De Pianist met het Pakje

Sjoerd Punter

Malcolm Holcombe

Ik luister naar de stemmen in mijn hoofd  

Foto Ronald Rietman
Foto Ronald Rietman

Een zeer bijzondere zanger was weer in het land. Hij is echter dan echt, deze troubadour met een karakter dat is afgegrendeld met prikkeldraad. Hij doet niet aan poses. Geeft zich voor honderd procent bloot. Gestoken in voddige kleren beweegt hij zich voort als een pinguïn met reumatiek. Rare grimassen trekken over zijn gezicht. Niet direct een verschijning die ongehinderd patrouillerende stadswachten kan passeren.

Zijn naam is Malcolm Holcombe. Ik zag hem aan het werk in een zaal waar alleen de voorste rijen waren bezet. Toch was het een fantastisch optreden met een hoog authenticiteitsgehalte. Holcombe was vanuit Amsterdam naar het concert in Eindhoven gereden door zijn tourmanager, een strenge dame die geen rekening wenste te houden met nicotinejunks. Een eindeloze beproeving voor de zanger die bekend staat als een van de grootste klanten van de tabaksindustrie. Twee uur niet roken, kan het nog erger? In de pauze en ook na afloop van het optreden was Holcombe dan ook de eerste die naar buiten snelde om een sigaret tot ontbranding te brengen.

Hij gaat tijdens optredens helemaal op in zijn vaak duistere songs en onconventionele gitaarspel. Hij perst het er stampvoetend uit, frenetiek heen en weer schuddend, ogenschijnlijk helemaal alleen op de wereld. Op geen enkele manier kan zijn stem mooi of melodieus genoemd worden, dit geluid is zeer basaal, een soort oerschreeuw die wel eens vergeleken wordt met de stem van Tom Waits, een vergelijking die wat mij betreft niet opgaat. Hij doet meer denken aan een door de duivel bezeten broer van Screaming Jay Hawkins die problemen heeft met zijn gebit. “I do have voices in my head”, licht Holcombe toe. “They talk to me and they are all women of the same age of me and all are butt naked.”

Hij groeide op in een ruig gebied in North Carolina, de Appalachian Mountains, waar nog beren leven, en coyotes, en wolven, en slangen. Neem vooral een geweer mee als je de deur uitgaat. Op veel plaatsen heeft hier de tijd stilgestaan en bloeit de old-time music. Holcombe woont tegenwoordig in de stad Asheville, tien mijl van de plek waar hij werd geboren. Tijdens het optreden vertelde Holcombe dat zijn buren zich afvroegen waarom hij naar Europa afreisde. Hij had ze verzekerd dat daar nog mensen leven ‘die we niet hebben doodgemaakt’. Hij bracht zijn eerste plaat uit in 1985, een duo-album met iemand anders. Vijf jaar later nam hij de bus naar Nashville met in het achterhoofd hetzelfde idee als talloos anderen: ik ga het hier maken. Maar dat zou toch nog even gaan duren. Hij belandde met een schort om de heupen achter de kookplaat van het Douglas Corner Cafe in Nashville. Hier traden beginnende songwriters op, maar je kon er ook een hamburger bestellen, gebakken door short order cook Malcolm Holcombe. Af en toe mocht hij zelf ook een paar zelfgebakken songs presenteren.

Hij liep tegen de veertig toen in 1994 zijn eerste echte album uitkwam: ‘A far cry from here’. Hij stopte met de hamburgers en veranderde van houding. Het was niet langer nodig om klantvriendelijk te zijn. En dat is hij nog steeds niet. Interviews met Malcolm Holcombe leveren doorgaans weinig op. Hij houdt niet zo van uitleggen. Daarom maakte ik geen afspraak om hem te interviewen. Ik had geen zin in moeizame toestanden die alleen maar frustratie opleveren. Natuurlijk was ik wel benieuwd naar de man achter de muziek. Ik besloot hem onverwacht te benaderen. Na afloop van het concert was Holcombe de eerste die naar buiten vertrok en ik de tweede. Het was duidelijk wat hij wilde: zo snel mogelijk investeren in een rokershoest, maar het zat hem niet mee. Zijn aansteker had de geest gegeven. Dit was het perfecte moment om toe te slaan. Ik hield de aansteker omhoog die ik eerder op de avond bij het afrekenen had gekregen in een Chinees restaurant. Het toeval had me een handje geholpen, want ik ben helemaal geen roker. Even schemerde een glimlach op het gezicht van Holcombe. Hij stak de sigaret aan en zoog alsof hij bezig was met een blow job. De aansteker verdween in zijn zak. Het ijs was nu wel gebroken. Ik maakte hem een compliment voor de vertolking van het nummer ‘For the mission, baby’. Hij knikte. “Yeah man, good song. I wrote it with my dog.” Ik wist niet goed hoe ik moest reageren. Moest ik deze man serieus nemen? “Je wilt nu natuurlijk weten hoe ik mijn songs schrijf”, ging Holcombe behulpzaam verder en keek me aan met een scheve grijns. “Die songs schrijven zichzelf, ze komen gewoon voorbij. Meer kan ik er niet over zeggen. Er valt niets uit te leggen” Hij wees naar boven. “Ik heb alles te danken aan de genade van de good Lord.” Opnieuw dat lachje. Ik bedankte Holcombe voor de informatie. Ik liep weg, maar was geen stap verder gekomen.

SJOERD PUNTER 2015