Roepaen Festival 2010

Zondag was de 5e editie van het Roepaen festival in Ottersum. Het oude klooster werd die dag even omgedoopt tot een rootstempel waarin singer/songwriters en bands hun niet geringe kunsten aan het publiek lieten zien. De dag begon in de sfeervolle kapel met Rachel Harrington die werd begeleid door Rod Clements die onder meer in Lindisfarne heeft gespeeld. Ik had hoge verwachtingen van dit optreden maar ze werden niet ingelost.

 
Het songmateriaal kon me niet echt boeien en met name de stem van Harrington had enkele onvolkomenheden die voor mij storend waren. Regelmatig was haar stem onvast hetgeen misschien te wijten was aan het intensieve touren van de laatste maanden. Daarnaast vond ik dat haar stem, oneerbiedig gezegd, soms snerpend overkwam en ik moest tijdens het optreden meer dan eens terugdenken aan discussies die in het forum van Johnnys Garden zijn gevoerd over hoe een stem kan worden ervaren. Mede hierdoor was het optreden van Harrington voor mij niet meer dan een opwarmertje van wat een memorabele editie zou blijken te worden. 
 
Na Harrington was de Nederlandse band Okieson aan de beurt in de kleine zaal “Nightlife”. Okieson bracht een combinatie van Americana en rock. De band heeft zeker potentie. Meer dan dat want het optreden was bij tijd en wijlen zelfs intens. Alleen de zanger van de band was zichtbaar niet op z’n gemak en stond stijf van de zenuwen hetgeen te merken was op de momenten dat hij het publiek moest aanspreken, Dat had z’n weerslag op het optreden en dat was jammer want als deze vent begint te zingen en te spelen is het alsof hij alles om zich heen vergeet en deed hij me, qua intensiteit, zelfs af en toe aan een Jeff Buckley denken. Nu nog het juk van die nervositeit kwijtraken en dan zou deze band wel eens heel erg groot kunnen worden.
In de kapel ging het verder met Peter Broderick. Het mooie aan een festival als dit is dat je sommige artiesten niet kent en dus niet weet wat je kunt verwachten. Er stond een piano, een gitaar, een viool en een zaag. Broderick kwam op en startte zijn set met “Sideline” en ik wist niet wat me overkwam. Prachtig is een woord dat dit fabuleuze optreden te kort deed. Broderick maakte veelvuldig gebruik van loops die hij ter plekke op het podium opnam en afspeelde. Zo zorgde hij voor verschillende lagen aan instrumenten en geluiden. De sfeer die hij daarmee opriep, het gegeven dat het optreden plaatsvond in de kapel en daarbij behorende lichtinval maakte dat dit optreden zo gedenkwaardig werd. Broderick schrijft schitterende nummers en heeft een fraaie stem die ergens doet denken aan Dave Tate, Het optreden was verfrissend, inventief en Broderick was bovenal ontwapenend. Mijn kompaan Gijs was het roerend met me eens: dit was een geweldig optreden dat en toe zelfs ontroerde.
 
Hierna wilden we de gang maken naar de band “Headwater” maar bij de ingang van “Nightlife” liep ik Matt Harlan tegen het lijf en heb ik even met hem gepraat. Een hele aardige vent die Matt. Lekker relaxed en hij zit goed in zijn vel. Dat zie je gewoon. Nadat ik hem had gezegd dat ik uitkeek naar zijn optreden zijn we naar een “surprise optreden” gegaan. Deze akoestische optredens vonden plaats in een ruime kamer en ik heb die dag gemerkt dat je daar tot grote hoogten kunt stijgen maar ook ongenadig hard van je voetstuk kunt vallen. Het eerste “surprise” optreden was van een Zweedse singer/songwriter, waarvan ik de naam niet heb gehoord, die normaal gesproken in voorprogramma van Broderick staat. Hij had het heel erg moeilijk. Voor (gelukkig maar) een 15 luisteraars bracht hij drie akoestische nummers. Het tweede nummer, een instrumental, moest hij afbreken omdat hij in de fout ging en dat nam meteen zo’n hap uit zijn zelfvertrouwen dat hij het derde nummer eigenlijk afraffelde en zich hierna uit de voeten maakte.
Dan maar naar Matt Harlan. Toen we in de kapel inliepen zat Matt al op de bühne en schreef hij iets op een papiertje. Hij kwam naar voren en zei tegen ons dat hij een beetje geïntimideerd was door de kapel maar daar was uiterlijk niets van te merken. Hij was nog snel bezig om een setlist op te maken en hij vroeg aan mij of ik nog een suggestie had. Ik stelde hem voor het nummer “Something New” te spelen hetgeen hij meteen opnam in de setlist. Leuk om die spontaniteit te zien. Matt loste de hoge verwachtingen helemaal in. Zijn liedjes van “Tips & Compliments” bracht hij nu zonder begeleiding. Teruggebracht tot de essentie en de nummers, die bol staan van prachtige teksten, bleven recht overeind staan. Een sublieme set.
 
