Roepaen V, 16 oktober 2011

Zondag 16 oktober, de vijfde editie van het Roepaen festival. Vorige edities hadden wat meer grote namen, maar voor mijzelf was alleen al de komst van Chris Pureka voldoende om vooraf een kaartje te bestellen. Had trouwens weinig gescheeld of het was voor mij helemaal niet doorgegaan, de donderdag ervoor met griep in bed gebleven en zondagochtend nog aan het twijfelen of ik wel mee moest gaan. Toch gedaan, maar op de terugweg voelde ik al weer dat het niet zo’n verstandige zet was geweest. Maar goed, allemaal overleefd uiteindelijk en de dag zelf bleek zeer de moeite waard.

Om half twaalf togen Ed, Math, Marie-José en ondergetekende naar Roepaen en ondanks het feit dat we een stuk moesten omrijden door slecht aangegeven wegwerkzaamheden kwamen we ruimschoots op tijd aan.
 
Anne Coogan opende met gitarist Daniele Fiaschi het festival met een wat kortere set dan de rest. Ze maakten er een uitstekende opening van, enkele songs kwamen nog beter en mooier uit de verf dan op de plaat, met name het werkelijk schitterende ‘Streamers.’ Het getuigde van lef dat ze het aandurfde om in een set van 35 minuten het tien minuten durende ‘The Crucifixion’ op te nemen, maar het ging beiden uitstekend af en het publiek luisterde ademloos.
Aan het einde van de set werd bekend gemaakt dat beiden later nog een tweede set zouden afleveren in een klein zaaltje. Dat bleek samen te vallen met het optreden van Chris Pureka, waardoor mijn medereizigers zich meteen het hoofd begonnen te breken wat te doen. Zelf vond ik het een no-brainer, Chris was de voornaamste reden dat ik hiernaartoe was afgereisd en Anna had ik net al gehoord en zou komende dinsdag ook weer in Heerlen optreden (wat ik dan weer door de teruggekeerde griep moest missen, maar dat wist ik toen nog niet). De drie anderen konden er nog even rustig over nadenken, want eerst kwam er nog een optreden van Kendel Carson.
 
Dat concert was in de fraaie kapel van Roepaen, terwijl Anna het met de ‘night club’ had moeten doen. Kendel trad op met onder meer Dustin Bentall op gitaar (en zang). Ze heeft een mooie stem en speelt fraai viool, maar het combineren van beide is live altijd wat lastiger dan op de plaat. Het sterk op country leunende concert was het aanhoren meer dan waard, maar echt goed van de grond kwam het naar mijn idee niet.
Na afloop waren mijn metgezellen er uit, ze gingen allemaal, ondanks mijn warme aanbevelingen voor Chris Pureka, naar Anna Coogan. Dus sloop ik alleen de night club in, waar al snel een met gitaren uitgerust duo door de duisternis naar het podium sloop en na een korte, ietwat verlegen introductie van start ging. Chris zag er tot mijn verbazing, haar eerste plaat dateert tenslotte al van 2004, uit als een jochie van een jaar of negentien, nonchalant gekleed en slordig haar. Samen met Sebastian Renfield speelde ze een gedreven set met veel songs van haar meest recente plaat ‘How I Learned To See In the Dark.’ Die schitterende plaat laat zich beluisteren als één continue stroom van donker getinte liedjes, die meteen onder de huid gaan zitten. Datzelfde effect wisten ze hier live ook te bereiken, met prachtige uitvoeringen van songs als ‘Wrecking Ball’ en ‘Time Is the Anchor.’ Adembenemend.
 
Die heerlijke flow wisten beiden later tijdens het extra concert in het kleine zaaltje niet te bereiken. Blijkbaar voelde ze zich in zo’n normaal verlicht zaaltje duidelijk minder op haar gemak dan in de donkere night club. Ze bekende ook nogal verlegen te zijn, en dat dat de reden was dat ze de neiging had haar (erg fraaie) stem wat achter het gitaarspel te verbergen. Niettemin wist ze ook hier een erg fraaie vertolking te geven van ‘California,’ te vinden op haar Chimera-ep. Enkele covers, waaronder Neil Young’s Helpless, kwamen echter veel minder uit de verf.
De Anna Coogan-groupies kwamen verrukt uit het kleine kamer-concert van Anna. Ze vertelden dat het nog beter was dan haar eerdere optreden, mooi intens en intiem. Qua persoonlijkheid is Anna ook zowat de tegenpool van Chris Pureka: open en spontaan en ze staat graag in de spotlights. Het missen van het concert van Chris wilden ze goedmaken door ’s avonds haar tweede optreden te bezoeken, maar ze hadden dus de pech dat dat echt niet te vergelijken was met haar eerste set. Ed noteerde dat hij vond dat Chris wel een mooie stem had, maar dat er nauwelijks iets van haar teksten te verstaan was doordat haar akoestische gitaar de zang compleet overstemde en dat de elektrische gitaar van Sebastian Renfield nauwelijks hoorbaar was en dat die eigenlijk voor Jan Doedel speelde. Daar heeft hij gelijk in. De conclusie moet zijn dat we allemaal in ieder geval één memorabel concert gemist hebben, maar zoiets moet je bij zo’n festival met parallelle concerten nu eenmaal voor lief nemen.
 
