Jarrod Dickenson: The Lonesome Traveler

 
 

Het eerste nummer op Jarrod Dickensons 'The Lonesome Traveler' is een uiterst optimistische binnenkomer, die erg doet denken aan de Allman Brothers zo rond Brothers and Sisters, en die vrolijke toon is natuurlijk niet gek voor een liedje dat verhaalt over iemand die de vader van zijn geliefde om de hand van zijn dochter wil vragen. Lekker ouderwetse boodschap in Ain't Waiting Any Longer, lekker ouderwets goede muziek ook die, en dat geldt voor het hele album, voorbeeldig wordt neergezet en ingekleurd door een groep voortreffelijke muzikanten. Soms uitbundig, vaak subtiel en effectief. Zo borrelen tegen het eind van het nummer, als de priester ten tonele verschijnt, heerlijke gospelvocalen op, maar het blijven subtiele inkleuringen en dringen zich niet op de voorgrond.

Maar het leven kan moeilijk zijn en de tijden hard, en in No Work for a Working Man (A Great Deception Tale) moet de man zijn lieve vrouw smeken om hem niet te laten vallen en vertrouwen in hem te hebben. 'There ain't no work for a working man / The lines are long, and the jobs are thin right now / I'll sell the watch that my dad gave me / I'd planned to give it to our son someday... oh well.' En in Rosalie is het dan smeken om terug te mogen keren: 'So leave the porch light on, I'm coming home.' Dat laatste liedje heeft die heerlijke muzikale kleefkracht die er voor zorgt dat de melodie je niet meer loslaat als je het nummer eenmaal gehoord hebt.

Een breakup-album dus? Nee, Jarrod de verteller reist en observeert en verhaalt met veel compassie over al hetgeen hij tegenkomt. Over de zeeman die geen weerstand kan bieden aan de lokroep van de zee ('They say the fish have gone, but he ain't leavin' without a fight') in The Northern Sea, over de man die alsmaar verder trekt, op zoek naar... ja naar wat? 'Can you help me find my way, please help me find my way / Back to Eden.' Over de vrouw die wanhopig wacht op levenstekens van haar uitgezonden man in Bravery (A Bottle of Gin): 'And there's a bottle of gin / She keeps near at all times / In case the bad news drives in.'

De centrale song is (uiteraard, gezien de titel) Ballad of the Lonesome Traveler, een ander hoogtepunt (ik kan echt geen zwakke nummers op dit album ontdekken), waarop Dickenson meer solo op de voorgrond treedt en in het afsluitende Seasons Change, opgedragen aan zijn grootvader Homer Dickenson, is hij helemaal alleen, stem en gitaar. Een plaat mooier afsluiten kan bijna niet.

Jarrod Dickenson kan vrolijk zijn, maar ook dan worden zijn liedjes nooit huppeldeuntjes. Hij kan weemoedig zijn (zoals in het prachtige I Remember June: 'I'd love to say I'm stronger now, I'd love to say I've grown / But how does something grow / When it's broke' of het even fraaie 'Come What May'), maar hij gaat nooit zeuren. Zijn stem, die wel iets doet denken aan Ray LaMontagne, is prettig en warm, maar indringend genoeg om je bij de les te houden. Ik zou de toon van het hele album wel als 'indringend en weldadig' willen omschrijven, al is er ook het bijzonder geslaagde Little Black Dress dat er uit springt als een meer jazzy southern blues, een beetje richting Tom Waits.

The Lonesome Traveler was voor mij de eerste kennismaking met Jarrod Dickenson. Dat die kennismaking goed is bevallen is een understatement. De man schrijft fraaie teksten, die altijd helder, nooit pseudo-diepgravend zijn, en weet die te verpakken in direct aansprekende melodieën. Een sublieme singer-songwriter, die zich bovendien laat begeleiden door een groep uitstekende muzikanten, en die met 'The Lonesome Traveler' ook nog eens een perfect geproduceerd album aflevert.

John Smits
Jarrod Dickenson
The Lonesome Traveler