De Pianist met het Pakje

Sjoerd Punter

Julian Lennon

John is nog steeds mijn grote voorbeeld

Pianist7

Hij had z’n achternaam mee. Zo kon het gebeuren dat Julian Lennon, de zoon van John, in 1984 met het nummer ‘Too late for goodbyes’ veel succes had. Waarschijnlijk was dat nooit gelukt op een andere manier. Julian Lennon had echt de wind in de zeilen. Niemand minder dan Phil Ramone produceerde zijn debuutalbum ‘Valotte’. Phil Ramone was de geluidsarchitect van mensen als Frank Sinatra, Simon & Garfunkel, Bob Dylan en Billy Joel. Financieel was het geen enkel probleem dat er bijna een jaar in vijf verschillende studio’s werd gewerkt aan het debuutalbum van Lennon junior. Niemand minder dan Toots Thielemans nam de mondharmonicasolo voor zijn rekening, terwijl de videoclip werd geregisseerd door Hollywood-icoon Sam Peckinpah. Dat waren beslist geen halve maatregelen.

Na het succes in Engeland moest ‘gidsland’ Nederland worden veroverd. Zo kwam het dat ik in het Amsterdamse Sonesta-hotel tegenover Julian Lennon kwam te zitten. Hij leek erg op zijn vader, maar dan wel de oerversie, nog niet aangetast door harde drugs, sterke drank en een haai vermomd als vrouw. Het interview begon veelbelovend. Julian stak een lofrede af over het aantal sigaretten dat hij had aangetroffen in het zojuist aangevoerde pakje van Nederlands fabricaat (“25? Fantastic!”) en bracht er geroutineerd één tot ontbranding. Behulpzaam schonk hij een biertje in voor mij. Verderop stond een fles champagne in emmer met smeltende ijsblokjes te verpieteren, maar daar had Julian geen belangstelling voor. In tegenstelling tot zijn vader verafschuwde hij alcohol.

Natuurlijk wilde ik weten hoe hij het vond om steeds met zijn vader vergeleken te worden. Julian antwoordde sarcastisch: “Als je tien interviews achter elkaar heb gedaan en steeds diezelfde vraag hebt gekregen, dan begint dat inderdaad te vervelen. Ik hoop dat jij meer aandacht hebt voor de nutteloze figuur die tegenover je zit. Toch praat ik graag over John. Hij is nog steeds mijn grote voorbeeld. Ik heb hem nooit als zo’n klassieke vader gezien, hij was mijn vriend. Toen ik elf was liet hij me mee drummen in het nummer ‘Ya-ya’ op zijn album ‘Walls and bridges’. Helaas had hij mij dat niet verteld.”

Een erg gelukkige jeugd heeft Julian natuurlijk niet gehad. Als baby met maagproblemen werd hij vaak ondergebracht bij tante Mimi, die hem maar een schreeuwlelijk vond. Regelmatig zette ze hem in zijn kinderwagen in de tuin en sloot de deur om het gekrijs niet te hoeven horen. Julians moeder Cynthia was in 1962 getrouwd met John Lennon toen bleek dat ze zwanger was. Het huwelijk moest op bevel van het management geheim worden gehouden. John kwam eigenlijk alleen maar thuis om te slapen en dat was meestal ’s morgens als Cynthia net uit bed was gestapt. Veel aandacht voor zijn zoon had hij niet. Op een gegeven moment stuurde Lennon zijn vrouw op vakantie naar Griekenland. “Toen ze vertrok was John te beroerd om uit zijn bed te komen”, schrijft biograaf Tim Riley. “Hij nam amper de moeite om zijn hoofd om te draaien en dag te zeggen.” Julian werd ondergebracht bij de huishoudster, zodat John zijn gang kon gaan. Hij had namelijk een nieuwe liefde gevonden. Cynthia kwam een dag eerder thuis dan verwacht. “Ze keerde terug in opperbeste stemming”, aldus Tim Riley. “Ze beende het kleine huiskamertje binnen om te vragen of John zin had om uit eten te gaan, maar de gordijnen waren dicht, en ze zag een onbekende in haar huis.” Het was Yoko Ono, net als John ‘gekleed’ in een kamerjas. Het was duidelijk wat er was gebeurd. “O, hoi”, was de enige reactie van John. Cynthia draaide zich om en rende het huis uit. Ze was helemaal over haar toeren. Een paar weken later wilde ze de toestand bespreken met John & Yoko. Ze herkende haar man nauwelijks. John was sterk vermagerd, bijna uitgemergeld. Hij zag er uit als een junk. “Waarom wil je me spreken?” begon hij ongeduldig. De kleine Julian keek met grote ogen naar de nieuwe partner van zijn vader. Hij begreep niet wat er aan de hand was. Cynthia stuurde hem naar de keuken, en werd vervolgens door Lennon beschuldigd van overspel. Dat was bijzonder brutaal, want John had honderden one night stands afgewerkt, het was met speed in de aderen nooit genoeg. De beschuldiging was een tactische manoeuvre om niet teveel te moeten betalen nu een echtscheiding in zicht kwam. Cynthia maakte aanspraak op de helft van zijn miljoeneninkomen. Na lang onderhandelen werd ze afgescheept met 100.000 pond. Voor Julian werd 100.000 pond opzij gezet in een trustfonds, dat het geld zou uitkeren als hij 21 werd. Maar Yoko Ono vond dat teveel, en verlaagde het bedrag naar 50.000 pond. Ze deed erg naar als Julian af en toe een weekend langskwam. Ook John gedroeg zich humeurig tegen het jongentje en schold hem regelmatig uit. Pas toen een nieuwe minnares in beeld kwam, de Chinese May Pang, draaide Lennon bij. In 1973 kreeg Julian ter gelegenheid van Kerstmis zelfs een Gibson Les Paul en een drumcomputer. John leerde hem wat grepen en zei dat Julian ook de muziek moest ingaan.

