Duivelsmuziek

15 Mar 2012 door johnsmits

"Een reis begint met luisteren."Het zijn de woorden van Leendert van der Valk: onderzoeker, schrijver en journalist van ondermeer NRC Handelsblad en Jazzism, die een prachtig reis- annex muziekboek heeft geschreven getiteld “Duivelsmuziek”. Samen met zijn vriendin en fotografe Winnifred Wijnker heeft deze liefhebber van blues van Memphis naar New Orleans gefietst waarbij vele plaatsen, waar bluesgeschiedenis is geschreven, werden bezocht. Iedere dag neemt een andere blueslegende als het ware plaats op zijn bagagedrager en fietst een gedeelte mee. “Duivelsmuziek” is een heerlijk verhaal geworden: een verhaal dat met liefde voor de blues is geschreven maar waarin ook de nodige zelfreflectie, zelfspot en vooral humor in terug te vinden is. Een verhaal over een zoektocht waarbij, om aan de “Hellhouds” te ontkomen, letterlijk gefietst moet worden voor het leven… de zoektocht naar die ene oude, gerimpelde neger die nog authentieke countryblues speelt… kortom, de zoektocht naar de blues… Hoe ben je op het idee gekomen om het boek “Duivelsmuziek” te schrijven?“Winnifred en ik wilden al langer naar the Deep South en we houden allebei van fietsen, dus combineerden we die twee. En tja, als journalist wil ik daar dan iets mee, dat gaat eigenlijk vanzelf. Ik merkte dat ik het heel leuk vind om anderen te vertellen over de zoektocht naar de muziek waar ik zo gek op ben en een reisverhaal is daar een mooie vorm voor.”  “Een reis begint met luisteren…” schrijf je in je boek. Midden jaren ’80 kocht ik mijn eerste blues LP: “Slidewinder” van J.B. Hutto. Waar is jouw bluesreis mee begonnen en waarom heb je juist die plaat gekocht?“Dat moet The best of Mississippi John Hurt zijn geweest, op Vanguard. Die zat bij een stapel jazz lp’s die ik via Marktplaats kocht. Toen bleek het veruit de beste uit de stapel. Daarna ben ik me meer gaan verdiepen in blues. Een vriend die veel in het buitenland moest zijn, gebruikte mijn huis als postadres voor de platen die hij online kocht. Hij is bluesfanaat, zo kwamen er elke week fantastische platen bij ons binnen.” In je boek ga je in Mississipi op zoek naar jouw “op een gitaar spelende gerimpelde neger”, die ergens zit op een veranda of langs de weg en die het liefste in armoede leeft. Nou ja vooruit, een beetje dan…Een heel herkenbaar gevoel en verhaal want het liefste komt volgens mij iedere bluesliefhebber die daar rondloopt de nieuwe, nog niet ontdekte, Fred McDowell tegen. Je beschrijft deze zoektocht met de nodige ironie en zelfspot maar in hoeverre voel je je op dat moment de ramptoerist die met een kolonistische bril rondfietst in de Mississippi Delta?“Ja, dat is wel de rode draad van het boek: we zoeken authenticiteit, of althans bevestiging van het beeld dat we daarvan hebben, maar dat betekent dat we ellende zoeken. Er zit zelfs een koloniaal kantje aan die zoektocht. Ik heb me steeds voorgenomen om daar zo eerlijk mogelijk over te schrijven. Het zou te gemakkelijk zijn om daar een beetje langs te schrijven, om die vervelende vragen die je jezelf stelt onderweg in het boek maar niet te behandelen. En je ziet maar weer wat een onzin er eigenlijk in je hoofd zit; uiteindelijk werd de meest ‘authentieke’ blues die we hoorden, gespeeld door een blanke dertiger uit waarschijnlijk een middenklasse gezin.”  Als ik naar mezelf kijk maar ook naar andere bluesliefhebbers dan zie ik in het algemeen een vrij geromantiseerde kijk op de blues. Misschien ingegeven door de vele verhalen die bol staan van de dramatiek (Robert Johnson, Johnny Ace, Bettie Smith enz) en de tot de verbeelding sprekende namen (Lonesome Sundown, Muddy Waters). Daarnaast zie ik vaak een sterke zoektocht naar authenticiteit en exclusiviteit. Indien er een garantie zou bestaan op een veilig thuiskomen zou men bijvoorbeeld het liefste rondhangen in de meest lugubere juke-joints die er maar te vinden zijn en waar uiteraard geen andere blanke in velden of wegen te bekennen is. Herken je je daar zelf in of juist niet?