Delicious

a3118292423_10

Kirsten Thien

Well brunettes are fine man / And blondes are fun / But when it comes to getting a dirty job done… / I’ll take a red headed woman…Aan de op Patti Scialfa betrekking hebbende woorden uit het nummer “Red headed woman” moest ik denken nadat ik een paar keer naar “Delicious” van de eveneens van een flinke rossige haardos voorziene Kirsten Thien had geluisterd. Want blues zoals deze dame ons voorschotelt wordt niet gemaakt door lieve, ietwat schuchtere en bescheiden meisjes. Nee, dergelijke blues is het strijdtoneel van sterke, krachtige vrouwen die je met overtuiging uit je stoel kunnen blazen. Krachtige vrouwen zoals die ondermeer in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw de vaudeville blues ten gehore brachten. Krachtige vrouwen zoals een Bessie Smith die met haar handen rustend op haar brede heupen in niet mis te verstane bewoordingen en zonder enige gene tot haar voornamelijk mannelijk publiek zong: “Do your duty…”. Dat soort vrouwen dus. Zo’n soort vrouw is Kirsten Thien ook. Dat hoor je meteen. Ze maakt blues die overtuigt bij de eerste tonen en ze is vooral een zangeres met de juiste attitude. Die eerdergenoemde kracht en overtuiging proef je in ieder nummer en dat maakt deze cd voor mij zo bijzonder. Dit is schijnbaar al de derde cd van Kirsten Thien (de twee vorige zijn volkomen langs me heengegaan) en deze bluesplaat behoort wat mij betreft tot de eredivisie van het genre. De plaat opent met “Love that’s made to share”. Albert King-achtig gitaarwerk, waarvoor de oude bluesrot Hubert Sumlin medeverantwoordelijk is, en een stevige blazersessie zorgen voor een swingend begin. Deze Hubert Sumlin, de gitarist van niemand minder dan Howlin’ Wolf in diens glorie dagen, staat even later ook nog centraal in de Chicago blues “Please drive”. Mooi om de bijna 80 jarige gitarist hier aan het werk te horen. Er staan nagenoeg geen zwakke broeders op deze door Eric Boyd geproduceerde cd. Ik heb begrepen dat het nummer “Taxi Love” al jaren een nummer is dat onderdeel uitmaakt van haar liveshows. Voor het publiek wordt dit vaak als één van de hoogtepunten beschouwd hetgeen ertoe heeft geleid dat het nu op plaat is verschenen. Daar kan ik wel inkomen want het is een geweldig en uiterst dansbaar nummer dat het op de bühne wel bij uitstek goed moet doen. Aan afwisseling is trouwens op deze van 11 tracks voorziene plaat geen gebrek waarbij ik gemakshalve twee zogenaamde (en voor mij altijd overbodige) radio edits niet meereken. Blues met rock invloeden in “Treat ‘im like a man” (let even op de grappige toevoeging van Linda Lyndell’s “What a man…”), heerlijke funkblues in “Get outta the funk, get into the groove”, countryblues in “Wild women don’t have the blues” (een hommage aan vaudeville zangeres Ida Cox) en schitterende soulblues in “Ain’t that the truth”.Laatstgenoemde song wordt prachtig  gedragen gezongen door Kirsten Thien. Ook het fraaie spel op gitaar en Wurlitzer mag niet onvermeld blijven. Voeg daarbij regelmatig opdoemende blazers en deze jongen zit, zoals jullie wellicht kunnen begrijpen, ademloos te luisteren. Aan de binnenkant van de mooie hoes (het oog wil tenslotte ook wat…) staat Kirsten Thien afgebeeld met een appel. De appel uit “The Garden of Eden”. Mijn advies? Sla eventuele goede raadgevingen maar in de wind en ga voor deze appel, deze “Delicious”. Is de blues tenslotte in het verleden niet vaker getypeerd als “Devils Music”?

Delicious
Kirsten Thien

Ed Muitjens

14-6-2011