De Pianist met het Pakje

Sjoerd Punter

Ad Van Meurs

Ik ben natuurlijk geen gewone zanger

Foto Ronald Rietman
Foto Ronald Rietman

De sneeuw kwam ongeveer tot de enkels. Een nieuwe ijstijd leek aangebroken. Het ene na het andere weeralarm werd de wereld ingestuurd, treinen veranderden in nutteloos ijzer, vliegtuigen bleven aan de grond. Blijf thuis was de boodschap, en dat deden de mensen ook. Met uitzondering van één man. “Allemaal onzin”, vond Ad ‘the Watchman’ van Meurs. “Apocalyptische prietpraat dat je de weg niet op mag. We zijn in Nederland veel te teerhartig aan het worden. Fuck them.” Dus stapte hij in de auto en reed/gleed naar Groningen, waar hij stond geboekt voor een optreden. Geen enkel probleem voor Van Meurs. Hij had in zijn lange muzikantenleven wel voor hetere vuren gestaan. “Man, we reden door Oklahoma en daar wil het echt waaien. Dan komen er van die slurfjes langs. En dat hebben we ook overleefd. Weeralarm in Amerika is iets heel anders dan hier. Dan heb je het over een meter sneeuw of meer.” Hij overleed in november 2017. Een bijzonder mens geveld door kanker.

Amerika was een beetje zijn tweede vaderland en een belangrijke inspiratiebron. “Vroeger was het Texas, maar ons epicentrum heeft zich verlegd naar Oklahoma en Missouri. Voor Europeanen is dat het romantische Amerika. Veel prairie en veel eenzaamheid. Het beeld van karakteristieke loners die galopperend op een paard aan de horizon verdwijnen, al is het paard vervangen door een auto. Het landschap herken ik van vroeger, ’n beetje de Peel waar ik ben opgegroeid, ook armoedig. Maar het is toch een heel andere wereld. Mijn Amerikaanse vriend Gene Williams is de meest pacifistische man die ik ken, hij doet geen vlieg kwaad, geeft zijn geld weg aan goede doelen, maar als hij in zijn auto naar links grijpt heeft hij iets gevaarlijks in zijn hand voor als het nodig is. Als ik hem vraag of hij in guns gelooft, zegt hij: why not, life is dangerous. Maf natuurlijk, vreemde folklore. Het is een discussie waar je als Europeaan niet uitkomt. Ik vermijd die discussie als ik in de States ben. Want het is ook het land waar de muziek is uitgevonden die ik maak. Het is misschien muziek voor oude mannen, maar het is wel muziek die ook wordt omhelsd door de kids van nu. Ik snap dat. Ze zoeken iets dat echt is.”

De man met het uiterlijk van een gepensioneerde biologieleraar, door de Volkskrant ooit omschreven als de beste singer-songwriter van Nederland, groeide op in het Brabantse dorp Gemert in een gezin waar ze van zingen en dansen hielden. “Mijn moeder was er eentje van het oude stempel. Die vond het maar niks als er in huis geen piano stond. Ik was een nakomeling, had drie zusjes boven mij. Ik had het gevoel dat ik heel erg mijn best moest doen om ergens bij te horen. Dus was ik heel fanatiek op blokfluit- en pianoles. Gemert was een speciaal dorp. Van oudsher was het een soort piratennest. Allerlei gespuis, op de vlucht voor justitie, kwam naar Gemert, dat vroeger een Duitse Heerlijkheid was. Tot in de negentiende eeuw viel het niet onder de Nederlandse jurisdictie. In Gemert wonen nog steeds bovengemiddeld veel kunstenaars. Af en toe gebeurt er een rare moord.”

