0877746010217-0600px-001

J.P. Harris' Dreadful Wind and Rain

Don’t You Marry No Railroad Man

Categorie:

door Rein van den Berg

23-06-2021

Met een beetje fantasie kun je je mogelijk voorstellen dat het openingsnummer, House Carpenter, mij denken deed aan Jethro Tull, en daarmee doel ik op Ian Andersons zang in diens hoogtijdagen. Bij het tweede nummer maken we dan een kortstondige draai van 180 graden en zijn we aanbeland in bluegrass-land. Dit album geeft de indruk te zijn vervaardigd uit de losse pols. Echter wat je tegelijkertijd hoort is de liefde voor rootsmuziek, en dan vooral gericht op banjo en viool. De ogenschijnlijk losse aanpak heeft geen enkele invloed op het resultaat, sterker het draagt bij aan het ontspannen sfeertje. Het geheel is behoorlijk rootsy, en tevens aanmerkelijk minder country. Eerder folkloristisch, wanneer ik die nuance mag aanbrengen.

J.P. Harris kwam tijdens zijn jeugd of opvoeding in het geheel niet in aanraking met traditionele muziek, deze interesse vormde zich laat. Hij verliet zijn thuis vroeg om de wereld in te trekken. Jaren later bleek tijdens bezoek aan zijn voormalige thuis te Alabama, dat verre opa’s van Harris niet geheel onverdienstelijk hadden gemusiceerd. Hij wijkt met dit album af van zijn gebruikelijke uitvoerende stijl, en heeft voor de gelegenheid Dreadful Wind and Rain aan zijn naam toegevoegd om aan te duiden dat hij ditmaal uit een ander vaatje tapt. Don’t You Marry No Railroad Man doet hobbymatig aan. Dit klinkt amper als werk. Hier hoor je vooral plezier, en ook bewondering. Muziek die vertrouwd aandoet.

In gedachten bevinden we ons op het platteland, omringd door de natuur, en gaan via de traditionele nummers terug in de tijd. Chance McCoy, voormalige lid van Old Crow Medicine Show, springt bij met achtergrondvocalen en fiddle (uiteraard). J.P. neemt zang voor zijn rekening en zette zijn focus op een fretloze banjo. Beide mannen kennen elkaar van vroeger, en voor het maken van de opnames toog Harris (timmerman annex artiest) naar McCoy’s, huis in de bergen van West Virginia. Een ambachtelijke geheel ontstond gaandeweg.

Veelal zijn de nummers voorzien van zang, echter Last Chance onderbreekt die opzet met een uitermate plezierige instrumental. Het nummer komt oorspronkelijk ergens uit eind jaren vijftig, of begin jaren zestig, en werd in die periode uitgevoerd door Hobart Smith (Virginia). The Little Carpenter leerde hij jaren geleden spelen met behulp van een Loma-opname die hij had op cassette. In grote lijnen bleef dit nummer hem altijd bij, maar, verontschuldigd J.P. Harris, het kan zijn dat de tekst op sommige punten zijn eigen loop heeft genomen.

Ik vind deze zijstap van J.P. Harris en Chance McCoy uitermate goed verteerbaar. Een mooie afwisseling op zijn gebruikelijke muziek, en voor hem het uitvoeren van een lang gekoesterde wens die met deze plaat gestalte heeft gekregen. Het fysieke object is wat mij betreft van toegevoegde waarde. Niet alleen vanwege de teksten die zijn bijgeleverd, maar er zijn voor de liefhebbers leuke leeswaardige muziekfeitjes. Verrassend leuke plaat die uitstekend voegt met deze bebaarde Amerikaan.

Label: Free Dirt Records


Releasedatum: 25/06/2021