No Beginning, No End 2

jose james

Jose James

Er zijn weinig zangers die zo’n fijne stem hebben als José James. Een in de jazz gewortelde stem met soul. Zijn albums, die hij in de periode 2008 tot en met 2015 heeft uitgebracht, zijn allemaal van een hoog niveau. Het beste album uit die fraaie cyclus is misschien wel “No beginning, no end” uit 2013. Een album waarop jazz, R&B, soul en lome drum ‘n bass tot in de perfectie werd samengesmolten in een twaalftal prachtsongs. Men name de uitgesponnen liedjes, waarin hij gas terugnam, zijn kleine meester-werkjes op zich. James lijkt de laatste vijf jaren te kampen met artistieke armoede. “Love in a time of madness” was een teleurstellende en mislukte poging om de commercie te omarmen. In 2018 deed hij nog een poging om met het album “Lean on me”, een Bill Withers tribute, iets van zijn verloren glans terug te winnen maar het resultaat bleek, mede omdat hij te vaak te dicht bij de originelen bleef, een gevalletje noch vlees noch vis te zijn.

Je kunt James in ieder geval geen lef ontzeggen door anno 2020 ogenschijnlijk een vervolg te geven aan “No beginning, no end”. Dat roept vragen en verwachtingen op. Onder meer de vraag of hij is teruggekeerd naar die fijne sound van 2013 en het roept de verwachting op dat hij dat hoge niveau van weleer weer kan aantikken. De vraag kan ontkennend worden beantwoord en ook de titel van het album doet geen recht aan de verwachtingen die het oproept. James gaat op dit album, zeker op het eerste deel van de album, niet de diepte in en zwemt wat aan de oppervlakte van de R&B vijver. Natuurlijk heeft zijn stem nog geen sikkepit aan schoonheid verloren en wordt er best lekker gemusiceerd. Maar het is allemaal een beetje te vrijblijvend. Te gemakzuchtig zelfs bij tijd en wijle. Zo maakt hij wat mij betreft een flinke uitglijder met een zoutloze versie van Billy Joel’s “Just the way you are”. Op “Turn me op” dat hij samen zingt met Aloe Blanc lijkt hij het gat te willen vullen dat Prince heeft achter te laten. Maar het is niet spannend genoeg om de voormalige geilneef uit Minneapolis naar de kroon te steken. Dat James een keur aan muzikanten en zangers en zangeressen heeft opgetrommeld lijkt dan ook vooral een maskering te zijn voor de toch lichtelijk aanwezige artistieke malaise. Opvallend genoeg bevat het album een vreemde tweedeling. Het eerste deel is uptempo maar in het tweede deel grijpt James terug op ballads. En laten we wel wezen, daar ligt ook zijn echte kracht en weet hij plots wel te overtuigen. Het laatste uptempo nummer, “Nobody knows my name”, sluit het eerste deel gelukkig in stijl af. Het jazzy duet met Laura Mvula sprankelt wel en dat is niet alleen te danken aan beide vocalisten maar zeker ook aan de opwindende instrumentatie. Samen met Lizz Wright glijdt hij met het evenzo fraaie “Take me home” het rustige, tweede deel van de cd in. En daarop laat James zich van zijn beste kant zien hoewel het hoge niveau van “No beginning, no end deel 1” slechts incidenteel wordt benaderd. “I found a love”, ook nu weer een duet (deze keer met Jaali), neigt over te hellen naar iets teveel zoetigheid maar James weet dat met zijn gouden stembanden net aan de goede kant van de streep te houden. Maar uiteindelijk zijn het wel dit soort tracks, en met name dan “Saint James” en de zeer fraaie afsluiter “Oracle”, met onder meer trompettist Eric Truffaz, die je doen beseffen dat het nog allemaal best goed kan komen met Jose James. Maar voor nu is het uiteindelijk wel te weinig. De slotsom is dat het er op lijkt dat hij een beetje zoekende is en de juiste weg niet kan terugvinden naar zijn glorietijd. Ondanks de titel “No beginning, no end 2”.

No Beginning, No End 2
Jose James

Ed Muitjens

30-6-2020