Richard McGraw: Burying the Dead

 
 
Er was ooit een tijd dat het dragen van een gek hoedje volstond om als non-conformistisch bestempeld te worden. Het hielp je verder een flink stuk in de goede richting als je te pas en vooral te onpas ‘te gek, weet je wel’ zei en zo nu en dan opgemerkt werd met een joint als een feesttoeter in je hand. Ik mag zeggen dat ik zonder enige heimwee naar die periode terugkijk. Want in de roes van ‘rode Libanon’ zijn er talloos veel meesterwerken gemaakt die hun houdbaarheidsdatum al overschreden hadden voor ze goed en wel waren uitgebracht.
Vreemd dat Burying The Dead, de derde cd van treurwilg par excellence Richard McGraw, me tot die overweging aanzet. Of misschien ook niet. Want als McGraw één ding niet is, dan is het doordeweeks. Hij herschrijft Chelsea Hotel van zijn idool Leonard Cohen tot Balmville Motel en komt er zonder kleerscheuren mee weg. Hij covert My Life van Billy Joel en voegt er zoveel tristesse aan toe dat de componist zich vermoedelijk afvraagt of dat nummer mogelijk tóch door McGraw is geschreven.
Geen idee of Richard McGraw geregeld gekke hoedjes op zet of rare sigaretten rookt, meesterwerken maakt hij wel. Maar dan zoals de Florentijnse miniaturisten dat deden: wereldomvattend op minder dan twintig vierkante centimeter. Elke song is op canvas gezet met het aller fijnste penseeltje dat de artiest kon vinden. Burying The Dead, geen titel die uitnodigt tot olijk hosannageroep, biedt weltschmerz op maat van een zolderkamer met uitzicht op een blinde muur. Door je geopende raam hoor je een eenzaam harmonium, een lapsteel, strijkinstrumenten en een stem die lijkt te zijn opgetrokken uit smart: het Leiden des jungen Werther-gehalte van dit album is niet alleen onloochenbaar, het is één van de charmes ervan. Zoals de net niet over de top gaande dramatiek dat ook is, onder andere in Your Lover, I’m Cool, Her Town en het schaamteloos mooie The Faith, nummers waarin McGraws stem me meer dan eens doet denken aan mijn jeugdheld Tom Verlaine. En last but not least zijn er de teksten. ‘Isn’t it glorious my love / Christ has risen from the dead / Isn’t it wonderful my love / All the things I never said / One day happiness will find us / Even if it finds us dead’, klinkt het in On Our Knees, een handvol regels waarin McGraw al zijn muizenissen samenbrengt. Als een miniaturist die met een paar achteloze maar o zo beredeneerde penseelhalen zijn handelsmerk zo onopvallend mogelijk achterlaat op een nieuw prachtstuk.
 
 
 
 
Martin Overheul
Richard McGraw
Burying the Dead