Ana Egge mocht acte de présence geven in de kapel. De eerste helft van haar concert speelde ze solo, waarbij ze heel duidelijk bewees een uitstekende gitariste te zijn. Haar spel op de slide gitaar was ook een lust voor het oor. Na een minuut of twintig betraden begeleiders Trish Klein (bekend van the Be Good Tanyas en een begenadigd multi-instrumentalist), Darren Parris (bas) en John Raham (percussie) het toneel en kreeg de set een enorme oppepper, waarbij ik moest bekennen dat de uitvoeringen van de songs van haar jongste cd, Bad Blood, me een stuk prettiger in de oren klonken dan op de plaat. Zelf was ik dan ook erg te spreken over dit concert, maar Ed, Math en Marie-José bleken iets minder gecharmeerd van Ana; ze vonden met name de eerste helft aan de saaie kant.
 
Nog voor de pauze mocht de eerste echte band het podium op. The Epstein bleek een regelrechte verrassing: ze speelden een zeer energieke en afwisselende set, waarmee ze de night club op de grondvesten deden trillen. Zanger/gitarist Olly Wills is een zeer charismatische persoonlijkheid, die de overige bandleden echter de ruimte biedt om ook te excelleren. Helaas bleken cd’s na afloop niet beschikbaar (net als bij Chris Pureka, haar cd’s waren tot haar afgrijzen niet door de douane gekomen), wel een tweetal ep’s, en ook bij het standje van Lucky Dice waren ze niet beschikbaar. Jammer, we zouden er zo drie hebben afgenomen.
 
Na de pauze kwam allereerst Frazey Ford in de kapel opdraven. Net als Trish Klein (die ook bij dit optreden van de partij was) is ze vooral bekend van the Be Good Tanya’s en de samenzang van beide dames is nog steeds opmerkelijk fraai. De set was gevarieerder dan we allen verwachtten, mede dankzij enkele goed gekozen covers als One More Cup of Coffee van Dylan en Happy Song van Otis Redding. Zeker geen teleurstelling, dit optreden.
Christian Kjellvander trad vervolgens in de night club op, maar alleen Ed heeft een groot deel van dit succes bijgewoond. Na een aantal concerten treedt bij ons allen wel enige muziekmoeheid op en een kopje koffie of een pilsje worden dan erg aantrekkelijke alternatieven. Voor mezelf gold dat me duidelijk begon te worden dat de griep toch nog niet echt over was. Ed noteerde dat Christian hem wel wist te overtuigen met een aantal prachtige en fraai gezongen songs, maar dat de begeleidende gitarist (Tias Carlson) zich af en toe liet verleiden tot merkwaardige kakofonische escapades.
 
De afsluiting van de dag voor ons werd verzorgd door Israel Nash Gripka (we hadden besloten de echte afsluiting door The Wynntown Marshalls vanwege de lange terugreis te laten schieten). Gripka gaf een ‘akoestisch concert’ en begon solo, eerst versterkt op het podium en vervolgens echt akoestisch onderaan het podium in de zaal. Helaas blijken dan zijn songs toch wat te dun om ook zo echt te boeien en zijn schreeuwerige uithalen niet veel meer dan een maniertje. Ed memoreerde later in de auto nog dat iemand als Otis Gibbs, qua type enigszins vergelijkbaar, vorig jaar in de kapel op ongeveer hetzelfde tijdstip dan toch van een heel ander kaliber was.
Nu weet Gripka met zijn band natuurlijk wel een zaal plat te krijgen, dus de hoop was gevestigd op het tweede deel toen de Fiero’s erbij kwamen. Maar helaas maakten ook die, zo aan het eind van een uitgebreide tour, een nogal uitgebluste indruk. Marie-José, Math en ikzelf hielden het snel voor gezien, en Ed bekende eigenlijk vervolgens meer aandacht gehad te hebben voor zijn camera dan voor het concert.
Maar uiteindelijk was alleen Gripka een teleurstelling en we togen opgewekt (nou ja, ik ietsje minder dankzij de weer opkomende griep…) en voldaan na een mooie dag huiswaarts. Roepaen is eigenlijk elk jaar weer een aanrader.
John Smits