614DNIm+NML._AC_

Maz O’Connor

Upon a Stranger Shore

Categorie:

door Hans Jansen

18-07-2012

Maz O’Connor groeide op in een muzikaal gezin in graafschap Cumbria, Engeland. Haar vader was actief als Morris-danser en haar moeder gaf muziekles. Op jonge leeftijd nam Maz piano- en vioollessen en zong tevens in het schoolkoor. Verder zong ze in het jeugdensemble Folkestra North, geleid door Kathryn Tickell. Later trad zij toe tot de band van haar broer, Last Order, live-optredens vormden haar verder. Haar muzikale voorkeur ging uit naar liedjesschrijvers als Nick Drake, Joni Mitchell en Bob Dylan. In 2009 was zij finaliste in de BBC Young Folk Award en vorig jaar debuteerde ze met haar ep On Leaves or on Sand, waarop o.a. een cover van het door Drake geschreven From The Morning.Begin deze maand verscheen van deze twintigjarige het debuutalbum Upon a Stranger Shore. O’Connor presenteert hier een mooie mix van bekende traditionals en zelfgeschreven songs. Maz laat zich begeleiden door rechterhand Matthew Jones op gitaar en staande bas, broer Joe O’Connor bespeelt de melodeon, Nicola Lyons de viool, Jim Molyneux verzorgt percussie en achtergrondvocalen, multi-instrumentalist Sam Sweeney (bekend van o.a. Bellowhead en Fay Hield) draagt cello en viool aan. Maz O’Connor beschouwt zichzelf inmiddels meer als zangeres dan als instrumentalist. In het recente verleden volgde zij een workshop geleid door de illustere Chris Wood. Zijn advies: “laat je stem minder soeperig klinken.” Met het klimmen van de jaren zal zich wellicht nog wat meer patina op haar stembanden vestigen.Op Upon a Stranger Shore concentreert Maz zich op de zang, naast een incidentele inbreng op gitaar en shruti box. Haar heldere, pure en ook delicate stem spreekt meteen aan, waarbij het soms lichtvoetige en springerige werk associaties oproept met de jonge Natalie Merchant en haar 10.000 Maniacs, maar ook met het werk van bijvoorbeeld Bella Hardy. Upon a Stranger Shore opent met traditional en zeemanslied South Australia, waarin de melodeon van broer Joe prominent figureert, gevolgd door de intieme “patchwork song” Red Red Rose. O’Connor blijkt een liefhebber van dergelijke zelf samengevoegde stukken te zijn waarin zij soms een stukje zelfgeschreven werk frommelt. Woody Guthrie wordt in zijn honderdste geboortejaar geëerd door Hard Ain’t It Hard op te nemen. Hier wordt het in een geheel eigen en trage uitvoering gebracht, met ondersteuning van akoestische gitaar en viool. Ronduit vrolijk en bijzonder aanstekelijk klinkt het door O’Connor geschreven Rambling Free. De sterke melodie en het klaterende gitaarspel echoën nog lang na. Ook Stormalong blijkt een zogenaamde “patchwork song” te zijn, opgetrokken uit twee traditionele zeemansliederen waarin de fraaie samenzang opvalt.Naast het al eerder genoemde Rambling Free legt O’Connor nog drie zelfgeschreven stukken vast. Deze songs kunnen zich goed meten met het overige materiaal en haar eigen stem en stijl schijnen hier helder door. Zo zijn er het intieme en elegante Songs Of Old en Whitley Bay, maar ook het aanstekelijke Black And Blue. Op speciaal verzoek van haar vader krijgt de traditional Leaving Of Liverpool een plekje op het album en brengt O’Connor a-capella de ook van Kate Rusby en Steve Tilston bekende traditional Constant Lovers. Afsluiter is het met shruti box openende Caw The Yowes. O’Connor neemt de tijd om het op muziek gezette gedicht van Robert Burns stijlvol voor te dragen, waarbij haar stem in verschillende laagjes is vastgelegd. Met Upon a Stranger Shore levert de jeugdige Maz O’Connor een opvallend sterk debuut af. Ik zie uit naar het verdere vervolg van haar loopbaan.


Websites