RobFranken500

Rob Franken

Fender Rhodes

Categorie:

door Ed Muitjens

10-04-2021

Als het over de soundtrack gaat van de film Turks Fruit dan gaat het altijd over Toots Thielemans, of over Rogier van Otterloo die de muziek schreef. Zelden of nooit gaat het over Rob Franken, de man die achter de Fender Rhodes zat en onmiskenbaar de muziek naar een hoger niveau tilde. Niet voor niets hebben ze hem destijds voor die job gevraagd.

In navolging van Jimmy Smith en Booker T. greep de in 1941 geboren pianist in de jaren ’60 naar het Hammond orgel en toerde door Europa. Een enorme gedrevenheid en genialiteit bleken geen garanties voor succes. Volgens drummer Louis Debij, die destijds onderdeel uitmaakte van zijn band, kwam dat met name door zijn houding op de bühne. Wanneer er werd opgetreden dan ging Franken zitten en begon hij te spelen. Hij zei niets. Kennelijk interesseerde dat hem ook niet. Dat praten lag ook niet in zijn karakter, want hij was een zeer introverte man. “We waren goede vrienden”, zei Toots Thielemans, die Franken lange tijd als vaste toetsenist in zijn band had, “meer dan collega’s, maar we ‘babbelden’ niet veel.”

Ook andere muzikanten, waarmee hij jaren samen speelde, hebben het over die afstand. Altijd maar die afstand. Franken was de eerste Nederlandse muzikant die een Fender Rhodes vanuit Amerika liet overkomen en volgens zijn medemuzikanten maakte hij zich op een bijna maniakale manier meester van het instrument. Franken wist hoe je een Fender moest bespelen, welke noten je moest weglaten en je moet al een kwartel zijn om zijn perfecte timing niet te horen. Zoals hij die Fender Rhodes zo geniaal heeft bespeeld op “That misty read beast”.

Niet alleen speelde Thielemans met hem, hij is ook erg beïnvloed door hem. Toots waardeerde hem zeer, in tegenstelling tot sommige van Robs landgenoten. Volgens de fameuze Belg deden enkele landgenoten zijn spel af met een laatdunkend “het zijn allemaal maar loopjes”. Toots kaatste terug: “Opgepast jongens, dat zijn geen loopjes. En het kan wel zijn dat het loopjes zijn, maar ik heb ze wel allemaal in mijn ‘computerke’ opgeslagen.” Prachtig is het verhaal dat Toots met een aantal opnamebanden van Franken onder de arm naar de V.S. trok en op zijn kamer diens muziek ging bestuderen. “Alsof je als muzikant Russisch aan het leren bent.” Franken, op zijn beurt beïnvloed door Herbie Hancock en Chick Corea, speelde vrolijk verder. Uiteindelijk heeft hij, als sessiemuzikant, op meer dan 400 albums meegespeeld.

Door die afstand blijven een aantal zaken onduidelijk. Muzikanten speelden samen met hem maar kenden hem niet echt. Vriendschappen waren hem vreemd. Hij zou mishandeld zijn door zijn vader, waardoor hij een groot alcoholprobleem zou hebben gehad. Bassist Rob Langereis noemt hem zelfs een ‘vijf sterren alcoholist’ en die kwalificatie eigende hij zichzelf destijds ook toe. “Iedereen zoop in die tijd. Als je niet zoop zou het pas raar zijn geweest.” Zijn zus daarentegen ontkent dit weer ten stelligste. Hoe dan ook, in december 1983 stierf Rob Franken, plotseling, aan een interne bloeding. Hij was slechts 42 jaar. De Nederlandse jazzwereld was in shock en iedereen waarmee hij had samengespeeld verscheen op zijn uitvaart. Toots was er ook. Hij speelde “Nature boy”. Robs favoriet. Niemand hield het droog.

Deze week heb ik weer een paar keer geluisterd naar het live-album “Fender Rhodes”, een weergaloos jazzalbum met een Rob Franken in grootse vorm. Een volgende keer wanneer ik de muziek van “Turks Fruit’ hoor zal ik niet alleen aan Toots en Otterloo denken maar vooral aan deze, bijna vergeten, grootheid.