R-11188578-1520714364-3399.jpeg

Ruthie Foster

Let It Burn

Categorie:

door Ed Muitjens

24-02-2012

Kritisch luisteren. Ik neem me dat altijd voor als ik een review schrijf. Niet zomaar door de knieën gaan voor de eerste de beste schijf die in mijn cd-speler belandt. Nee, nee, kom op zeg, ik ga niet zomaar op mijn rug liggen… Maar door de knieën ben ik al een aantal maal moeten gaan bij cd’s van Ruthie Foster. Daarom nam ik me bij de nieuwe cd “Let it Burn” voor het gevecht aan te gaan met de dame in kwestie en me niet zomaar gewonnen te geven. “Let it Burn”: een cd met dertien nummers. Dertien nummers… dertien ronden… Ik ga de uitdaging aan en raap de (boks)handschoen met alle plezier op.De eerste drie ronden kom ik zonder al teveel problemen door. Ruthie Foster begint goed maar niet overweldigend en ik heb inmiddels 35 jaar intensieve luisterervaring achter de rug, waardoor ik meen toch over het nodige incasseringsvermogen te beschikken. Daarbij doet haar cover van “Set fire to the rain” nogal overbodig aan, maar dit lied is in de uitvoering van Adele ook moeilijk te evenaren.Met mijn, voor velen, herkenbare en immer misplaatste bravoure zoek ik na drie ronden de hoek van de ring op. Daarbij tracht ik, op mijn meest atletische wijze, nog een paar danspasjes a la Cassius Clay uit mijn toch iets te stramme benen te laten vloeien. Het is maar goed dat ik mijn houterigheid zelf niet kan zien…Ronde 4 begint: “You don’t miss your water”.Meteen bij eerste akkoorden herken ik Miles Davis' “All blues” en op het moment dat ik al luisterend denk dat dit wel erg goed is gedaan heb ik de eerste rechtse directe al te pakken. De schrijver van het nummer, William Bell, die het in 1961 op single uitbracht (Stax 116), stapt ook nog even in de ring en samen met Ruthie maakt hij er een fraaie jazz/soul versie van. Een hele bijzondere “You don’t miss your water/all blues” collaboratie zeg maar. In ronde 5 (“Everlasting light”) meen ik enigszins te kunnen recupereren van de vorige ronde. In het begin lukt dat ook maar aan het eind wordt het licht funky nummer dusdanig opgezweept dat ik het alsnog moeilijk krijg.Als ronde 6 begint zie ik dat Ruthie Foster vocale bijstand krijgt van The Blind Boys of Alabama. Ook al een groep waarvan mijn knieën niet sterker worden. “Lord remember me” wordt ingezet en door de pure schoonheid zakt mijn dekking. De geest van het diepe zuiden van de V.S. waart rond tijdens de samenzang van deze hemelse stemmen. De band valt met slepend slidegitaar spel en een schitterend klinkend Hammond orgel halverwege in. Ik krijg de nodige hoeken en uppercuts te verwerken. Nadat de bel voor het einde van de ring heeft geklonken merk ik dat er bloed sijpelt op het canvas. Ik heb geen bloedende lip of gescheurde wenkbrauw. Nee, het bloed sijpelt langzaam uit mijn hart. Een slecht teken…Bij de eerste tonen van ronde 7 weet ik het al…: een tergend mooie jankende lapsteel, de brushes die over de snare vegen, het basspel en wederom het o zo warm klinkende Hammondspel… Dit wordt een hele zware ronde. Daarbij etaleert Ruthie Foster haar soul in de mooiste versie van “Ring of Fire” die ik ooit heb gehoord (inderdaad, het nummer van June Carter dat overigens als eerste door Anita Carter op plaat is gezet). Het arsenaal aan slagen dat ik om mij spreekwoordelijke oren krijg is teveel van het goede. Al hangend in de touwen kijk ik vertwijfeld om me heen. De scheidsrechter ziet het ook en ik krijg “8 tellen rust”. Verdwaasd kom ik uiteindelijk de ronde door. Het bloed sijpelt niet meer uit mijn hart… Het is een opengereten wond geworden die snel verzorging nodig heeft.     