Harry Manx & Kevin Breit: Strictly Whatever

 
 

Na “Jublilee” en “In Good we trust” brengen de gitaristen Harry Manx en Kevin Breit wederom een gezamenlijk plaat uit genaamd “Strictly Whatever”. Op het moment dat Harry Manx met nieuw werk kom ben ik op mijn hoede. Harry Manx maakt namelijk fantastisch mooie platen. Hij heeft geen uitzonderlijke goede stem maar wel een zeer doeltreffende. Hij is daarnaast een prima gitarist maar de echte kracht van Manx ligt hem met name in zijn songs. Ik heb altijd het gevoel bij hem dat hij zonder enige moeite een nummer kan schrijven waarvan de schoonheid simpelweg vanaf spat. Harry Manx raakt mij. Dat liet hij me laatst tijdens zijn optreden tijdens het Naked Song Festival nog maar eens fijntjes weten. Als je hem al wilt typeren dan kan hij kan het beste worden omschreven als een wereldse bluesman, omdat hij nu eenmaal nogal wat omzwervingen heeft gemaakt hetgeen vooral in uiting komt doordat hij veelal Oosterse (Indiase) muziek in zijn blues integreert.

 
Kevin Breit volg ik niet zo maar van zijn gitaarspel ben ik wel erg onder de indruk. Zelden zul je een slide gitaar horen klinken die zo lekker klinkt als die van Breit. Ook op de nieuwe cd laat hij die elektrische slide weer veelvuldig horen. Breit is een echte virtuoos.
 
Twaalf nummers telt het nieuwe album en opende voorganger “In Good We Trust” verrassend met Springsteen’s “I’m on fire”, ditmaal is keuze nog opmerkelijker door met het ooit door Boney M gecoverde “Sunny” op de proppen te komen. Het, overigens weergaloze, origineel van Bobby Hebb wordt qua intensiteit helaas niet geëvenaard maar dat komt wellicht ook omdat die aalgladde versie van Boney M me constant parten blijft spelen. Aan de andere kant kan het ook aan de uitvoering liggen omdat het eerder genoemde “I’m on fire” van Springsteen (dat nu ook niet bepaald mijn lijflied is), door een voortreffelijke uitvoering, wel in een compleet ander daglicht werd geplaatst.
 
De sfeer op dit nieuwe album vind ik over het algemeen luchtiger als op “In Good We Trust”. Een voorbeeld van die luchtigheid vind je bijvoorbeeld terug in de instrumental “Hippy Trippy”. Blues met een knipoog kun je de muziek het beste omschrijven. Echt diepgravend wordt het op het eerste gehoor nergens maar dat maakt van “Strictly Whatever” daarentegen wel een fijne zomerplaat en er staan wel degelijk lekkere en fraaie composities op. Kevin Breit komt met een paar heerlijke, optimistisch klinkende, songs op de proppen zoals “Looking for a brand new world” en “Dance with Delilah” en Manx laat in de lekker losjes swingende “Mr. Lucky” de glorietijden van B.B. King herleven.
 
Het zesde en zevende nummer geven plots een heel andere wending aan de plaat. Het zesde nummer “Note to Self”, een instrumental geschreven door Harry Manx, is sferisch en bijna filmisch te noemen en loopt over in het uitermate fraaie “Do not stand at my grave and weep”, geschreven door Breit maar gezongen door Manx. Let eens op de slide hier van Breit (gewoon weergaloos) en het fraaie harmonicaspel. Ondanks dat ze qua sfeer erg afwijken van bijvoorbeeld de vrolijkheid van liedjes zoals “Little Ukelele” misstaan de twee eerdergenoemde nummers niet omdat zo tenminste de balans niet geheel doorslaat naar al te veel vrolijkheid en frivoliteit.
 
Harry Manx brengt nog het mooie “Carry my tears away” en het prima “Looking for a plan” naar voren met wederom een excellerende Kevin Breit. Al met al is er niets mis met deze “Strictly Whatever” hoewel ik voorganger “In Good We Trust” prefereer. Dat is voor diegenen die van dit duo nog niets hebben wellicht de beste aanrader. “Strictly Whatever” is daarentegen gewoon een goede plaat en is vooral bestemd voor muziekhebbers die een voorliefde hebben voor gitaarmuziek. Zoals ik…
Ed Muitjens
Harry Manx & Kevin Breit
Strictly Whatever
Label: 
Stony Plain Records
Releasedatum: 
24-5-2011