The Wailin’ Jennys: Bright Morning Stars

 
 

Door de jaren heen heb ik op muzikaal vlak altijd van een breed palet gehouden. Jezelf beperken tot een of twee stijlen en die vervolgens tot op de bodem uitdiepen, heeft me nooit getrokken. En de kans dat dit ooit nog eens zal gebeuren, schat ik bijzonder laag in. Daarvoor ben ik uit eigen keuze te veel een generalist en te weinig een expert. Specialisme komt me nog steeds te zeer voor als het louter verkiezen van de chardonnay druif terwijl er legio andere druivenrassen zijn die de basis vormen voor talloos veel verrukkelijke wijnen.

 
Uiteraard ligt niet élke muziekstijl in het midden van dat pallet. Ook een generalist heeft tenslotte zijn preferenties. Er is een kern en er is de periferie, maar de een sluit de ander niet uit. 
 
Nee, het middelpunt en de rand vullen elkaar perfect aan. In mijn geval wordt die aanvulling bepaald door drie heel simpele criteria: raakt de muziek me fysiek (denk aan de heupen), emotioneel (denk aan de geest) of is het een combinatie van beide. Om maar meteen een voorbeeld te noemen: een band als de Clash raakt me fysiek, bij John Martyn is dat emotioneel, en bij John Cale en Elvis Costello is het beide.
 
De periferie van mijn muziekwereld werd jarenlang bevolkt door lieden die zich voornamelijk ophielden in wat men ooit defolk scene noemde, maar sommigen maakten zich van die rand los en schoven op naar het hart. Richard Thompson is zo iemand, Sandy Denny was zo iemand. En gaandeweg waren er heel wat anderen die zich in diezelfde richting begaven. Wat niet wegneemt dat folkmuziek (en dan bedoel ik niet de definitie die Louis Armstrong eraan gaf) zich niet echt in het brandpunt van mijn vizier bevond of bevindt.
 
Maar er zijn gelukkig telkens weer uitzonderingen die de regel bevestigen. Zoals het hemelse Canadees-Amerikaanse trio The Wailin’ Jennys, die met hun vierde studioplaat Bright Morning Stars zorgen voor een overvloed van zonlicht in dit aards jammerdal. Ruth Moody, Nicky Mehta en Heather Masse, die in 2007 Cara Luft verving toen die besloot zich voortaan te richten op een solocarrière, hebben ieder individueel een stem om roomboter mee te smelten, maar met zijn drieën zijn deze dames in staat honing van azijn te maken.
 
Dertien songs lang, vanaf de zinnelijke schoonheid van openingstrack Swing Low Sail High tot en met het dwars door de ziel snijdende slotakkoord Last Goodbye, laten de Wailin’ Jennys horen waar het volgens mij in muziek onder meer om gaat: schoonheid, ontroering en vervoering, termen die alle drie een plaats verdienen onder de beschermende paraplu van de emotie. En wat meer is, nergens wordt de muziek opgeblazen tot bijna bovenaardse proporties – een euvel waaraan de vele U2’s van deze wereld al eens lijden wanneer ze de luisteraar duidelijk willen maken dat er iets van betekenis volgt. Zingen over liefde, pijn, verlies en het leven tout court kan namelijk ook gewoon klein worden gehouden, luister maar naar het ontroerende Away But Never Gone, het gospelachtige Storm Comin’ of het zachtjes deinende What Has Been Done. Of nee, luister gewoon naar het volledige album. Want dat is klein, maar tegelijkertijd onmetelijk fijn.
Martin Overheul
The Wailin’ Jennys
Bright Morning Stars