Eerste Nederlandse punkalbum opnieuw uitgebracht

FOTO 4

25 Jun 2020 door Sjoerd Punter

In 1977 verscheen het eerste Nederlandse punkalbum. Het was een snoeiharde productie van de Eindhovense band The Flyin’ Spiderz. Ter gelegenheid van de Record Store Day is onlangs deze plaat opnieuw uitgebracht, dit keer op gekleurd vinyl. Frontman Guus Boers is er blij mee, maar hij hoeft het niet opnieuw mee te maken. “Sommige punkers waren echte viespeuken. Ze vulden een injectiespuit met urine en die richtten ze op mij. Bah. Als ik eraan terugdenk, moet ik nog gruwen”.

De tijd heeft zijn werk gedaan: Guus Boers is allang geen punker meer. Hij is veranderd in een bedachtzame liefhebber van exquise wijnen en verfijnde voeding. In het begin van de jaren zeventig zat hij met holle wangen in de bijstand. Hij was de frontman van een cafébandje dat na jaren ploeteren in de marge werd ‘ontdekt’. Zo kwam het dat ze opeens in Paradiso in het voorprogramma van The Damned stonden. Guus Boers vertelt: “The Damned was de eerste punkband die we aan het werk zagen. We waren zwaar onder de indruk. We hadden nog nooit zo’n spektakel op het podium gezien. Rat Scabies, hun drummer, spoot een of ander spul op zijn dure Zildjian-bekkens en stak het in brand. Hij ging me toch te keer. Ongelooflijk, wat ’n herrie. De bassist was Captain Sensible. Hij had een hondenriem om zijn nek. Hij viel van het podium en bleef met die riem ergens achter haken. Hij liep helemaal blauw aan.”

De eerste optredens van de Flyin’ Spiderz speelden zich af voor een publiek dat met open mond de verrichtingen op het podium volgde. “Aanvankelijk dachten we dat ze onze muziek niet zagen zitten, maar later bleek dat ze nog nooit zoiets hadden gezien en daarom zo reageerden. In Brabant en Limburg durfden alleen de meest ruige tenten ons te laten optreden. Dus speelden we vooral boven de grote rivieren. Daar had je al een paar punks, maar het publiek bestond voor het grootste deel uit hippies. Iedereen zat nog gewoon op de grond. In de Melkweg was de vloer één groot kussen en daar lagen die mensen dan op te luisteren. We stonden om de haverklap in Paradiso. Ik denk dat we daar wel vijftien keer hebben gespeeld. Was niet altijd even leuk. Sommige punkers waren echte viespeuken. Gingen naar de wc met een injectiespuit. Die vulden ze met urine en die richtten ze dan op mij. Bah, als ik eraan terugdenk, moet ik nog rillen. Het ging steeds wilder toe. Zo vielen de speakers een keer van het podium. In de Tagrijn in Hilversum kwam een motorbende de zaal binnen. We hadden ze al horen aankomen op hun motoren. Onze manager vluchtte naar de kleedkamer en deed de deur op slot. Dat konden wij niet doen, wij moesten het podium op. Die lui van die motorbende kwamen ook het podium op. Ze sloegen een paar spijkers in de muur en hingen hun helmen daaraan op. Ze gingen naast me staan met de armen over elkaar en bleven daar het hele optreden staan. Ik kneep hem behoorlijk, maar ze deden helemaal niks. Het wende nooit helemaal. We schrokken regelmatig van wat we zagen. In Utrecht stonden er mensen voor het podium met grote hakenkruizen op hun armen. Ze brachten de Hitlergroet. We snapten best dat mensen tegen ons zeiden: Wij sturen onze kinderen niet naar jullie optredens.”
In het dagelijks leven waren de Flyin’ Spiderz overigens schatten van jongens, helemaal geen dolle honden. “Henri, onze drummer, werkte in die tijd nog gewoon bij Philips. Dat kon natuurlijk helemaal niet. Want punkers werken niet. We kregen ook het verwijt dat we goede muzikanten waren. Dat kon ook al niet. De filosofie was dat iedere punker muziek kon maken, het maakte niet uit met welke kant van de gitaar. Dat vonden we toch wel erg vreemd. Blijkbaar hadden ze niet door dat Steve Jones van de Sex Pistols een heel goede gitarist was, net als trouwens Brian James van The Damned. Die jongens konden echt wel wat.”

