West My Friend: Quiet Hum

 
 

Canadese muzikanten kunnen bij mij redelijk snel rekenen op mijn sympathie. Misschien heeft dat te maken met het feit, dat zij niet zo snel de aandacht zullen krijgen, die Amerikaanse collega's wel vaak ten deel valt. Een van die groepen is West My Friend, het vierkoppige gezelschap dat muziek maakt ergens tussen indie roots en kamerfolk in. Vooral geïnspireerd door artiesten als Owen Pallett, Joanna Newsom en the Punch Brothers.

Met name de laatste hoor ik terug in hun muziek. Twee jaar geleden maakte ik met hen kennis bij het verschijnen van When the Ink Dries. Het album kon overigens rekenen op uiterst lovende kritieken, waaronder die van Folkradio UK. Dé grote blikvanger is de pure en soepele stem van Eden Oliver. Collega Martin Overheul zou haar stem waarschijnlijk omschrijven als balsem voor de ziel. De muziek wordt verder gekenmerkt door de aanstekelijke arrangementen van bas, mandoline en accordeon met invloeden ontleend aan jazz, klassiek, folk en pop.

Quiet Hum werd geproduceerd door de met een Juno genomineerde David Travers-Smith (Ruth Moody, Oh Susanna) en opgenomen in de Fiddlehead Studio op Mayne Island, waardoor er onder andere boomkikkers en paarden te horen zijn in de opnames. Wat mij vooral aantrekt in hun muziek is hun inventieve arrangementen, maar ook het vaak melancholische karakter ervan, vooral veroorzaakt door de zang van Eden Oliver in combinatie met de accordeon. Where Has My Love Gone had overigens zo kunnen staan op het prachtige Toll of the Bell van Lakes of Canada, een andere Canadese band die kamerfolk maakt. Verder vermeldenswaard is dat Tombée in het Frans gezongen is. Echte favorieten heb ik niet, wel had het album even tijd nodig om zijn geheimen bloot te geven.

Review
Theo Volk
West My Friend
Quiet Hum
Label: 
Grammar Fight Records
Releasedatum: 
17-6-2016
Wat mij vooral aantrekt in hun muziek is hun inventieve arrangementen, maar ook het vaak melancholische karakter ervan