Van Meurs studeerde na het gymnasium een half jaar filosofie in Nijmegen, maar dat was geen succes. Te moeilijk. “Ik ben nog een tijdje psychiatrisch verpleger geweest. Willem van Kruijsdijk van Slagerij Van Kampen werkte ook in het gekkengesticht, net als andere goedwillende hippietypes die hun sociale bewogenheid wilden vergulden. Toon Bressers, later van Nasmak, woonde in een kippenkooi. Mijn vriendin en ik hadden een varkensstal als onderkomen. Natuurlijk was iedereen afgekeurd voor militaire dienst. Allemaal S5. Halverwege de jaren zeventig ging ik spelen in de folkband Deirdre, een echt goede band uit Helmond. In die tijd ontdekte ik ook de uitkering. Dat maakte het allemaal een stuk makkelijker. Iedereen die ik kende had een uitkering. In die tijd merkte ik ook dat ik goed de telefoon ter hand kon nemen om optredens te regelen. Een bandje is niet alleen muziek maken, je moet er ook zijn. Na twee jaar optreden kwam de eerste en enige plaat van Deirdre uit, een heel mooie plaat die nog steeds goed is en waar verzamelaars veel geld voor neertellen. Het einde kwam toen de zangeres in een huifkar naar Frankrijk vertrok. Onderweg moest ze uit armoe haar pony opeten…” Daarmee kwam voor Ad van Meurs voorlopig een eind aan zijn activiteiten in de folkmuziek. “In die dagen toch wel een erg stoffig en wereldvreemd genre.”

Inmiddels waren in Engeland Johnny Rotten en consorten bezig met iets geheel nieuws: de punk. Een eye opener voor Van Meurs. “Wham! Wat een opwindende tijd was dat. Ik woonde inmiddels in de grote stad. Zat iedere dag in het café. Iedereen had een mening over van alles en nog wat. Alles raakte in een stroomversnelling. De snoeppot ging ook open. Toen ben ik begonnen met liedjes te schrijven. Dat waren geen liefdesgedichtjes waarin je de naam van de geliefde niet durft te noemen. Dus niet dat zwijmelspul. Ik was ontzettend gedreven. Werd gitarist in een punkrockbandje dat Bleistift heette. Vervolgens belandde ik in de new wave, in een bandje dat W.A.T. heette. We hadden behoorlijk succes. Alles moest zoveel mogelijk monotoon zijn. Ik kreeg te horen dat een refrein helemaal uit de tijd was. Daar werd heftig over gediscussieerd. Het ‘juiste’ geluid van de snare drum lokte ook enorme discussies uit. Daar werd een week over gepraat! Maar niemand had het over de muziek, of over zeggingskracht. Een heel rare tijd, maar er werd wel definitief afgerekend met de gezapigheid in de muziek. Eigenlijk ging het helemaal niet over de muziek, maar over iets anders. In die tijd kreeg ik ook mijn eerste kind. De eerste maanden ging ze in een reisweg mee naar optredens. In die reiswieg lag ook ons koude bier. Algauw werd me duidelijk dat dit niet te combineren was met muziek. Ik heb toen een stap teruggezet. Gelukkig maar.”

Van Meurs kon echter niet stil blijven zitten. Zo ontstond het concept van The Watchman. “Aanvankelijk speelde ik alleen met een ritmebox. Later kwam er begeleiding bij en werden de teksten steeds belangrijker. Het debuutalbum kwam uit in 1990 en werd geproduceerd door Joe Boyd, een bekende naam in de States. Hij had een eigen platenmaatschappij en zag mij wel zitten. Billboard riep het album uit tot Critic’s Choice. We verkochten daar meteen 10.000 albums. In Nederland haalden we hooguit 2000. Hoeveel we precies verkocht hebben in de States, weet ik niet. Nooit een cent van gezien. Net als veel andere mensen werden we regelmatig bedrogen, kregen we niets of te weinig betaald. Ik vond het succes in Amerika een beetje raar. Het concept was beter dan ik: een rare opgefokte hippie met een ritmebox. Ze noemden het hard folk. Die term is ontstaan na een concertje waar ik optrad met een vinger die een uur eerder tussen de deur van een taxi beklemd had gezeten. Een pijnlijke zaak. Af en toe liet ik tijdens het optreden dan ook een kreet van pijn los… Ik ben natuurlijk geen gewone zanger. Zelf vind ik dat niet goed zing. Kan ik ook niet. Ik heb astma en emfyseem in beide longen. Die zitten vastgeplakt. Niet echt ideaal, maar toch houden veel mensen van mijn manier van zingen.”

