Steve Earle: I’ll Never Get Out Of This World Alive

 
 

Steve Earle’s laatste originele werk (Washington Square Serenade) dateert alweer van 2007. Twee jaar later verscheen natuurlijk Townes, het postume eerbetoon aan vriend en mentor Townes van Zandt. Dat album kon mij, in tegenstelling tot WSS, niet zo bekoren, hoewel ik het originele werk van Van Zandt een warm hart toedraag. Ondanks dat keek ik uit naar nieuw werk van dit voormalige ‘enfant terrible’ van de rock ’n country. 56 jaar oud alweer en inmiddels voor de zevende keer getrouwd; ditmaal met singer-songwriter Alison Moorer. Earle is neergestreken in de voormalige bakermat van de folk scene, Greenwich Village, New York City. Hij heeft een rustig leventje opgebouwd, kreeg samen met Moorer een blakende zoon (zijn derde), en heeft de laatste jaren naast de muziek ook een carrière als acteur in series als ‘The Wire’ en ‘Treme’. En nu is hij ook nog bezig met het schrijven van een roman.

 
Earle mag je gerust een hard-core troubadour met een onrustige levenswandel noemen. Zijn carriere ging langs toppen en dalen. Deels verantwoordelijk voor de opleving van de (alternatieve) country in het midden van de jaren tachtig (Guitar Town en Copperhead Road), maar ook verschillende scheidingen, drank- en drugsmisbruik, huiselijk geweld en gevangenisstraf zijn onderdeel van de periode jaren tachtig en eerste helft jaren negentig. Vanaf zijn vrijlating en afkickperiode rond 1995 levert hij steevast kwalitatief goede albums af, waarbij Train A Comin, El Corazon, The Revolution Starts Now en Washington Square Serenade het benoemen waard zijn. In zijn teksten is Earle vaak erg politiek bewust en geëngageerd. In zijn muziek laveert hij tussen rock, country, folk, rockabilly, bluegrass en blues.
 
Toch hoor je de laatste jaren steeds meer geluiden opgaan dat spanning en scherpte uit zijn muziek verdwijnen en zijn platen steeds vlakker worden. Ik ben het daar deels mee eens, maar kan een album als Washington Square Serenade toch niet slecht of vlak noemen. Erg nieuwsgierig was ik dus naar dit album, zeker nadat ik vernam dat dit project samen zou worden gemaakt met producer T-Bone Burnett. Burnett staat garant voor een doorleefde, rauwe en kale productie. Een uit duizenden herkenbare sound die, met wie hij ook werkt, een stempel op het product zet. Burnett weet als geen ander de essentie van een muzikant te vangen en die om te zetten in sfeervolle en sobere songs. De combinatie Burnett en Earle zou een topproduct moeten opleveren.
 
Na de eerste beluistering van Ill Never Get Out This World Alive was ik teleurgesteld. Vlakke songs die niet blijven hangen en teksten die niet pakken, was mijn eerste indruk. De combinatie Earle en Burnett was, dacht ik, niet datgene geworden wat Burnett wel bij Elvis Costello, Ryan Bingham, Alison Krauss/ Robert Plant, John Mellencamp en Elton John/Leon Russell heeft kunnen bewerkstelligen, namelijk de muzikant in kwestie inspireren en tot grote hoogten te laten stijgen. De typische Burnett sound dacht ik wel te ontwaren, maar Earle gaat er niet echt in mee …dacht ik!
 
Echter, na een keer of vijf merkte ik dat ik het album plezierig begon te vinden en na nog een aantal keren begon ik snel weer van voor af aan en pakte de cd ook sneller en ten faveure van overige releases. Het is een groeiplaatje. In deze hectische tijd, waarin er onnoemelijk veel releases over ons worden uitgestort, wordt vaak niet meer echt de tijd genomen een plaat te laten groeien. Ik kan eenieder echter aanraden bij deze cd wel die tijd te nemen. Je wordt beloond met prachtige songs en teksten die pas na herhaaldelijk luisteren de kwaliteit volledig prijsgeven. Geopend wordt er met een aantal, dat erg gericht is op folk en bluegrass. Watin’ On The Sky, Little Emperor, The Gulf Of Mexico en Molly-O. VanafGod Is God worden de muzikale bakens verzet richting een mix van rock en country. Songs die op het eerste gehoor vlak en nietszeggend lijken, maar vervolgens pareltjes van ingehouden sfeer en zeggingskracht blijken. Er komt nog een duet met partner Allison Moorer voorbij en de theme song van de HBO serie Treme, This City.
 
Een rode draad door het album is de eigen sterfelijkheid van Earle en de vragen die dat de laatste jaren met zich mee heeft gebracht. Zijn nieuw hervonden geluk zal daar ongetwijfeld een rol bij hebben gespeeld. Van vervlakking kan ik bij Earle dus toch niet spreken. Waar de critici waarschijnlijk op doelen is dat er een verschuiving plaats heeft gevonden van spanning en scherpte die zich vanuit zijn roemruchte verleden vertaalden naar zijn muzikale werk, naar een situatie waarin Earle zich blijkbaar eindelijk gesetteld en gelukkig voelt, maar waarbij hij zich gaat afvragen of en hoe lang dat geluk mag blijven duren. Dat laatste roept tevens een mooi spanningsveld, zij het van een andere soort, op.
Arjan Post
Steve Earle
I’ll Never Get Out Of This World Alive
Releasedatum: 
26-4-2011