Daarna was het etenstijd en ik kan jullie zeggen dat het niet eenvoudig is om een driegangen menu in een tijdsbestek van 55 minuten naar binnen te werken hetgeen ons ook niet is gelukt. Het toetje hebben we maar gelaten voor wat het was hetgeen mijn weegschaal de dag er na ook best vond zo te zien. 
 
Na de pauze ging het verder met Otis Gibbs in de kapel. Gibbs is een klasbak en dat liet hij ook nu weer zien en horen. Hij heeft ontzettend veel charisma en wist zijn set op een geweldige manier aan elkaar te praten. Ik heb hem vorig jaar in Eindhoven zien optreden en enkele anekdotes vertelde hij ook nu weer, vaak doorspekt van humor. Het deed geen afbreuk aan het optreden want dat was zeer goed. Tijdens de toegift koppelde hij zijn akoestische gitaar los van de versterker, sprong van het podium af en schreed al zingend en spelend door de kapel. Een adembenemend ogenblik. Gibbs werd terecht beloond met een staande ovatie. Daarna was het eigenlijk tijd voor Thus:Owl maar ik heb gekozen voor het surprise optreden van Matt Harlan en de jonge honden van Headwater. Ik had Headwater tenslotte eerder op de dag gemist en dit was een mooie tweede herkansing. Tim Tweedale op lapsteel, volgens mij Patrick Metzger op contrabas, Marc Bryant op mandoline en Jonas Shandel en Matt Harlan op gitaar in een afgeladen en dus benauwde kamer maar deze spontaan ogende sessie was verrukkelijk. Harlan’s “Tips and Compliments” kwam voorbij, een nummer van Townes van Zandt en enkele nummers van Headwater. Het laatste nummer dat werd gespeeld ontaarde in een ritmisch geheel waarbij stoelen, de verwarming en gitaarkoffers werden gebruikt als percussie-instrumenten. Zien is geloven op zo’n moment. Gewoon weergaloos. Het publiek begon aan het eind ritmisch te klappen en de heren waren zo door het dolle heen dat ze een tegenritme met hun voeten op de bühne ten beste gaven. Zelfs de ingetogen Matt Harlan ging helemaal los en ik had het bij Roepaen nog nooit ervaren maar het dak ging eraf.
 
Voor de ultieme cooling down zorgde Horse Feathers in de kapel. Een kruisbestuiving tussen strijkmuziek en Americana. De muziek van dit viertal stond in het teken van perfectie. Iedere noot of tik was afgewogen. Geen makkelijke muziek maar wel erg mooi. Ze gaven een zeer fraaie cover van “Orphan Girl” van Gillian Welch ten beste. Het was het laatste optreden van de tour van de band en ze waren zichtbaar in hun nopjes met het publiek en de zaal waar ze speelde. 
De afsluiter van het festival was Eilen Jewell met haar band. Deze kleine blonde dame gaf een prima optreden waarbij een grote rol voor gitarist Jerry Miller was weggelegd. Ze speelde diverse stijlen, van swing tot rockabilly, en Eilen Jewell heeft zo’n flair dat ze overal mee wegkomt. Ze eindigde haar set met een gloedvolle versie van “Shaking all over”.
 
Terugblikkend een prima editie van dit gezellige en intieme festival. Heel divers ook waardoor er geen “muziekmoeheid” heeft opgetreden. Laten we hopen dat het volgend jaar het Roepaen festival wederom zo’n spannende aangelegenheid zal worden. 
 
Ed Muitjens