Van Meurs ging regelmatig naar de overkant van de grote plas. Hij stak veel op van deze bezoeken. “De schellen zijn van mijn ogen gevallen toen ik zag hoe muzikanten daar hun zaakjes aanpakken. Daardoor hoor ik in Nederland bij het kleine clubje dat van de muziek kan leven. Ik heb iets bereikt dat voor de meeste muzikanten onbereikbaar is: ik betaal belasting. Toch ben ik nooit bezig geweest met carrièreplanning en het uitvoeren van een tevoren bedachte strategie. Ik maak ook geen muziek die aangepast is aan de waan van de dag. Het is heel eenvoudig: je moet gewoon zoveel mogelijk optreden. Het maakt helemaal niet uit dat het geen grote podia zijn. In het achterzaaltje van een café klinkt mijn muziek ook goed. Je kunt in Nederland niet overleven als je als muzikant een te grote broek aantrekt, eenmaal in de twee jaar een plaat uitbrengt en afhankelijk bent van optredens op de twintig grote podia die je in Nederland hebt. Voor Amerikanen is het niet veel anders. In het begin van de jaren negentig had ik hetzelfde management als Townes Van Zandt, een man die legendarische songs heeft geschreven. ‘If I Needed You’ is een klassieker die vele malen is gecoverd, onder meer door Guy Clark, Lyle Lovett, Doc Watson en Kasey Chambers. Emmylou Harris kreeg voor haar uitvoering van dit grandioze liefdeslied een Grammy. Toch trad Townes Van Zandt op in hetzelfde circuit als wij, regelmatig voor een handjevol mensen. Om geld uit te sparen, bleef hij vaak bij ons slapen. Hij was een geweldige artiest. Luister maar naar zijn beste plaat ‘Live At The Old Quarter’, door Earl Willis in 1973 in Houston opgenomen met een viersporenrecorder. Townes is op Nieuwjaardag 1997 overleden, maar Earl Willis leeft nog. Hij is onze mecenas. Als we in Amerika zijn, logeren we bij hem. Hij zorgt ook dat we te eten krijgen. Een echte weldoener, maar zo rechts als wat.”

Van het een kwam het ander. Townes Van Zandt was bevriend met ‘Cowboy’ Jack Clement en deed een goed woordje voor Ad van Meurs. Zo kwam het dat de cowboy afreisde naar Eindhoven om het derde album van The Watchman te produceren. Een grote eer. Jack Clement werkte tussen 1956 en 1959 in de legendarische Sun Studio in Memphis en produceerde mensen als Elvis Presley, Johnny Cash, Tammy Wynette, Merle Haggard en Waylon Jennings. “Helaas is Jack in 2013 overleden. Een geweldige man die een volstrekt eigen manier van handelen had. Het woord conventie kwam niet voor in zijn woordenboek. Zo placht hij overal waar hij kwam te voelen aan materialen. Het hout van tafels, de stof van gordijnen, het chroom van een fiets, alles werd met interesse betast en bekeken. Zo ook in het chique restaurant in Antwerpen, alwaar Jack met zijn shirt bijna open, servet om zijn nek, parmantig door de ruimte paradeerde terwijl hij van alles doorzocht op tissue. Vele aanwezigen doken weg, verschrikt door deze onorthodoxe verschijning. Jack had de ober al verbaasd doen staan door mosselen te bestellen tegelijk met spaghetti en erwtensoep… Het betasten ging door in de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal. Aangekomen bij de Kruisafneming, de enorme triptiek van de Vlaamse schilder Rubens, stapte Jack kordaat over het beschermkoord, beklom de installatie en begon aan het rechterpaneel te rukken om te kijken of de scharnieren na al die tijd nog zouden functioneren…”