Al met al een droevige geschiedenis. Julian wilde er weinig over kwijt. Wees naar de champagne. “Een glaasje misschien?”

Ik vroeg toch maar even door. Wat vond hij ervan dat zijn vader hem op zijn vijfde in de steek liet? Julian nam de tijd om naar de juiste woorden te zoeken, formuleerde alsof hij zich door een mijnenveld bewoog. “Ik probeerde altijd positief over hem te denken, maar soms zei hij toch wel heel vervelende dingen. Bijvoorbeeld dat ik het resultaat was van een fles whisky op een zaterdagavond. Ik vond het ook vreemd dat hij zich zo bezig hield met de wereldvrede, en intussen zijn gezin links liet liggen. Ik had eigenlijk veel meer contact met Paul McCartney.” Later zou blijken dat Julian niet eens voorkwam in het testament van zijn vader. Hij stapte naar de rechter en hield daar na lang procederen twintig miljoen dollar aan over.

Hier en daar hoorde je de suggestie dat op Julians eerste album zijn stem technisch was gemanipuleerd zodat die hetzelfde klonk als John Lennon. Dat was grote onzin: de jongen die tegenover me zat leek niet alleen op John Lennon, je hoefde je ogen maar te sluiten en je hoorde John Lennon.

Bang voor een nieuw Beatlemania, nu geconcentreerd op zijn persoon, leek Julian niet te zijn. “Ik ben erg gesteld op mijn privacy. Na deze promotietour trek ik me weer terug. Ik wil geen commerciële publieke figuur worden, zoals Boy George. Ik ben gewoon een songwriter die in alle rust wil werken.” Je hoorde hem bijna zeggen: “En dan geef ik ook geen interviews meer, bekijk het maar.”

Hij wilde niets kwijt over Yoko Ono, de Japanse vrouw, die hem zo vreselijk had behandeld. Geen zee ging haar te hoog. Op de een of andere manier had ze ansichtkaarten in handen gekregen die John Lennon aan Julian had gestuurd, of misschien in een vergeetachtige bui niet had verstuurd. Deze ansichtkaarten werden door Ono op een veiling te koop aangeboden. Toen Julian informeerde of hij er een paar van kon krijgen, was het antwoord ‘nee’. Hij moest ze maar gaan kopen. En dat deed hij ook. Maar toch geen kwaad woord over Yoko uit de mond van Julian Lennon.

Het gesprek met Julian was een bijzondere ontmoeting, vooral door de dingen die niet werden gezegd. Ik vreesde het ergste voor deze kalme verschijning van 21. Sluimerde daar geen wanhoop onder de oppervlakte, de vrees dat je nooit uit de schaduw van je vader komt? Een gevangene van een verleden waar je part noch deel aan hebt? Ik wist het niet. Julian deed zijn best om relaxed over te komen, maar ik betwijfelde of dat zo was. Er kon in elk geval geen lach van af.

Hij zou nooit meer het succes van ‘Valotte’ evenaren. Zijn tweede album verscheen in 1986, werd enthousiast in de pan gehakt door critici, maar verkocht redelijk en leverde ook nog een bescheiden hitje op met als titel ‘Stick around’. Niemand die zich dit nummer nog herinnert. Vier andere albums volgden, geen enkele met succes. Het laatste album ‘Everything changes’ dateert van 2011. De titelsong keert zich tamelijk bombastisch tegen onze manier van leven. Net als zijn vader heeft Julian het druk met het redden van de aarde. In 2009 richtte hij de White Feather Foundation op, die zich bekommert om het welzijn van de planeet. Een andere organisatie houdt zich namens Julian bezig met walwissen. Deze dieren hebben kennelijk zijn speciale aandacht

Op 8 oktober 2010 zag ik Julian Lennon terug. Ditmaal op de televisie. Op de zeventigste verjaardag van zijn vader opende hij in New York de tentoonstelling Timeless: The Photography Of Julian Lennon, een  verzameling van 35 door Julian geschoten foto’s. Het was een gedenkwaardige gebeurtenis: voor het eerst waren Yoko Ono, Cynthia Lennon en May Pang (de drie liefdes van John Lennon) samen in een ruimte te zien. Julian Lennon keek op de achtergrond toe. Ik zag hem bevrijd lachen, een heel andere man dan de jongen die ik indertijd ontmoette in Amsterdam. Mooi om te zien. Is het dan toch nog goed gekomen met hem?     

SJOERD PUNTER 2010