “Damned” en even later nog in “Kill you one more time”. Het zijn uitstekende liedjes maar de dramatiek in de muziek van Dix spreekt me meer aan.

Aangezien de cd maar acht nummers telt zijn er nog een drietal rustigere nummers te vinden waaronder “Slip away”. Een goed nummer, met fraai (als ik het goed hoor) bariton gitaarspel maar als geheel haalt het nummer het net niet bij de eerste drie nummers. Wellicht omdat ik deze song als minder verassend ervaar en ik het gekozen tempo in het refrein gevoelsmatig net iets te hoog vind ten opzichte van de coupletten. De overige twee nummers “Buy some time” en afsluiter “All gone astray” zijn wederom prachtig te noemen. Op basis van een dusdanige fraaie cd waarbij de loftrompet luid heeft geschald durf je Dix bijna geen belofte voor de toekomst meer noemen. Dat kan natuurlijk niet want hoe mooi de plaat ook is, de totale speelduur van de cd bedraagt amper 25 minuten. Ik ben heel erg benieuwd of de band bij een volgende plaat kiest voor een “normale” speelduur van rond de 40 minuten. Als ze dan dezelfde schoonheid en dramatiek kunnen brengen zou deze band wel eens heel groot kunnen worden. Tot dat moment is “Sayonara” niets minder dan een absolute aanrader.

Ed Muitjens
Dix
Sayonara