Eric Clapton: Old Sock

 
 

"Clapton is God" schreef een fan ooit over Eric Clapton. Nou, aan de foto op de hoes te zien verblijft God dan tegenwoordig op Jamaica. Tenminste, dat zou je verwachten als je naar het tropische kiekje kijkt en naar een aantal tracks luistert op Clapton's nieuwe album "Old Sock" waar reggae regelmatig zijn rasta-hoofdje laat zien. Nu blijkt Clapton de bewuste foto met zijn smartphone te hebben gemaakt tijdens een vakantie op Antigua (ja, ja mensen, ook God gaat met zijn tijd mee...) en niet tijdens een "Dreadlock Holiday" op het eiland waar mannen nog wel eens het uitzonderlijke talent etaleren om honderd meter binnen tien seconden af te raffelen. Clapton heeft een aantal nummers, die hem de laatste 50 jaar hebben geraakt, onder zijn Goddelijke handjes genomen… maar Goddelijk kan ik het resultaat helaas niet noemen. Integendeel zelfs, en daar kan zelfs een hele lading aan toch niet misselijke gasten geen ene sikkepit aan veranderen.

Ach, het openings- en reggaenummer van Taj Mahal "Further on down the road" kabbelt eigenlijk best lekker voort. Met de zomer in het vooruitzicht is dit best te pruimen, kun je nog denken, en het daarop volgende "Angel" met J.J. Cale op gitaar en zang is eigenlijk het beste wat "Old Sock" te bieden heeft. Die typische relaxte sfeer die met name Cale kan oproepen komt hier goed over en de instrumentatie (met de lapsteel van Greg Leisz) is prima. Dat "Angel" vooral "een heel erg aardig nummer" zegt genoeg over de rest van het album. Het jazzy "The folks on the hill" is namelijk zo vreselijk slaapverwekkend dat ik het refrein amper haal en dat is maar goed ook, want als ik in een vroeg stadium van de cd die zoetgevooisde achtergrondvocalen en mierzoete strijkpartijen continu voor mijn kiezen had gekregen was ik iedere keer steevast in een diepe coma geraakt. Het wordt gevolgd door "Gotta get over," dat geschreven is door gitarist Doyle Bramhill II. Het is een nummer waarop Clapton gelukkig laat horen dat hij niet een "one-way ticket" naar het bejaardenhuis verdient, want hij laat hier tenminste een beetje van zijn oude glans zien. Een beetje - maar ach, een kinderhand is in deze ellende al snel gevuld. In het daarop volgende "Till your wells run dry" van Peter Tosh kiest Clapton dusdanige vreemde overgangen dat ik uit pure verbazing het vel achter mijn beide oren werkelijk tot gort heb gekrabd. Het nummer begint een beetje als een countrysoulballade, maar Clapton heeft ogenschijnlijk nu eenmaal de reggae herontdekt en verdorie, dat zullen we weten ook want in het refrein stapt hij vrolijk over op het bekende ritme van het eiland uit de Cariben. Uiterst merkwaardig.

Met het ongeloof nog op mijn gezicht gekerft ben ik vervolgens bij "All of me" beland, dat hij samen met Paul McCartney ten gehore brengt. Dit volslagen bloedeloze stukje jazz valt volledig in het niet als je het zou vergelijken met het lijkbleke gelaat van Graaf Dracula die na een week volledige geheelonthouding uitgepierd in zijn kist ligt te hopen op betere tijden. Via het al niet veel betere "Born to loose" ben ik uitgekomen bij Gary Moore's "Still got the blues." Het is een nummer waar ik dan toch nog met enige verwachting naar uitkeek, omdat we hier tenslotte met de man te maken hebben die niet voor niets de bijnaam "Slowhand" heeft verdiend. De akoestische gitaarsolo en de aanzwellende violen halverwege het nummer zijn echter van een dusdanige kitscherigheid dat het de weelderig met bergkristallen behangen kroonluchters boven Gerard Joling's marmer getinte eetkamertafel geheel in de schaduw zet en geloof me, dat is een prestatie van wereldformaat. "Francis Goya meets The Mantovani Orchestra", dat idee ongeveer - en met alle respect voor Goya en Mantovani, dat is gewoon Clapton onwaardig. Toch veerde ik nog even op omdat Clapton, met behulp van Winwood, het nummer verrassend genoeg toch nog weet vlot te trekken. Eindelijk perst hij uit zijn elektrische gitaar een paar spannende toonladders en zelfs de strijkarrangementen lijken enig vernuft te vertonen. Het is maar schijn, want als de violen in de laatste maten aanzwellen tot monsterachtige proporties ben ik definitief van mijn geloof gevallen. Dat daarna nog een alleraardigste versie (eerlijk is eerlijk) van het volledig platgespeelde "Goodnight Irene" volgt kan het album niet redden, zeker niet omdat de rest van het album verder ook al niet noemenswaardig is.

"Thanks for the shout-out, old sock" schreef Bowie aan Eric Clapton, omdat Clapton hem had laten weten onder de indruk te zijn van zijn nieuwe single "Where are we now?" Zelfspot kun je Clapton niet ontzeggen maar een beetje muzikale zelfreflectie had ook geen kwaad gekund. Ik hou mijn hart vast als ik hem hoor roepen dat er nog zoveel andere bestaande nummers zijn die hij wil uitbrengen. De man die ooit "God" was en op leven en dood duelleerde met Duane Allman is vervallen tot een exponent van gezapige, inspiratieloze easy-listening. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?!

Ed Muitjens
Eric Clapton
Old Sock