Een keerzijde van de nieuwe roem deed zich al gauw gelden. Het waren harde aanvaringen met de Rocking Rebels, een kuivenbende die onder leiding van Rooie Frans het Eindhovens uitgaansleven terroriseerde. Huiverend kijkt Boers terug. “De eerste keer hadden ze ons te pakken tijdens een optreden in de Effenaar. We werden geslagen omdat we een punkband waren. Dat was de enige reden. Gelukkig zijn er mensen tussen gesprongen, want die jongens waren echt niet voor rede vatbaar. Rooie Frans heeft later nog de vriendin van zijn vrouw doodgeschoten. Een ongelukje. Hij wilde eigenlijk zijn vrouw doodschieten. Daar heeft hij zes jaar voor gezeten en toen liep hij weer gewoon op straat. Ik zal nooit vergeten hoe hij mij een keer vreselijk heeft vernederd. Dat gebeurde toen ik sigaretten ging halen in een café bij mij in de straat. De Rocking Rebels zaten op het terras voor het café. ‘Hee Boers,’ zei Rooie Frans op dreigende toon. ‘Doe dat jasje eens uit!’ Ik had een nieuw blauw jasje aan. Ik deed het uit. Rooie Frans trok het aan. Meteen scheurde het jasje doormidden. ‘Oh, het is te klein,’ grijnsde Rooie Frans. ‘Doe je schoenen uit!’ Ik protesteerde, maar kreeg een mes op de keel. ‘Schoenen uit!’ Ik trok mijn schoenen uit. ‘Sjaaltje af!’ was het volgende bevel. Toen had ik het helemaal gehad met de Rocking Rebels. Op sokken ben ik naar huis gelopen. ‘Geen punk meer’ riepen ze mij achterna….”
De slemiel die zijn schoenen moest uitdoen voor een ginnegappend groepje, deed het intussen steeds beter in het buitenland. Uit diverse landen kwamen verzoeken binnen om te komen optreden. De eerste tour speelde zich af in Scandinavië. Bassist Aad van Vugt maakte de tournee niet mee. “Hij was niet meer te handhaven. Was helemaal doorgedraaid. ‘Mein Kampf’ van Adolf Hitler was zijn favoriete boek. Op een keer drukte hij een sigaret uit op mijn wang. Ja, totaal geflipt. Uiteindelijk is hij in de kraakbeweging terecht gekomen. Op een dag is er iets vreselijks met hem gebeurd. Ze zaten met een stel bij elkaar en opeens zei Aad: ‘Ik ben God.’ Iemand anders zei: ‘Oké,’ pakte een hamer en sloeg hem de hersens in. Aad was op slag dood. De jongen die dat heeft gedaan, heeft zich later in de gevangenis opgehangen. Dat heeft me wel aan het denken gezet.”

“In Engeland tourden we met Iggy Pop. Dat ging meteen op de eerste dag al mis. We hadden een busje gekocht met comfortabele vliegtuigstoelen, echt een heel fijn wagentje. Het was ons eerste eigen busje. De tourmanager bleek een groot stuk hasj bij zich te hebben. Hij maakte een lekker blowtje voor zichzelf, kroop achter het stuur en vergat dat ze in Engeland links rijden. Hij reed frontaal op een auto met een bruidspaar. Busje total loss, bruidspaar in de tranen. Gelukkig was Iggy Pop een leuke vent. We konden meerijden in zijn auto met merchandise-spulletjes. We hadden niet veel contact met Iggy. Hij werd helemaal afgeschermd, maar hij heeft ons wel aan het werk gezien. Stond in een badjas helemaal bezweet te kijken naar ons en stak zijn duim omhoog. We hebben ook opgetreden met The Clash. Die hadden een verkleedkoffer bij zich. Daar keken we wel van op. Wij hadden zoiets van punk is echt, je hoeft je er niet voor te verkleden. Mooi niet. De Sex Pistols lieten zich zelfs aankleden door een modeontwerpster. Eigenlijk was het allemaal gewoon een toneelstukje.”
In 1981 trok Guus Boers de stekker eruit. Hij probeerde het een tijdlang met andere muziek, maar het draaide toch uit op een doodgewone baan, vijf dagen per week op de werkvloer van een ziekenhuis. Inmiddels is hij met pensioen. “Ik ben blij dat ik de punk heb meegemaakt, deze laatste stuiptrekking van de rock and roll. Het was een geweldige tijd waarin heel veel energie loskwam. Ik zong uit mijn hart, want ik had heel wat te vertellen. Ik wilde het uitschreeuwen, want ik zat verwikkeld in een persoonlijke strijd. Was bezig om uit de kast te komen. Ik was eigenlijk een heel nette jongen. Veel dingen had ik niet in de gaten. Ik was alleen maar bezig met mijn muziek. Mensen die met z’n drieën of z’n vieren lagen te seksen, dat ging aan mij voorbij. Op een gegeven moment stond ik na een optreden in Londen in de lift. Een meisje dat ons had zien optreden, maakte mijn broek los en begon te friemelen. Wat krijgen we nou, dacht ik. In de lift? Ik duwde haar weg. Laat maar zitten, zei ik.”