Emily Jane White: Victorian America

 
 

‘Iets kan zowel goed, slecht of geen van beide zijn. Muziek is bijvoorbeeld goed voor iemand in een melancholische bui, slecht voor degene die rouwt en de dove maakt het niks uit,’ schreef Spinoza in zijn postuum gepubliceerde Ethica. Bij mij is het de melancholie die me telkens weer, onontkoombaar, naar bepaalde artiesten – zangers, zangeressen, groepen, schilders, beeldhouwers, schrijvers – toe trekt. Een soort onbestemd verlangen, in de fado noemen ze dat saudade, naar een artistiek Utopia dat nooit zal bestaan. Tja, wat is een mens zonder dromen, zelfs al zijn die soms donker en ongrijpbaar?

 
Volgens de psychologie van de koude grond is die zoektocht naar melancholie in feite een zoektocht naar zielsverwanten. Zal best, wat mij betreft gaat het om het vinden van dingen die ik mooi vind. Die me midden in mijn hart raken. Waarop ik bij wijze van spreken verliefd kan worden. Want wat is er nu mooier dan jezelf te kunnen verliezen in bijvoorbeeld de zalige muziek van songstress Emily Jane White, die op haar tweede album ‘Victorian America’ ongegeneerd romantisch is in de strikte betekenis van het woord: het gevoel, de fantasie, de verbeelding, de intuïtie, het onderbewuste, het onverklaarbare en het raadselachtige tegenover de kilte van de ratio.
 
Volgens de een maakt White ‘gothic folk’, volgens de ander is ze een nieuwe vrouwelijke Nick Drake (wat is dat toch met die flagrante nonsens dat iemand die haar of zijn ziel in breekbare liedjes vertaalt steevast met Drake wordt vergeleken?). Terwijl White, als je haar muziek dan toch wilt classificeren, veel beter past in het rijtje Cat Power, Iron & Wine, Nina Nastasia en Kate Bush, met hier en daar een vleugje Jessie Sykes: bitterzoet, cerebraal, poëtisch, verlangend, theatraal en dromerig. En dat geldt evengoed voor haar soms grillige composities als voor haar lyrics. Het is dan ook écht niet verwonderlijk te noemen dat ze schrijfsters als Sylvia Plath en Edna St. Vincent Mallay tot haar grote invloeden rekent.
 
De wereld waarover Emily Jane White zingt, is niet die van haar zonnige geboorteplaats Fort Bragg in Califormia, maar die van de duisternis, de pijn, de teleurstelling: ‘I don’t write happy music. I’m drawn to writing sad songs. Reflective, contemplative songs. I truly believe that that’s my job. It’s not my job to create happy music. I’m okay with that.’ Op ‘Victorian America’ laat Emily Jane White horen dat ze die ‘job’ tot in de kleinste finesses beheerst. Dit is een vrij intens album dat enige inspanning van de luisteraar vergt. Maar wat die daarvoor terugkrijgt, getuigt van bijzonder grote klasse.
Martin Overheul
Emily Jane White
Victorian America