Drew Landry: Sharecropper’s Whine

 
 

Politiek en de bijbehorende doelstellingen van de diverse voorvechters gaan niet zelden aan mij voorbij. Onze leiders beogen in principe een eerlijke verdeling. Voor mij is politiek niets anders dan een breed veld dat verdeeld is tussen idealisten en oplichters. Met regelmaat wordt ons een rad voor de ogen gedraaid. Ook in Amerika is de gewone man de pineut, en wordt zoet gehouden met een aannemelijk excuus. Uiteindelijk mogen ook zij daar de prijs betalen voor de menselijke tekortkomingen, en de wanstaltige hebzucht van individuen die het voor het zeggen – schijnen te - hebben. Landry’s Sharecropper’s Whine behelst niet alleen politiek. Het zijn in de eerste plaats rechtdoorzee teksten waarmee ik mij uitstekend kan identificeren. Drew Landry bevestigt wat de gewone man al lang weet, en hij produceert geen onnavolgbare brei. Hij doet niets anders dan zijn irritatie verwoorden voor de schijnheiligheid die domineert, en giet dit vervolgens in uitstekende traditionele muziek. “Give your soul to Jesus, give your ass to Uncle Sam”. Whine betekent vrij vertaald aanklacht. Sharecropper’s Whine is een analyse van de Amerikaanse samenleving.

Weinig zachtzinnig, maar beslist met gevoel, legt Landry met zijn opsomming verscheidene vingers op pijnlijke plekken. Zelfs wonden uit het verleden blijken nog matig geabsorbeerd. Samen met Scott Biram schreef Landry Over There waarin fijngevoelig een link wordt gelegd tussen Irak en Vietnam. 17 gevarieerde nummers - verdeeld over ruwweg 80 minuten - maken van Sharecropper’s Whine een eerste klas plaat. Zou mij niets verbazen dat Blue Rose Records tegen deze artiest opliep tijdens het jaarlijkse SXSW festival. Meer dan terecht dat deze man en zijn bijbehorende band hier onder de aandacht worden gebracht. Bij de met boerenverstand gedrenkte teksten blijft het niet, want ook muzikaal is dit een wonderbaarlijk sterk album. Een topper binnen Americana land. Lekkere opzwepende gitaren in country en blues gegoten composities. Er is ruimte voor mondharmonica, steelgitaar, en ook een geïnspireerd bespeelde mandoline komt voorbij. Wellicht dat een bescheiden vergelijking met Fred Eaglesmith repertoire hier op zijn plaats is, met het verschil dat Landry’s toon een stuk minder ludiek is. Wellicht omdat zijn bezieling nog niet verdampt is, en hij de ambitie en energie heeft om met zijn idealisme een beter landschap te creëren. Drew Landry heeft een heerlijk stemgeluid. Eentje die je bij de les houdt.
De slotzinnen van Make it Rhyme zijn niets anders dan poëzie voor mijn oren: “They said Bobby Charles is dead and gone. Here’s a tear for what’s been left behind. I guess loneliness it ain’t no crime. And the only way to peace of mind is take what hurts and try to make it rhyme”. Echter slechts 1 nummer verder dan blijkt dat Last Man Standin’ uit exact hetzelfde hout gesneden te zijn. Afsluiter Gone Home heeft Sam Cooke’s Bring it on Home met respect geïntegreerd. Man wat een krachtige plaat is dit!
Rein van den Berg
Drew Landry
Sharecropper’s Whine