81sYjsSdrZL._SX425_

Ronnie Earl

Living In the Light

Categorie:

door Ed Muitjens

24-07-2009

Ergens in 1988 luisterde ik naar een radioprogramma waarin dj Hubert van Hoof live opnamen (van het Bluesfestval in Peer) liet horen van Ronnie Earl & The Broadcasters. Ik was meteen verkocht, Hubert eeuwig dankbaar en ik ben vanaf dat moment Ronnie Earl gaan volgen, tot op de dag van vandaag. Ronnie Earl is namelijk een (blues)gitarist met soul, heel veel soul, die mij diep kan raken. De subtiliteiten in zijn spel zijn van een schoonheid die ik maar zelden bij andere gitaristen heb ontdekt. Na het uitstekende live album “Hope Radio” uit 2007 heeft Ronnie Earl nu “Living in the Light” uitgebracht.Verwacht van Ronnie Earl geen koerswisselingen meer. Zijn stijl ligt al zo’n beetje vast vanaf diens eerste volledig instrumentale cd “Still River” uit 1994. Hoofdzakelijk instrumentale blues met hier en daar jazz- en soulinvloeden waarin, naast de gitaar van Earl, een prominente rol is weggelegd voor het Hammond orgel en de piano. Het is het concept waarmee één van Earl’s invloeden, jazzgitarist Wes Montgomery, in 1959 de wereld liet kennismaken op het album “The Wes Montgomery Trio”, met dien verstande dat Earl niet jazz maar de blues als uitgangspunt heeft. Sinds zijn overstap in 2003 naar Stony Plain Records bestaan de Broadcasters uit Dave Lamina op toetsen, Jim Mourdian op bas en Lorne Entress (ook bekend als producer van Lori McKenna en Mark Erelli) op drums. “I feel like going on” en Now my soul” uit respectievelijk 2003 en 2004 waren goed maar konden toch niet het niveau halen van zijn werk uit de jaren ’90. Dat had een paar oorzaken.Op voornoemde platen trok Earl zich weer wat meer terug in het bluesstramien en er verschenen naar mijn gevoel soms iets te veel shuffles die weinig opzien baarde. Ook was en ben ik nog steeds van mening dat organist/pianist Dave Lamina in die jaren “te licht” was om voldoende tegenwicht te bieden aan Earl’s gitaarspel. Niet vreemd als je met een erfenis zit opgezadeld die Bruce Katz heet (voormalig organist van The Broadcasters). Dat “Living in the Light” een dijk van een plaat is geworden is deels te wijten aan de duidelijk hoorbare groei die Lamina heeft doorgemaakt maar ook aan de geweldige “kop en staart” composties waarin meer dan voldoende afwisseling zit. Er is een veel betere verhouding tussen ballads en shuffles en Earl doet voornamelijk waarin hij goed is. Zijn spel in de nodige ballads is om je vingers bij af te likken en zelfs de shuffles, waaronder “Blues for Fathead” (eerbetoon aan saxofonist David Newman), zijn voorbeeldig te noemen.Ook Earl’s tribute aan Chicago (Blues for the South Side) is erg goed. De cd is overigens niet geheel instrumentaal. Op vijf van de twaalf nummers wordt de band vocaal ondersteund door de gasten Dave Keller en Kim Wilson. In de liner notes staat te lezen (en aan het artwork valt het af te lezen) dat Ronnie Earl erg “in de Heer” is. Bob Dylan’s “What can I do for you” (van diens “Saved” LP) krijgt dan ook een soulvolle gospelbehandeling door middel van de zang Dave Keller en een heus gospelkoor. “Tell me….whatever you want me to do Lord….tell me…what can I do for you?” Earl geeft in dit acht minuten durende prachtnummer zelf antwoord doordat het met verve de hemel wordt ingezongen en gespeeld. Ook speelt hij samen met Kim Wilson twee akoestische countryblues songs namelijk “Donna Lee” (opgedragen aan zijn vrouw) en Robert Jr. Lockwood’s “Take a little walk with me”. De blueskenner zal hierin Robert Johson’s “Sweet home Chicago” herkennen maar het lied moet eigenlijk worden toegeschreven aan Scrapper Blackwell die het in 1928 onder de naam “Kokomo blues” als eerste heeft uitgebracht (Kokomo is overigens een stadje in de buurt van Chicago).De tekst van “Donna Lee” kan misschien als “zoet” worden ervaren maar bedenk wel dat Ronnie Earl in de jaren ’90 is afgekickt van een hardnekkige cocaïneverslaving en dat bij hem manische depressiviteit werd gediagnosticeerd. Hierdoor komt die tekst wel in een geheel ander daglicht te staan. Op het sublieme “Child of a survivor”, met Kim Wilson op de elektrische versterkte smoelschuif, vertelt Earl over zijn Joodse afkomst. Wilson blaast een heerlijke partij bij elkaar en hij heeft nu eenmaal een dergelijke doorleefde stem waardoor hij dit nummer (over de gevolgen van de holocaust voor de overlevenden en hun kinderen) met overtuigingskracht kan brengen. In het verleden heeft Ronnie Earl overigens al eens een song opgedragen aan Anne Frank (het prachtige “Anna’s song” van de cd The colour of love). Zijn er dan er helemaal geen punten van kritiek te ontdekken? Jawel. Het openingsnummer “Love, Love, Love” is goed, de brug van up-tempo naar slow komt “natuurlijk” over maar wanneer men het tempo weer opschroeft klinkt mij dat toch iets te geforceerd in de oren.Daarnaast sluit Ronnie Earl af met het formidabele “Pastorale”. Waarom is dat een minpunt? Op “Pastorale” laat Earl de bluesstramienen los en is hij meer genreoverstijgend bezig. Zo hoor ik hem het liefst. Het uitgangspunt is zijn bluesy gitaar maar de bluesmaten en geijkte akkoorden zijn verdwenen. Het is die vrijheid, die hartverscheurende schoonheid waarmee hij dan ontroert. Op de cd hadden wat mij betreft nog enkele van die tergend mooie composities mogen staan. Maar vergis je niet. Dit is een “must-have” blues cd waarbij je met een speelduur van bijna 79 minuten (12 tracks) ongelooflijk veel waar voor je geld krijgt. Als je binnenkort naar Ronnie Earl gaat luisteren en je afvraagt wat nu zo bijzonder aan hem is, luister dan eens hoe hij die ene noot aanslaat, hoe fraai hij die andere toon buigt en vooral wat hij durft weg te laten. Daaraan herken je de echte meester.