“Uit mijn vorige antwoord blijkt dat ik die ideeën soms ook heb. Maar ik probeer wel realist te zijn, ik dweep niet met ellende. Ik vind er niets romantisch aan dat talloze mensen eeuwenlang zijn uitgebuit. Die uitbuiting, kun je zeggen, heeft blues opgeleverd en mooie, tot de verbeelding sprekende verhalen. Maar ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe de muziekgeschiedenis was verlopen als die ellende er niet was geweest. Misschien had dat wel nóg mooiere muziek opgeleverd.” In Mississippi lijk je tevergeefs op zoek te zijn naar de blues maar vind je de blues naar mijn mening terug in veel personages die jij en Winnifred ontmoeten op jullie tocht zoals de 84-jarige dj en weduwnaar Sonny Payne in Helena die eigenlijk al lang had willen stoppen met zijn werk en de gevangen in de Angola gevangenis die zonder uitzicht op vrijlating er het beste van proberen te maken. Hoe kijk je daar zelf tegen aan?“Dat klopt natuurlijk, daar waren we immers naar op zoek. Vooral Angola is wat dat betreft een bizarre plek die de omstandigheden uit de blues age benaderen. Om terug te komen op de voorgaande vragen: zo leuk is dat dus niet.” Amerikanen gaan naar mijn gevoel vaak slordig om met hun cultureel erfgoed. Dat beschrijf je eigenlijk ook in “Duivelsmuziek”, zonder het overigens veel te benoemen. Toch vond ik het zeer afgelegen graf van Mississippi John Hurt tussen die bomen mooi symbolisch omdat het zijn soberheid en bescheidenheid fraai weerspiegelt. Hoe denk jij daar over?“Het graf van John Hurt was een mooie, rustieke plek om te bezoeken. Ik ben het niet helemaal eens met de stelling over cultureel erfgoed. Amerikanen hebben niet de historie die wij in Europa hebben. Wat zij wel hebben is de geschiedenis van populaire cultuur. In Memphis zie je bijna een wildgroei aan muziekmusea. Ze hebben dondersgoed door dat ze iets bijzonders hebben in die stad. Ik vond het wel opvallend dat zulke musea afwezig zijn in New Orleans, maar dat is dan ook in alles een a-typische Amerikaanse stad.”  In New Orleans, Louisiana (NOLA) ga je met Winnifred naar een optreden van ene John Boutté. Als je het goed vindt citeer ik een passage uit jouw boek omdat ik vind dat je dat moment erg fraai in woorden hebt gevangen: “Winnifred komt terug van het podium met prachtige foto’s. We bestellen nog wat. Dan horen we de eerste noten van “Hallelujah”, het nummer van Leonard Cohen, onsterfelijk gemaakt door Jeff Buckley. Het liedje is in talloze talentenshows platgewalst en onttoverd. Ik vrees dat Boutté me hier gaat kwijtraken, want ik heb oneindig veel versies gehoord, het is nooit Jeff Buckley, die overigens – alles komt samen – bij Memphis verdronk in de Mississippi. Ik neem een eerste slok als John Boutté aan het eerste couplet begint, op het ergste voorbereid. Maar ik kan nauwelijks slikken. Wat doet hij? Hij breekt me steen voor steen af, strofe voor strofe, noot voor noot, tot ik Stendhal achter mijn ogen voel branden. Ik kijk naast me. Winnifred heeft het al opgegeven, er biggelen twee tranen over haar wang. Ik zelf jank alleen om liedjes als ik alleen thuis ben.Dacht ik. Maar ik had weer eens buiten NOLA gerekend.” Kun je drie liedjes noemen die je thuis hebben doen janken en waarom raakte die nummers je zo?“Hmmm… lastig. Geen specifieke liedjes, maar soms kunnen een paar zinnen je opeens helemaal omploegen. Bij mij heeft het vaak met tekst te maken, maar lang niet altijd. Om een voorbeeld te noemen: ik luisterde naar een plaat van Nina Simone (at Carnegie Hall) daarop staat een versie van het gewoonlijk nogal duffe liedje Cotton Eye Joe. Ik zat niets vermoeden te ontbijten en de krant te lezen toen dat liedje langskwam. Opeens kon ik niet meer slikken. Nina Simone heeft dat effect wel vaker op me.”  De muziek vind je in Memphis terug in musea, in New Orleans vind je hem op straat” is een conclusie die je trekt. Waarom denk je dat  de muziek in New Orleans, in tegenstelling tot Memphis overal te vinden is?“Dat heeft er volgens mij mee te maken dat Memphis teert op blues en rock ’n roll, muziek die inmiddels helaas vooral repetoire-muziek is geworden. Er gebeurt weinig nieuws met blues. Dat heeft ook te maken met die ietwat conservatieve hang naar authenticiteit van bluesfans. Geen idee waar dat eigenlijk vandaan komt. New Orleans is een jazzstad, meer gericht op nieuwe vormen, experimenten. In New Orleans is muziek bovendien de ruggengraat van de stad, het verenigingsleven draait om muziek. Dat houdt het levend.”  Ik weet dat je naast een liefhebber van blues ook de jazz en soul een warm hart toedraagt. Zit er wellicht ooit nog een deepsoul fietstochtje in het verschiet?“Ja, graag natuurlijk. Ik zoek nog sponsors ;). Vooral de Cariben en Afrika trekken me trouwens als nieuwe muziekreisbestemming.”