De Pianist met het Pakje

Sjoerd Punter

Egmond

De gitaar waarmee het allemaal begon

The Tielman Brothers in actie op hun Egmonds
The Tielman Brothers in actie op hun Egmonds

Muziek is zo oud als de wereld, maar de geschiedenis van de gitaar als massa-instrument is nog vrij jong. Het begon allemaal in de jaren zestig in Eindhoven. Het is een vreemd verhaal: een simpel gitaartje dat helemaal niet zo goed was veroverde toch de wereld. Trini Lopez, Paul McCartney, George Harrison, John Lennon, Keith Richards, Brian May, Roy Orbison, Rory Gallagher, Gary Moore – allemaal begonnen ze hun muzikale leven met een Egmond-gitaar uit de Frankrijkstraat in Eindhoven. In de jaren zestig produceerde het familiebedrijf Egmond, inmiddels verhuisd naar een industrieterrein in Best, 800 gitaren per dag, zo’n 125.000 gitaren per jaar. De opkomst van de Beatles had voor een gigantische omzetstijging gezorgd. De belangrijkste reden van dit succes was dat de gitaar betaalbaar was voor bijna iedereen. Er was wel een vervelend probleem: de goedkopere modelletjes hadden last van kromtrekkende halzen. Om aan de grote vraag te kunnen voldoen, werd er namelijk hout gebruikt dat niet lang genoeg was gedroogd. Geld verdienen was blijkbaar belangrijker dan goede kwaliteit. Wat dat betreft waren ze bij Egmond hun tijd ver vooruit: vrijwel alles wat er tegenwoordig wordt geproduceerd, heeft immers een geprogrammeerde beperkte levensduur. Wij worden steeds ouder, maar dat geldt niet voor onze apparaten.

De Egmond-gitaren werden gemaakt van beukenhout, dat minstens 48 uur moest drogen. Toen de productie omhoog schoot en er vierduizend gitaren per week de fabriek uitrolden, werd de droogtijd steeds korter. Toon Walravens, chef bij het bedrijf, vertelde in een interview: “Er kwamen steeds vaker zendingen gitaren terug uit Amerika op de expeditie, soms wel de helft van een bestelling, met een zijstuk dat los was geraakt of met een hals die krom was getrokken. Het inpakplastic waarmee de gitaren ingepakt waren plakte soms aan de verse lak, zo snel ging het allemaal.” De uitgevallen gitaren werden voor een prikkie doorverkocht, onder meer aan een vader van een zoon die in een inrichting zat en bij elke woedeaanval een gitaar aan stukken sloeg.

Peter Koelewijn (van ‘Kom van dat dak af’) was de eerste Nederlander die met een Egmond de studio inging. Vanaf 1958 tot 1964 speelde hij op een Egmond, een exemplaar dat hij gratis kreeg. Armand begon zijn carrière ook op een Egmond, een foeilelijk tweedehands exemplaar. Jaren later wist de Eindhovense protestzanger nog precies wat hij ervoor had betaald: 29 gulden en 95 cent. Later stapte hij over op een Gibson J45 uit 1961, die hij voor 800 gulden had aangeschaft bij de Eindhovense muziekhandel Musica (ook eigendom van de familie Egmond). Hij beweerde dat hij deze gitaar had gebruikt tijdens zijn  optreden in het voorprogramma van de Rolling Stones in het Kurhaus op 8 augustus 1964, een show waarbij het interieur vrijwel geheel werd gemold. Jos Brink deed die dag de presentatie. André van Duin stond met een spastische act in het voorprogramma. Armand kwam er echter niet aan te pas. Zijn eerste single ‘En nou ik’ kwam pas een jaar later uit, en flopte. Het zou tot 15 april 1967 duren voordat Armand inderdaad in het voorprogramma van de Rolling Stones mocht aantreden. Dit concert was niet in het Kurhaus, maar in de Houtrusthallen. Het honorarium van Armand bedroeg 69 gulden en 75 cent. De Gibson J45 die hij tijdens dit concert gebruikte, verpatste hij later aan een hasjdealer, niet wetend dat het instrument enorm in waarde zou stijgen.

De Egmond is inmiddels legendarisch. Diverse websites in binnen- en buitenland verheerlijken de gitaar uit Eindhoven. In 2014 verscheen een standaardwerk van 515 pagina’s, met de Egmond-gitaar in de hoofdrol. Het boek werd geschreven door Cees Bakker uit Raamsdonkveer. Hij heeft er zeven jaar aan gewerkt. Een van de erkende liefhebbers, Queen-gitarist Brian May, schreef het voorwoord. May kreeg in 1954 voor zijn zevende verjaardag een Egmond Toledo. In 2002 heeft hij het instrument volledig laten restaureren. Hij was ook plan de Toledo in een gelimiteerde oplaag opnieuw in productie te nemen, samen met Joep Egmond, kleinzoon van de oprichter van het bedrijf. Uiteindelijk is dit plan niet uitgevoerd.

In mei 2010 was ik aanwezig bij een optreden van de singer-songwriter Matt the Electrician uit Austin. Tot mijn grote verbazing had hij zo’n klassiek Egmond-gitaartje voor zijn buik hangen. Het instrument maakte tijdens het optreden zijn reputatie helemaal waar: na elk nummer moest het opnieuw worden gestemd, maar dat deerde Matt kennelijk niet. Hij is verknocht aan het aandoenlijke stukje hout uit Eindhoven.

Uiteraard is niet iedereen te spreken over de kwaliteit van de Egmond-gitaar. Op de site www.gitaar.net wordt duidelijk hoe er in deskundige kringen over de Egmond wordt gedacht. Iemand biedt er een te koop aan. Reactie 1: Hoe lang brandt ie? Reactie 2: Leuk voor aan de muur. Reactie 3 is nog duidelijker: Dat merk had verboden moeten worden… Intussen werd de Egmond Rosetti die George Harrison in 1956 van zijn vader kreeg door het Beatles-museum in Liverpool aangekocht voor vier ton. “Een afschuwelijke gitaar,” verklaarde George Harrison later. Paul McCartney speelde ook op materiaal van de Eindhovense gitarenbouwer, onder meer op de professionele Rosetti Solid 7. Hij heeft zich hier nooit negatief over uitgelaten. Egmond produceerde onder andere namen wel degelijk uitstekende gitaren. De klad kwam erin toen ze in Japan wakker werden, en met een nagemaakte Egmond kwamen die slechts 25 gulden kostte terwijl een echte Egmond 150 gulden moest opbrengen. Daar viel niet tegen te concurreren. In 1974 ging Egmond failliet. De sociale werkplaats in Boxtel ging nog even gesubsidieerd door met de productie, maar zonder succes. Toen was het echt voorbij voor de gitaar you loved to hate.

SJOERD PUNTER 2014