Ad van Meurs was een druk bezet man. Even een afspraak maken was niet eenvoudig. Kan het dinsdag, Ad? Nee, dan kan ik niet. Woensdag? Kan ik ook niet. Donderdag dan? Kan ik ook niet… Hij zat in vijf bands, reisde over de hele wereld en had vooral internationaal succes met No Blues, een groep die Arabische en westerse muziek combineerde. Op de vraag hoeveel elpees en cd’s hij precies heeft voortgebracht, sloeg Van Meurs aan het piekeren. “Een stuk of 25 à 30, denk ik. Behoorlijk veel he, maar als muzikant moet je meters maken. De schoorsteen moet ook roken. Mijn zoon Dylan zit nu ook in de muziek. Hij speelt liever zeven keer in de week voor 25 euro per avond dan één keer per week voor 300 euro. Dat is de juiste spirit. Ik ben trots op hem.”

“Op een gegeven moment besefte ik dat ik zwaar de blues had, een donker levensgevoel dat ik niet goed kon benoemen. Ik voelde dat er iets mis was. Dan kun je maar één ding doen en dat is liedjes schrijven. Het werden twaalf duistere, trieste liedjes. Die moesten er uit. Ik heb tegen mijn partner en producer Ank gezegd: we moeten die nummers zo snel mogelijk opnemen. Dat gebeurde. We waren in een paar dagen klaar met ‘Dorset Moon’. Drie weken later moest ik naar de dokter voor een controle, en bleek ik lymfeklierkanker te hebben”. De plaat, die in 2016 werd uitgebracht, kreeg een enthousiast onthaal van de critici. Ze vonden het  ‘bloedmooie liedjes’, ‘een indringende luisterervaring’.

Terugkijkend op die nare periode die begon in het najaar van 2015 vertelde Van Meurs: “Als ik de songs hoor die ik toen heb geschreven, denk ik: shit, heb ik dat geschreven? Ik voelde de dingen dieper dan ooit tevoren. Dit waren echte songs met een authenticiteit die je niet kunt verzinnen. Terwijl ik met chemotherapie werd behandeld heb ik het hele jaar doorgespeeld. Alleen mijn buitenlandse optredens heb ik moeten cancelen. Ik heb ook het Weiland-festival gedaan in Dronten. No Blues was daar de hoofdact. Het was een optreden met een hoog gage. Als ik niet optrad, zouden vier mensen van hun inkomsten beroofd worden. Ik lag toen in het ziekenhuis, maar ik dacht: ik moet dit doen! Ik heb toen een contract moeten ondertekenen dat ik het ziekenhuis niet verantwoordelijk zou stellen voor de gevolgen. In een auto met een bed ben ik naar het optreden gereden. Ik zat op het podium in een tentje om me te beschermen tegen de tocht met een infuus in mijn arm. De mensen zullen wel gedacht hebben: wat is dit? ’s Nachts kwam ik terug in het ziekenhuis met veertig graden koorts…”

Op een gegeven moment leek Ad van Meurs hersteld, maar hij durfde niet al te optimistisch te zijn. “Als ik één ding heb geleerd van die ziekte is dat je voorzichtig moet zijn met goed nieuws. Als je tien keer op een dag zegt dat het prima met je gaat, gebeurt er vast iets waardoor het niet zo goed gaat met jou.” En het ging inderdaad niet goed met hem. Ad werd opnieuw ziek en kreeg uiteindelijk te horen dat zijn tijd er op zat. Vrijdag 10 november 2017 overleed hij aan het eind van de middag, thuis in zijn eigen bed. Een groot verlies voor iedereen die van goede muziek en van goede mensen houdt.

SJOERD PUNTER 2017