Affinity

Affinity

Affinity

Categorie:

door Ed Muitjens

09-02-2022

Het is zo’n typische groep uit de vroege jaren ’70, Affinity. Opgericht door een aantal studenten uit Sussex die hun eerste stappen in de jazz hebben gezet. Hun eerste en meteen laatste album uit 1970, dat als titel de naam van de band heeft meegekregen, leunt veel meer aan tegen de rock zonder dat de jazz elementen zijn verdwenen. Nu heb ik sowieso al een zwak voor die eerste jaren van het decennium waarin “Affinity” het levenslicht zag. Bands experimenteerden er vrolijk op los, gitaar en Hammond orgel stonden meer dan eens centraal en het geluid van de drums vond ik in die periode gewoon erg lekker klinken. Dat in tegenstelling tot de jaren ’80 waarin drums wanstaltig weelderig uit de boxen moesten knallen en iedere slag op de drums vergelijkingen opriep met de titel van het voorlaatste Deep Purple album: “Whoosh”. “Affinity” vind ik een heerlijke plaat. Ook hier zijn voor het Hammond orgel en de gitaar belangrijke rollen weggelegd. Maar misschien is zangeres Linda Hoyle wel de belangrijkste troefkaart. Haar stem kun je ergens plaatsen in de Grace Slick hoek. Zelfs naar de hoes kijk ik graag. Typisch (ja hoor, daar gaat ie weer…) jaren ’70. Een hoes die alles te maken heeft met sfeer. Zo’n hoes waar ik als jonge puber vaak naar staarde terwijl ik naar de muziek luisterde. Zoals ik ook met enige regelmaat naar het debuutalbum van Black Sabbath of naar de hoes van “Rock ‘n roll animal” van Lou Reed heb getuurd.

Ik weet dat, als ik dit album zal posten, de smaakpolitie met loeiende sirenes onze straat zal binnenrijden. Ik zal niet schrikken. Ze zijn wel vaker ‘op bezoek’ geweest. Een aantal opsporingsambtenaren van onbesproken gedrag en voorzien van een neusje voor de zalm zullen onze voordeur forceren. Ook nu zal mijn nekvel het doelwit zijn. Ik zal tegen de grond worden gewerkt, in de handboeien worden geslagen terwijl ik een badge voor mijn ogen zal krijgen gedrukt waarop een term als “exquisite taste” of iets dergelijks valt te lezen. Terwijl mijn hoofd tegen de tegelvloer wordt gehouden zullen in mijn oren allerlei verdenkingen worden geschreeuwd. Dat ik strafbaar ben ingevolge het Wetboek van Smaak. Dat ik word verdacht van het luisteren naar bedenkelijke muziek en van het opzettelijk en heimelijk genieten van foute hoesfoto’s. Gedwee laat ik mij afvoeren. Voor de zoveelste keer. Tijdens het verhoor hoor ik de ontsteltenis in de stemmen van de verhoorders. Hoe ik in Godsnaam naar deze muziek kan luisteren. Ik zal aandragen dat Affinity is ontdekt door jazz icoon Ronnie Scott en dat Led Zeppelin’s John Paul Jones zijn handtekening heeft gezet onder een aantal blazers- en strijkarrangementen. Het zal niet helpen. Ik zal bekennen dat Affinity beter had kunnen afblijven van Bob Dylan’s “All along the watchtower”. Het is niet de beste cover hoewel die Hammond solo geweldig is. Voor de rest zal ik mij gedragen zoals een goed verdachte betaamd: ik zal liegen dat ik barst. Ik zal zeggen dat ik vroeger niet alleen geen fietsje maar ook geen platenspeler heb gekregen. Als ontlastende factor zal ik ook aandragen dat mijn ouders mij hebben bestookt met Mantovani en John Woodhouse platen. Ik zal zeggen dat mijn eerste echte single “Everybody was Kung Fu Fighting” van Carl Douglas is geweest. Het begrip zal stilaan groeien en enig medelijden zal af te lezen zijn van de gezichten van de verhoorders. Nadat ik in vrijheid ben gesteld zal ik naar buiten lopen. Ik zal mij niet omdraaien. Ik zal mijn rechterarm omhoog steken en een vuist ballen. Hoogstwaarschijnlijk zal ik nog mijn rechter middelvinger uitschuiven. Heel voorzichtig maar het zal niet te missen zijn. 

Thuis aangekomen zal ik “Highway to hell ” van AC/DC opzetten. Ik zal tenslotte even stoom moeten afblazen. “Godverdomme, hoor ik daar die k*t sirenes alweer?”