authrb

Various artists

Authentic Excello R&B

Categorie:

door Ed Muitjens

03-12-2020

Je hebt albums in de kast staan die puur voor vermaak dienen, maar iedereen zal links- of rechtsom wel een plaat hebben die, historisch gezien, iets meer meerwaarde heeft dan ‘de doorsnee cd’. De in 1993 verschenen bluesverzamelaar “Authentic Excello R&B” is zo’n album. Nu vraagt dat enige nuancering want eigenlijk is de vinyl versie met de titel “Authentic R&B” uit 1963 het album met importantie. Want in dat jaar verscheen die plaat met zestien bluesnummers van het in Nashville gevestigde Excello Records, het label van Ernie Young. Hoewel Young een eigen studio had leunde hij, met betrekking tot bluesopnamen, nadrukkelijk op de schouders van de vanuit het moerassige Louisiana opererende J.D. Miller. Het is daarom niet vreemd dat die oorspronkelijk vinyl versie uit 1963 barstensvol staat met schitterende ‘swamp blues’ van onder meer Lightnin’ Slim, Slim Harpo Silas Hogan en de naam die mij, om bekende redenen, het meeste aanspreekt: Lazy Lester. En alhoewel de muziek bedoeld was voor zwarte jongeren in het zuiden van de V.S. vond het album zich vooral een weg naar de platenspelers van jonge Britse muzikanten die ademloos hebben zitten te luisteren naar deze muziek. En vervolgens “geïnspireerd” raakten. Feit is dat de muziek massaal werd opgepikt en belangrijk is geweest voor de Britse bluesboom in de jaren ’60. Slim Harpo’s “I’m a king bee” werd gecoverd door de Stones, Lazy Lester’s “I’m a lover not a fighter” door The Kinks en Slim Harpo’s “I got love if you want it to” door zowel The Kinks als The Yardbirds. Over de invloed van de Britse bluesboom op de rockmuziek maar ook op de blues hoeven we het verder niet meer te hebben. Dat is geschiedenis.

In 1993 heeft Ace Records besloten die zestien tracks uit 1963 opnieuw op een verzamelaar uit te brengen en aan te vullen met nog eens acht nummers uit de schatkamer van Excello. Ergens op die cd staat, tussen al die grote namen, een man in de schaduw. Zoals die altijd een beetje in de schaduw heeft gestaan. Een naam die maar zelden genoemd maar die ook prachtige opnamen heeft gemaakt. Daarnaast heeft hij toevallig ook nog eens het mooiste pseudoniem uit de blueshistorie: Lonesome Sundown. Alleen al van die naam druipt de blues af. Overigens kwam Miller met het pseudoniem op de proppen omdat hij hem zo mooi somber en melancholisch vond klinken. Cornelius Green, zo heet hij eigenlijk, heeft samengespeeld met Clifton Chenier en Phillip Walker en heeft zijn hoogtijdagen gekend in de jaren ’50 tot medio jaren ’60. Een heftige scheiding en een chronisch gebrek aan succes zorgden ervoor dat hij zich terugtrok uit de muziekwereld. Geloof ging een grote rol spelen. In 1977 maakte hij een korte comeback maar in 1979 trok hij er definitief de plug uit. Een beroerte in 1994 ontnam hem zijn spraak waarna in april 1995 voor hem de laatste keer de zon onderging. Hij overleed op 66 jarige leeftijd. De bluesman met die mooie naam was niet meer. 

Maar Lonesome Sundown is met zijn vrienden deze week, terwijl ik werkte, vaak op bezoek geweest in mijn cd-speler. Het blijft fantastische muziek. Ik heb die Britse bleekscheten uit 1963 altijd wel begrepen. Aan het eind van deze week nog iets meer.


Websites