Rob Jungklas: The Spirit And The Spine

 
 

Sommige albums komen aan als een forse mokerslag in je gezicht. Ze snijden je de adem af, bezorgen je hartkloppingen en pompen je aderen vol adrenaline. Fear van John Cale is voor mij zo’n plaat. Born To Run van Bruce Springsteen. En London Calling van The Clash. Platen die zo opstandig zijn, zo onbeschroomd, dat ze je – al is het maar voor even – uit je evenwicht halen. Zoals een welgemikte trap onder je kont dat ook doet. Weg stof, weg veilige gerieflijkheid, weg afbakening. Tot je, want daar draait het gewoonlijk op uit, je evenwicht hebt hersteld en je je realiseert wat er zojuist gebeurd is. The Spirit And The Spine, het negende album van Rob Jungklas, hoort wat mij betreft ook in dat rijtje: de plaat is verschroeiend, ontroerend, ontregelend en overweldigend tegelijk.

Maar genoeg superlatieven. Muziek moet eigenlijk voor zichzelf praten, en dat doen de tien splinterbommen op dit album met luide stem. Black Snake Moan (met de gedenkwaardige zin “I’m sideways in my skin”) opent de feestelijkheden met gitaren (Rob Jungklas en Luther Dickinson) die zo scherp zijn als een pas geslepen scheermes, drums (Robert Barnett) die in staat zijn een forse betonnen paal de grond in te rammen, en een tekst die zelfs de zwartste kraaien onder ons onbehaaglijk stemt. Uit datzelfde onbehagen komt de elektrificerende, bezwerende, letterlijk en figuurlijk snoeiharde song Automatic voort. “Hate is automatic, it's the nature of the beast”, zingt Jungklas daar, “It's love that's hard!”. De gitaren grommen, de distortion bijt en de drums beuken op je in. En het heilige vuur blijft onstuimig branden in wat daarna nog komt: het verzengde Crawl, dan het driftige Spit dat naar het einde toe onontkoombaar beklemmend is, en het dreigende Say Damn (“I was born to suffer / I was born to bleed / I choose you / You didn't chose me”), vijf songs op rij die zijn ontsproten aan wat ze in (Belgische) gerechtelijke kringen ook wel 'onweerstaanbare drang' noemen, waarbij drang wel héél erg aansluit bij dwang.

Pas in Bring The Night zorgt Jungklas voor enige ademruimte, al laat hij de luisteraar ook hier geen fractie van een seconde los. Dit is opnieuw geen vrijblijvend liefdeslied, zoals er bij Jungklas nergens iets te vinden is dat ook maar enigszins in de buurt komt van lichtzinnigheid. In Rise Dead Man, een nummer waarin de uit de dood verrezen Lazarus rechtstreeks wordt aangesproken, tref je alvast geen luchtigheid aan, maar de song wordt nooit zwaar op de hand. Iets wat overigens voor dit gehele album geldt.

The Spirit And The Spine sluit af met het introspectieve trio Again (“I can be the fire in your belly / I can be the bottle in your hand / I can be the proof / That there's an inch between the monster and the man”), dat extra diepte krijgt door de melodica van Rick Steff, het desolate maar o zo fraaie Serpent On The Fuselage (“Why do the good ones have to die / I don't care about the rest / God in his infinite wisdom / I guess” – op de achtergrond ontwaar ik de schimmen van Roy Orbison en David Lynch) en Glory, een nummer waarmee Jungklas ongegeneerd in zijn 'radiant heart' laat kijken: “All we know is / In the dark / There is a light”. Wat ik in dat licht zie is een weerbarstig spiritueel landschap, waar ik elke keer opnieuw met pure verwondering naar kijk.

Er bestaat veel innerlijke schoonheid op deze wereld. Zoals hier zonder valse schaamte wordt uitgespreid. Dit is muziek als een gebalde vuist. Lang geleden dat ik zo verbijsterd achterbleef na het luisteren naar een plaat...

Martin Overheul
Rob Jungklas
The Spirit And The Spine
Label: 
Madjack Records
Releasedatum: 
12-11-2013
Dit is muziek als een gebalde vuist. Lang geleden dat ik zo verbijsterd achterbleef na het luisteren naar een plaat...

Ook interessant

Rob Jungklas: Blackbirds Rein van den Berg 7 Jun 2017
Rob Jungklas: 7 Sisters Rein van den Berg 20 Oct 2015
Rob Jungklas: Nothing to Fade Rein van den Berg 28 Oct 2014