John Martyn: The Church with One Bell

 
 

Volkomen willekeurig vallen we weg. Niet alleen ontvallen onze helden ons, op een goede dag zijn we zelf aan de beurt. Een proces dat onontkoombaar is. We laten allemaal een handtekening na. De ene persoon iets meer nadrukkelijk dan de andere. Artiesten bestaan voort door hun muziek, welke achterblijft. John Martyn stierf alweer 3 jaar geleden, Bert Jansch eind vorig jaar, en Nick Drake is alweer bijna 40 jaar dood. Ik moest vandaag denken aan John Martyn, en de vele schitterende platen die hij gemaakt heeft. De ene iets meer nadrukkelijk dan de andere. Martyn’s leven werd na verloop van tijd een strijd. Een strijd met zichzelf, de drank wellicht, het gebrek aan een meer brede erkenning. Jaren geleden voorspelde hij een grootste comeback. Uiteindelijk kwam dat er niet meer van. Het zat er niet meer in. Toch bleef ik bij voortduring hopen op herstel.

Liefhebbers van het eerste uur wilden hem bij voorkeur in zijn “folkjasje” duwen, alsof de platen waarin hij experimenteerde met vrijere vormen minder relevant waren. Solid Air was het begin van een nieuwe ontwikkeling, een vorm dat op One World tot wasdom kwam. Van zijn latere platen ben ik altijd een grote liefhebber geweest van The Apprentice en Cooltide. Dat moet ook de periode geweest zijn dat ik hem voor het laatst live heb mogen aanschouwen. Ik herinner me een bruisend optreden in Paradiso te Amsterdam. Martyn was allerminst opgebrand in die tijd, althans voor het oog van een leek. Zijn band rockte er op los alsof het een lieve lust was. Zijn plaat Live kocht ik in een tijd dat ik maandelijks in London vertoefde. Allemaal herinneringen aan een tijd die is geweest, en waarvan zijn muziek een onderdeel uitmaakt.
Daarna brak zijn mindere periode aan, alsof zijn gedrevenheid de geest had gegeven. Structureel bleef ik zijn platen kopen, maar And en Glasgow Walker waren veel te mager voor een artiest van het formaat Martyn, en beantwoordden maar matig aan mijn verwachting. Een teleurstelling die bijna pijn deed. De laatste plaat die mij oprecht bekoord heeft was – gek genoeg – een plaat die enkel en alleen uit nummers van anderen bestond. The Church with One Bell laat John Martyn horen in topconditie. De lading van de liedjes is niets anders dan grimmig te noemen, maar het sierde hem dat hij zijn stem leende aan liedjes die hem na aan het hart lagen. Het album is overwegend blues gerelateerd. Er is muziek van Bobby Charles, Billy Holiday (Strange Fruit geschreven door Lewis Allan), Randy Newman, een blues-klassieker van Elmore James; The Sky is Crying, geheel terecht een nummer van Lightnin’ Hopkins; Feel So Bad. Het album besluit met de ultieme tranentrekker. Een nummer van Blind “Reverend” Gary Davis; Death Don’t Have No Mercy. The Church with One Bell staat niet te boek als John Martyn’s beste album – wat dat ook moge zijn – maar zonder dit album is mijn herinnering aan John Martyn niet hetzelfde. Achteraf beschouwd kon dit wel eens die ultieme plaat zijn geweest, welke hij jaren daarvoor had aangekondigd.
Replay
Rein van den Berg
John Martyn
The Church with One Bell