Zwaar aangeslagen zit ik op mijn stoeltje en mijn verzorger, die in de eerste ronden nog vol vertrouwen de zweetdruppels van mijn voorhoofd depte, zit nu wild gebarend naast me en probeert me al schreeuwend op te peppen. “Bijna halverwege…” en “let op je dekking” hoor ik hem roepen. Hij probeert uit alle macht zijn ongerustheid te verbergen. Het lukt hem niet. Zijn ogen spreken boekdelen…De bel voor ronde 8 klinkt en ik stap weer de ring in. Onder de funky begeleiding van gitarist Dave Easley maar met name van die “klootzak” van een Ike Stubblefield met zijn fabelachtig, pulserend Hammondspel, jaagt Ruthie Foster me de ring door. Iedere centimeter van de ring probeer ik al achteruitdeinzend te bereiken op zoek naar verlichting en rust. Ik vind het niet… “Aim for the heart / don’t aim for the head” zingt ze. Ja, deze dame weet waar ze me moet raken…Op het rondebord zie ik een “9” staan met daarachter de titel “It Makes No Difference” staan: het Godvergeten schitterende nummer van Robbie Robertson uit 1975. Ondanks dat dat nummer voor mij zijn definitieve versie al heeft gekregen in de uitvoering van Lizz Wright (als hidden track op “The Orchard” – met achtergrondzang van de onvolprezen The Holmes Brothers) legt ook Ruthie Foster een bijzonder gloedvolle versie op de mat. Mijn weerstand breekt per ronder verder af en het einde is nog niet in zicht.Ronde 10 begint: “Long Time Gone”. Het nummer van David Crosby wordt met een ongelooflijke soepelheid gespeeld. Die souplesse en het voetenwerk dat in dit nummer worden tentoongespreid beheers ik gewoon niet. Ruthie Foster speelt alleen nog met me. Het gevecht is een kat-en muis spel geworden. Het is het gevoel van naar een wedstrijd te kijken tussen Ajax en het tweede elftal van de Spakenburgse Boys met een zestal geblesseerde basisspelers. DAT gevoel, weet je wel… In “Long Time Gone” zingen ook The Blind Boys of Alabama weer een potje mee en de heren laten aan het eind de emotiemeter zwaar in het rood slaan. Om je… ehhhh… je bokshandschoen bij af te likken zo mooi.Dan begint ronde 11: “Don’t want to know”. Een cover van de legendarische plaat “Solid Air” van John Martyn. Door deze keuze staat ze ook in deze ronde ook al meteen in punten voor. Haar versie van dit formidabele lied is in tempo iets trager dan het origineel en dat doet me in de ring bijna smelten. Ook nu weer wordt ze begeleid door die geweldige band waarbij ook nu weer voor organist Ike Stubblefield een belangrijke rol is weggelegd. Mokerslagen zijn het die ik te verduren krijg: de geweldige zang van Ruthie, de dubbele gitaarsolo in combinatie met het orgelspel, het wordt me teveel. Ik loop maar wat te duizelen in de ring en ieder moment verwacht ik dat de handdoek wordt geworpen. In een glimp zie ik even mijn verzorger staan. Ook hij staat verdwaasd te luisteren en van hem hoef ik even geen handdoek te verwachten…. Gelukkig heb ik mijn onpartijdige scheidsrechter nog die me voor de tweede keer mijn “8 seconden” gunt. Anders had ik het niet gered.Nog twee ronden, het zou een stimulans moeten zijn om nog even vol te houden maar ik zie er als een berg tegenop. Als ik nog ergens een greintje vertrouwen heb dan wordt dat misschien ingegeven door de dartele miss die het rondebord omhoog houdt: Ronde 12: “If I had a hammer”. Pete Seeger’s nummer is zo plat gespeeld dat daarin wellicht nog een kansje om te overleven ligt. Het blijkt een grote misrekening te zijn. Zoals “Ring of fire” wordt ook “If I had a hammer” helemaal omgeturnd tot iets heel eigens. De versie van Ruthie Foster is bluesy met lekker spel van saxofonist James Rivers en van bassist George Porter Jr die met zijn zware tonen de sfeer bepaald van dit nummer. De bel van het einde van ronde 12 heb ik niet meer gehoord maar het schijnt dat ik toch nog rechtop stond. Mijn verzorger veegt alleen nog mijn voorhoofd af. Hij zegt niets meer. Volledige berusting valt van zijn gezicht af te lezen. Ook hij beseft dat een mens maar tot een bepaalde hoogte kan incasseren.  Vlak voor het ingaan van de laatste ronde hef ik mijn gebogen hoofd op en zie dat de bandleden hun instrumenten neerleggen. Ik zie dat alleen Ruthie de ring instapt. Oh nee f**k… daar heb je die Blind Boys ook weer…Ik strompel naar het midden van de ring. De dame Foster en heren Blind Boys staan voor me en gaan me “A Capella” te lijf. Hierbij gaat Ruthie Foster vocaal erg diep. Schitterend… Het is een gospel over “The Titanic”. Met een samengebalde vuist raken ze me diep in het hart en doen me, zoals The Titanic voorheen, genadeloos kapseizen. Ik onarm bijna gelukzalig het canvas. Dat ik me gewonnen heb moeten geven is geen schande houd ik me maar voor. Daar is “Let it Burn” gewoon te goed voor. Sterker nog, het mag me dit jaar nog de nodige keren overkomen. Maar vooralsnog laat ik graag Ruthie Foster in de spotlights staan. “Let it Burn” verdient dat gewoon.


Websites