550x532

J. Geils Band

J. Geils Band

Categorie:

door Ed Muitjens

03-09-2020

Komt het door de coronazomer zonder festivals dat ik deze week nog eens op YouTube naarstig op zoek ging naar Pinkpop-beelden van 1980? Of was het pure weemoed? Het was namelijk deze zomer precies veertig jaar geleden dat ik voor de eerste keer met een aantal vrienden naar Geleen trok. Een festival met destijds nog gewoon twee podia. Naast elkaar. Geen gesjouw van het ene veld naar het andere, waarbij je, zoals dat nu gebruikelijk is, steeds een deel van een optreden mist. Nee, was een optreden afgelopen dan moest je gewoon, liggend op je reet, 45 minuten wachten voordat weer een nieuwe act ten tonele verscheen. Of bier halen. Dat kon natuurlijk ook en zeker dat jaar, want het was een warme, zonnige dag.

De editie 1980 kende zeven muzikanten dan wel groepen en, zeker terugkijkend, was dat een prima programma. Garland Jeffreys, verrassing Raymond van het Groenewoud, Joe Jackson, The Specials, Van Halen, The Jam en jawel, The J. Geils Band.

Dat Peter Wolf en co indruk maakte was niet vreemd. In de jaren ’70 was deze formatie een geoliede bluesband en vooral Wolf was een heertje op de bühne. Hij trok de beerput van de liefde open en schreeuwde bijna uit dat de liefde stonk, waarschijnlijk refererend naar zijn huwelijk met actrice Faye Dunaway dat na vijf jaren in 1979 was gestrand. Wolf veegde letterlijk de houten vloer van het podium, dat zo’n tien meter boven het publiek uittorende, aan met een bos rozen die hij in zijn hand hield. En terwijl hij die rozen met volle overtuiging stuk sloeg op die planken deed een zestienjarige jongen in het publiek hetzelfde met zijn handen. Wat was ik ongelooflijk onder de indruk. De duik in het publiek daarna was geweldig maar die is, eerlijk is eerlijk, in de geschiedenis van het festival grootser en met ware doodsverachting door Eddie Vedder herschreven. “Baas boven baas” noemen ze dat geloof ik. Na de J. Geils Band hielden mijn vrienden het voor gezien waardoor ik maar een deel van The Jam heb kunnen zien. Helaas. 

Vooral de jaren ’70 platen zijn erg de moeite waard. Deze week liet ik “The morning after” en het debuut, dat gewoon “The J. Geils Band” heet, uit de luidsprekers knallen en vooral dat debuut is geweldig. “No fillers, just killers” noemen ze dat geloof ik in goed Nederlands. Met een prima cover van “Serves you right to suffer”. Tsja, wat wil je nog meer? Nou ja, een festival misschien. Als ik dan toch een muzikale wens mag doen…


Websites