71Uo5CQIhXL._SX355_

John Mayall

The Turning Point

Categorie:

door Martin Overheul

01-09-2010

‘Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe 't moest.’Die intussen legendarische openingszinnen uit Titaantjes, een even briljante als weemoedige studie over jeugd, hoop en verloren dromen, geschreven mijn favoriete Nederlandstalige auteur Nescio, spelen voortdurend door mijn hoofd wanneer ik terugdenk aan de jongen die ik zo’n veertig jaar geleden was. En ja, al zeg ik het zelf, ook ik was best een aardige jongen. Net zoals mijn toenmalige bloedbroeder Ferry, in wiens tot club omgebouwde kelder ik de eerste schroomvallige stappen richting meisjes zette – haar naam doet niet ter zake, ze was even oud als ik, maar ze bleek wat ervaring betreft een paar jaar verder te staan. Tijdens de zomermaanden brachten Ferry en ik wegens overmacht onze dagen door op een camping in Haamstede op Schouwen-Duiveland. Onze ouders hadden daar namelijk een stacaravan. Maar daar maakten we, aardige jongens als we waren, het beste van door onverdroten op zoek te gaan naar leuke meisjes die, al of niet in het gezelschap van hun ouders, enkele weken op het trekkersveld kampeerden. Soms slaagden we in die opzet, soms ook niet. De meisjesloze dagen vulden we met kilometerslange wandelingen. Door de duinen, naar Renesse, naar Haamstede dorp of door het indrukwekkende omliggende natuurgebied. Tijdens die wandelingen veranderden we niet alleen de wereld, maar in een moeite door meteen de kleinburgerlijke geestesgesteldheid van onze ouders, de benepen sfeer in Nederland, de kortzichtigheid van het middelbaar onderwijs, de provincialistische mentaliteit van Schiedam, de moreel verwerpelijke kloof tussen arm en rijk, de domme vooringenomenheid van het klootjesvolk in het algemeen – we hadden allebei lang haar en we waren het zo zoetjes aan spuugzat om door allerlei olijke flapdrollen te worden aangesproken als ‘dames’ – en die van onze familie in het bijzonder. Dankzij een draagbare cassetterecorder – het ding werkte op batterijen – werden onze gesprekken muzikaal ondersteund door tal van bands waar we toen gek op waren. Maar het bandje dat we het meest speelden was er dat waarop The Turning Point stond, de registratie van een optreden dat onze bluesheld John Mayall in 1969 gaf in de befaamde Fillmore East in New York. Nummers als Saw Mill Gulch Road, I’m Gonna Fight For You J.B., California en de onwaarschijnlijke radiohit Room To Move (die mondharmonica! de ‘mondpercussie’ van Mayall en John Mark!) lieten onze jongensfantasieën volkomen op hol slaan, zorgden ervoor dat we de kilometers, het duinzand, de slappe patat en de meisjes even vergaten en waren ervoor verantwoordelijk dat we gelijktijdig onze eerste gitaar en mondharmonica kochten. Want dit wilden we ook kunnen! (En ja, een jaar later speelden we naar onze normen een lekker stukje ‘blues’.) Eenenveertig jaar later is dat bloedbroederschap helaas niet veel meer dan een warme jeugdherinnering. Ik vertrok naar Antwerpen, Ferry zocht zijn heil iets later in Amsterdam, en ergens tussen die twee steden in zijn we elkaar definitief uit het oog verloren. Zo gaat dat. Maar The Turning Point staat nog steeds met dikke groeven en een monumentaal uitroepteken in mijn geheugen gegrift. ‘Living in Saw Mill Gulch Road / There’s a lonely girl / Who’s now fifteen / Since I’ve been gone / She’s kept a part of me / And something seen / Remembering.’