Robert Plant: Band of Joy

 
 

Het effectieve bestaan van de legendarische Led Zeppelin duurde slechts een paar jaar, maar hun populariteit was (en is nog steeds) van een immense omvang. Niet alleen in Europa, maar zeer zeker ook in Amerika. Op hun laatste albums leek het heilige vuur al enigszins gedoofd, en de band bloedde langzaam dood. De onderlinge verhoudingen waren bekoeld, de koek was op. Het definitieve einde kwam abrupt, indirect met de dood van John Bonham. Op hun reünie, eind 2007, zaten echter velen smachtend te wachten. De grondleggers van weleer stelden niet teleur, hun optredens waren spectaculair. Oude glorie herleefde. Toch koos Robert Plant vooralsnog niet voor een verdere samenwerking met Jimmy Page, maar huppelde verder op het verrassende succes van zijn album met Alison Krauss; Raising Sand. Vergeleken met zijn rockperiode een gezoet album met daarop cover uitvoeringen van Tom Waits, Gene Clark, Townes van Zandt, Sam Phillips en nog een aantal prominenten. Bovendien voorzag het tweetal zich van eerste klas musici en top producent T Bone Burnett. Robert Plant heeft ongetwijfeld met volle teugen genoten van deze laatste herrijzenis, want hij probeert een vergelijkbaar project uit te voeren. Zijn zelfvertrouwen leek groter dan tijdens zijn gehele solocarrière. (waarin hij overigens ook de nodige successen had geboekt.) Een tweede vrijage met Alison kreeg echter niet de gewenste proloog, waardoor de plannen over een iets andere boeg werden gegooid door het benaderen van Buddy Miller. Artistiek hoeft Plant in principe helemaal niets te bewijzen, zijn gedrevenheid zal slechts gemotiveerd worden door het putten van plezier uit optredens en media aandacht. Zou deze man nu nog grenzen willen verleggen, of op zoek zijn naar een stuk persoonlijke erkenning? Nog voordat Led Zeppelin een feit was had Plant samen met Bonham in ‘66 The Band of Joy gevormd, die oude bandnaam werd voor deze gelegenheid nieuw leven ingeblazen. Laat ik proberen over deze nieuwe Robert Plant plaat verder kort zijn. Het is een uitstekend album. Eentje waarmee ik met veel plezier naar luister. Een gevarieerd album ook. Het zoete van Raising Sand wordt iets teruggehaald, maar ook rockelementen worden meer op de voorgrond gebracht. Tja, en de artiesten die meewerken aan Plant’s herrijzenis zijn allerminst verkeerd te noemen; Marco Giovino, Patty Griffin, Byron House, Buddy Miller en Darrell Scott. De eerste twee nummers openen voor dit album iets te zwaar voor mijn smaak, waarna het bluesy Central 209 voor een rustpuntje zorgt. Silver Rider is wat mij betreft een prijsnummer, het is evenals Monkey genomen van het album The Great Destroyer van de band Low. (Een voor mij onbekende groep, maar eentje die hierdoor terecht wordt belicht) Daarna een luchtig eerbetoon aan de Beatles in een R&B nummer van Bobby & Billy Babineaux. Uitstekend deze aandacht voor onbekend historisch werk. Ook het soulvolle Doo Wop nummer Falling in Love Again van the Kelly Brothers is een uitstekende greep van het duo Plant & Miller. Sommige keuzes sluiten meer aan bij mijn persoonlijke smaak dan andere, maar als geheel een zeer sterk album. Ik hoor nog niet het niveau van de eerste Zeppelin platen, maar die hebben dan ook alle gelegenheid gehad om te rijpen. Robert Plant heeft met zijn Band of Joy een uistekende plaat gemaakt. Eentje die hoog zal scoren in de eindejaarslijstjes. Mijn persoonlijke top 10 zal hij wellicht niet halen, want de concurrentie is sterk genoeg. Toch is dit sterrenalbum niet te verwaarlozen. Luister maar eens hoe geolied deze band een traditioneel nummer als Satan Your Kingdom Must Come Down neerzet. Grote klasse! 

Rein van den Berg
Robert Plant
Band of Joy