Shadow and Light

71L36de-tCL._SS500_

John Doyle

Deze Ierse Amerikaan maakte in het grijze verleden deel uit van post-punk band Magazine en legde jaren later de fundamenten voor de grensoverschrijdende folkband Solas. Recentelijk zwaaide hij de scepter in de band van Joan Baez en sleepte een Grammy Award binnen met zijn project Doubleplay. Een samenwerking met violiste Liz Carroll. Vorig jaar verscheen het album Exiles In Return, samen met Karan Casey geconcipieerd. Verder is hij actief als producer en ook terug te vinden op illustere albums van bijvoorbeeld Heidi Talbot, Kate Rusby en Linda Thompson. Dit jaar maakt hij met Shadow and Light zijn derde solo-album. Zijn naam is John Doyle. Doyle laat zich op zijn nieuwste album bijstaan door  o.a. Tim O’Brien op mandoline, Alison Brown op banjo en Kenny Malone op allerhande percussie. Stuart Duncon speelt de fiddle, Todd Phillips op voorbeeldige basgitaar en accordeon, John Williams op fiddle en accordeon. Opener  Clear The Way is een rijk geïnstrumenteerd up-tempo stuk en behandelt de wederwaardigheden van The Irish Brigade in de Amerikaanse burgeroorlog waarmee Doyle dichtbij vergelijkbaar werk van Richard Shindell uitkomt. Thematisch sluit Doyle met Farewell To All That even verderop weer aan bij het oorlogsthema. Hier verhaalt John van de Ierse soldaten in de eerste wereldoorlog en gepaaid door de perfide Engelse regering met de belofte van toekomstig zelfbeschikkingrecht. Bij terugkomst uit de Grote Oorlog werd men echter niet zelden door de eigen bevolking als verrader van de goede zaak weggezet. Dat Doyle een bovengemiddeld begenadigd gitarist is werd mij bij de eerste beluistering van dit album meteen duidelijk. Nergens etaleert hij zijn kunnen, maar speelt steeds in dienst van het uiteindelijke resultaat zodat ik het gevoel overhoud dat hij tot nog meer in staat mag worden geacht. Shadow and Light kent twee langere instrumentale stukken Killoran’s Church/Swedishish en Tribute to Donal Ward/The Carrachman getiteld. Doyle laat zijn gitaar en bouzouki beide malen in het eerste gedeelte ingetogen klinken waarna het tweede deel van de instrumentale stukken door de gehele begeleidingsband ingekleurd worden. Dat Doyle ook vrijwel in zijn eentje buitengemeen boeit is te horen in The Arabic waarin hij bezingt hoe zijn over-overgrootvader Martin in 1916 de oversteek naar de Verenigde Staten waagt, om zich aldaar bij zijn broer te voegen. Martin stapt aan boord van S.S. Arabic waarna de Duitsers het schip ontdekken en torpederen waarbij 44 mensen een zeemansgraf vinden. Martin overleeft wonderwel. Doyle gaat op dezelfde voet voort met het ingetogen Wheel Of Fortune, wat mij betreft één van de hoogtepunten van Shadow and Light. Wat zal de toekomst de door hartzeer geplaagde goudzoeker brengen in Dawson City? Doyle roept hier met zijn iets hoger ingezette stem herinneringen op aan Bruce Cockburn in zijn jonge jaren. Met traditional Bound for Botany Bay eert Doyle de dit jaar helaas overleden Mike Waterson. Hier wordt het verhaal van de naar Australië gedeporteerde gevangene vertelt met behulp van enkele gitaren en een fraai zoemende bas. Voor zijn dochter legt Doyle het tedere en fijngevoelige Little Sparrow vast. Het thema alcoholmisbruik komt treffend aan de orde in Bitter Brew. Alles wat rest is een lege fles, dromen van een zacht bed en “a black and bitter brew”  Verhalenverteller Doyle sluit Shadow and Light af met zijn droomduiding Selkie. Dit mythische fabeldier duikt niet zelden op als half zeehond en half mens. Voor het eerst is een zacht wiegende en bescheiden elektrische gitaar te horen, waarna John Doyle de luisteraar in stilte achterlaat.

Shadow and Light
John Doyle

Hans Jansen

10-12-2011