JW Roy & The Royal Family: A Room Full Of Strangers

 
 

Dat ik bij het beluisteren van JW Roy's "A room full of stangers" meteen moest denken aan het gedicht "Sterfbed" van de Nederlandse dichter Jean Pierre Rawie is niet vreemd omdat JW Roy op zijn nieuwe album uitgebreid ingaat op het overlijden van zijn vader. Het zien sterven van een vader, het doet iets met een zoon. Aan de ene kant is er het verdriet dat overweldigend kan zijn. Aan de andere kant is er het bewustzijn. Het bewustzijn van die cyclus. Het bewustzijn van tijd. Het onvermijdelijke gevoel dat je plots vaderloos bent en dat vergankelijkheid bijna tastbaar wordt. Het overlijden van mijn vader behoort in ieder geval tot één van de meest indringende momenten van mijn leven. Het was een jarenlange angst die op dat moment werd bewaarheid. Dat het overlijden van JW Roy's vader indruk eveneens op hem grote indruk heeft gemaakt mag duidelijk zijn als je naar het album luistert. 


"Hey brother, here we stand 
on silent soil, on burning sand
Beneath our feet the ones we've loved
Turned to bones, turned to dust
Don't let your fear fall on their graves."
 

Het is een tekstpassage uit het fraaie, indrukwekkende "Broke Brothers", dat JW samen met zijn broer Jeroen Roy zingt. Twee mannen, twee broers, gebroken door verdriet, die voor het graf van hun ouders staan. Het is o zo herkenbaar en het prachtig tweestemmig gezongen refrein mist het gemoed niet. De man uit het Brabantse Knegsel maakt al jarenlang Americana met een hoofdletter "A" en of hij dat nu in de Engelse of Nederlandse taal doet, hij weet mij altijd te raken. Zijn doorleefde stem waarbij kruiwagens vol aan soul overheen zijn gestort is daar mede debet aan. Het met Ilse DeLange geschreven en gezongen "We're still here" is daar een voorbeeld van. Een lied over de broosheid van een relatie en de onzekerheid over de toekomst. De intieme manier waarop hij, samen met Ilse DeLange, de angst voor het daadwerkelijke afscheid bezingt is fenomenaal. Ondanks de eerdergenoemde beladen rode draad is dit geen neerslachtig album geworden. Het album opent zelfs, instrumentaal gezien, luchtig met "Blue sunrise". JW Roy heeft kennelijk een besef dat "de gouden jaren" achter hem liggen. Voor wat dat waard is. "Time's a teacher, time an enemy" zingt hij. En wellicht is tijd wel de enige echte rode draad. En dan doel ik niet alleen op dit album. Tijd en het verstrijken ervan is een constante factor die we niet kunnen negeren. 

Alleskunner op toetsen, Roel Spanjers, speelt op het album een voorname rol. Niet alleen als muzikant, ook heeft hij voor een groot deel meegeschreven aan de nummers. Zo is onder meer het monotoon klinkende "Don't walk out on me", met wederom een persoonlijke tekst van JW, van zijn hand. Maar hoe goed deze tracks ook zijn, na de twee up-tempo songs "Right or ride along" en "Are you ready" (ik heb gelezen dat er nieuw leven op komst is...) sluit hij af met een drieluik dat voor mij het hoogtepunt van het album vormt. "Kind of blue" is een nummer dat links en rechts gelijkenissen vertoont met een John Hiatt. Maar dan wel met een John Hiatt op zijn best. Het mede door een Wurlitzer gedragen nummer heeft een prachtig refrein dat JW Roy samen met Michael Prins zingt. Het contrast tussen JW's stem en de falset van Prins is erg mooi. "Riddle of the sands" is een lied dat hij samen met de twee broers van Tangerine zingt. Ik moet eerlijk bekennen, ik ben geen fan van het tweetal maar voor deze gelegenheid trek ik met alle plezier mijn woorden in. Het refrein is om te zoenen zo mooi en de samenzang waarin melancholie met bakken uit de hemel valt is niets minder dan wonderschoon. Maar ook instrumentaal gezien klopt dit nummer aan alle kanten. Het gebruik van een sitar door gitarist Cok van Vuuren is een vondst en de gitaarsolo na het tweede refrein is hemeltergend mooi. Het tempo gaat omlaag, Van Vuuren laat prachtige noten van zijn snaren ontsnappen en die gasten van Tangerine bewijzen vocaal nogmaals mijn ongelijk. JW Roy sluit af met "The big chief", zoals zijn vader, een voormalig slager, werd genoemd. Fraai piano- en vioolspel van respectievelijk Spanjers en Joost van Es zorgen voor kippenvel als JW zijn persoonlijke tekst ten gehore brengt: 


"The touch of his hand
The memories, the blues
The big chief has left
The memory, the truth."
      

Ik heb gelezen dat "A room full of strangers" dezelfde internationale klasse heeft als de Americana uit "het beloofde land". Het zal allemaal wel. Niet dat dit onwaar is maar ik vind het een typische Nederlandse vergelijking. "A room full of strangers" is meer dan dat.  JW Roy weet met een persoonlijk album iets teweeg te brengen bij de luisteraar. Zoals de poëet Jean Marie Rawie dat met zijn gedicht "Sterfbed" ook heeft gedaan. Het geschreven woord, de gezongen melodie. Het is als zalf voor een opengereten wonde die het overlijden van een ouder doorgaans veroorzaakt. Voor een muzikant lijkt me geen groter compliment mogelijk dat zijn muziek ertoe kan bijdragen dat leed verzacht kan worden. Dat een grauwe deken voor even iets minder zwaar weegt. Voor mij persoonlijk wist JW Roy oude gevoelens op te roepen naar aanleiding van het overlijden van mijn vader. Gevoelens van verdriet, onmacht en berusting. Nu 24 jaar geleden. En het is goed zo.   


 

Sterfbed

Mijn vader sterft; als ik zijn hand vasthoud,
voel ik de botten door zijn huid heen steken.
Ik zoek naar woorden, maar hij kan niet spreken 
en is bij elke ademtocht benauwd.
 

Dus schud ik kussens en verschik de deken,
waar hij met krachteloze hand in klauwt;
ik blijf zijn kind, al word ik eeuwen oud, 
en blijf als kind voor eeuwig in gebreke.
 

Wij volgen één voor één hetzelfde pad,
en worden met dezelfde maat gemeten:
ik zie mezelf nu bij zijn bed gezeten
 

zoals hij bij zijn eigen vader zat;
straks is hij weg, en heeft hij nooit geweten
hoe machteloos ik hem heb liefgehad.
 

(Jean Pierre Rawie) 

 

 
Review
Ed Muitjens
JW Roy & The Royal Family
A Room Full Of Strangers