a2945315145_5

Matthew Ryan

Dear Lover

Categorie:

door Martin Overheul

15-12-2009

Vaak is wat er in de marge van de kunst gebeurt veel interessanter dan wat de mainstream te bieden heeft. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de grootste gemene deler per definitie minderwaardige kwaliteit biedt. Maar toch, vergelijk wat je op de nationale radio hoort eens met wat er allemaal beweegt in de periferie van de algemeen opgelegde smaak: de periferie komt er bekaaid vanaf, ondanks de onmiskenbare schittering van tientallen oude en nieuwe albums. Een van de vele opmerkelijke muzikanten die zich al jarenlang in de schaduw ophoudt, is singer-songwriter en melancholicus pur sang Matthew Ryan uit Chester, Pennsylvania. Sinds zijn debuut in 1997 (‘May Day’) werkt Ryan met de naarstigheid van een beeldhouwer aan zijn opus dat onlangs werd uitgebreid met ‘Dear Lover’, zijn twaalfde album in evenzoveel jaren. Op ‘Dear Lover’ staan tien songs met de uiterlijke pracht van een perfect witte sneeuwbal, maar waarin Ryan af en toe een of meerdere scheermesjes heeft verstopt. Zoals in het verschroeiende ‘City Life’, een intens nummer dat verraderlijk simpel begint en gaandeweg uitmondt in een song die bijt, slaat en klauwt: ‘I want that feel / Like a plane when it arrives / Where at the gate / Family Waits with quiet smiles / And all is pure’. Of in de titelsong, waarin de vervormde elektrische gitaar van Ryan als een driftige cirkelzaag te keer gaat en de intensiteit tegen het einde bijna ondraaglijk wordt; het soort song dat Ryan Bingham in zich draagt, maar nog niet geschreven heeft. En in ‘The Wilderness’, dat passie, hoop en wanhoop laat samenvallen met een messcherpe gitaar en Ryan die de wereld uit het diepst van zijn hart toeroept: ‘I want the dream that we never had!’ Maar het aangrijpendst op ‘Dear Lover’ zijn de ingetogener nummers. ‘Some Streets Lead Nowhere’ heeft niet alleen een van de mooiste titels van dit jaar (het is bijna een aforisme), het snijdt mij bij elke beluistering opnieuw de adem af. ‘The World Is…’ is een van de donkerste nummers die ik de voorbije maanden heb gehoord, zowel instrumentaal als tekstueel: ‘She’s standing in the doorway / She’s taking off my shirt / No one could have told me / One day this would hurt’. Waarna de plaat afsluit met ‘The End Of A Ghost Story’, wellicht de meest dramatische song uit Ryan’s repertoire, waarin de zanger aanbotst tegen de onontkoombare wetmatigheden van dit leven en verzucht ‘I don’t ever wanna die’. Tja, wie kent dat gevoel niet? Met ‘Dear Lover’, een plaat waarvan ik nu al onvoorwaardelijk hou, blijft Matthew Ryan trouw aan zichzelf en bouwt hij op indrukwekkende wijze voort aan zijn muzikale imperium. Hoewel ik hem de internationale spotlights van harte gun, heb ik het gevoel dat hij zich goed voelt waar hij nu is.


Websites