1000004011581976

Ry Cooder

Pull Up Some Dust And Sit Down

Categorie:

door Ed Muitjens

06-10-2011

“Hello old Timer! Are you broke and hungry? Stop and get some coffee & donuts. They are on us”. Op de achterzijde van de cd “Pull up some dust and sit down” staat een foto afgebeeld waarop op een krijtbord deze geschreven tekst staat vermeld. Naast het krijtbord staat een oude man afgebeeld die naar het bord wijst. Een man die zichtbaar niet is bedeeld met grote hoeveelheden geld, maar zijn deur en hart wagenwijd heeft opengezet voor mensen die het nog iets slechter hebben dan hij (er van uit gaande dat hij de eigenaar is…). Het is een prachtig voorbeeld van solidariteit in barre tijden. Opkomen voor kansarmen. Ry Cooder heeft deze foto niet zomaar gekozen. Hij kruipt in “Pull up some dust…” in de huid van een aantal uitzichtloze kansarmen of geeft ze een gezicht en maakt zich oprecht boos over het gebrek aan steun en solidariteit van de overheid en de financiële wereld in zijn algemeenheid. Hoewel, boos? Cooder is gewoon pissig en bloedlink. En als een geëngageerde muzikant als Cooder bloedlink is moet je opletten. Het kan leiden tot een zeer bijzondere plaat en dat is slechts een understatement want “Pull up some dust…” is een regelrechte parel te noemen. De cd telt veertien nummers en duurt een uur en dat voor mij vaak vier nummers en twintig minuten te lang. Echter niet bij deze schijf. Het is voor mij één van meest intrigerende platen van de afgelopen jaren.    Onvrede, solidariteit met de hulpbehoevenden en boosheid ten opzichte van de (rijke) gevestigde orde. De geest van Woody Guthrie is uit de fles en waart hier onmiskenbaar rond. Zijn aanwezigheid wasemt als het ware uit de spreekwoordelijke groeven. In het openingsnummer “No Banker Left Behind” bijvoorbeeld waarin Cooder, net zoals Guthrie voorheen deed, de als geldwolven opererende bankiers op de schop neemt. De “Jolly bankers” van weleer hebben nu het land op de rand van de afgrond gebracht en dat laat Cooder ze even fijntjes weten: “It’s a startling revelation they robbed the nation blind / They’re all down at the station no banker left behind.” De bankiers waren in de tijd van Guthrie vooral inhalige klootzakken die de toch al straatarme landbouwers hun boerderijen ontnamen na de zoveelste “Dust-bowl” of “Boll weevil” plaag. Nu is daar een ernstige mate aan incompetentie bij gekomen. We kennen allemaal de gevolgen… Misschien dat Cooder daarom in het walsje “El corrido de Jesse James” de voormalige outlaw zijn .44 teruggeeft om de financiële jongens één en ander betaald te zetten. Of om het met de woorden van Jesse James te zeggen: “I’ll cut you down to size my banking brothers / Put that bonus money back where it belongs…”.  Het nummer wordt opgesierd met fraai accordionspel van Flaco Jimenez en al zou iemand bij dit tweede nummer nog enige twijfel hebben over de onmetelijke schoonheid van dit album, dan openen de prachtige mooie Mexicaanse blazers in het midden en aan het eind van het lied onherroepelijk het hart van iedere luisteraar. Het zijn gewoonweg adembenemende momenten. Ry Cooder foto Het geluid op de cd is puur en rudimentair. Zo ruw en hard als het leven aan de onderkant van de maatschappelijke ladder kan zijn. In het onaards mooie “Dirty chateau” daarentegen zijn naast de mooie tweede stem van Juliette Commagere en het summiere piano- en (schitterende) gitaarspel, strijkers te horen die fraai contrasteren met de rest van het album. Cooder vertelt over de zoektocht van een aan lager wal geraakte man die zijn huishoudster zoekt die hem heeft verlaten. Bij de man, die in haar ogen “verloren” is, slaat de vertwijfeling toe. “Dirty chateau” is een prachtige vertelling waar de muziek, juist door de subtiele accenten, het lied die geweldige intensiteit meegeeft. Uiteraard (zou je bijna zeggen) kent het album ironische momenten. In “Humpty dumpty world”, dat een Nick Lowe-achtige luchtigheid over zich heeft, kijkt Onze Lieve Heer naar de puinhoop die de mensheid van “zijn creatie” heeft gemaakt. De heren politici krijgen hier alvast een tikkie uitgedeeld en ook onze hoogblonde Nederlandse gedoger mag de navolgende tekst in zijn arrogante neusje opsnuiven: “Rabble rousing politicians on the TV screen / Sowing the seeds of hate and fear / I’ve heard it said you sow and you shall reap / Don’t come crying to me when you fall…”   Op “Pull up some dust…” staat zelfs een heus kerstnummer, “Christmas time this year”. Het is qua melodie het meest vrolijke nummer van de cd. De tekst is echter uitermate confronterend in dit (eigenlijke) anti-oorlog nummer. Hoezo ironie? Met Flaco Jimenez aan diens zijde nodigt Cooder de luisteraar als het ware uit tot meezingen. Onder de noemer: “Even inhaken mensen en uit volle borst meezingen” zingt hij de volgende tekstpassages: “Now Johnny ain’t got no legs and Billy ain’t got no face / Do they know it’s Christmas time this year? / Tommy looks about the same but his mind is gone / Does he knows it’s Christmas time this year?” Cooder heeft in het nummer aan het einde voor George W. Bush nog een speciale persoonlijke kerstwens over waar ik me graag bij aansluit: “Thank you Mr. President for your kind words and deeds / There’s just one thing I’d like for you to hear / Take this war and shove it up your Crawford, Texas ass / And then you’ll know it’s Christmas time this year…”  Er staat zoveel moois op dit album, waarop ook nu weer Willie Green en Terry Evans van de partij zijn, dat het ondoenlijk is om ieder nummer te benoemen. De stijlen zijn divers: Americana, Tex-Mex, Blues en Gospel en alles wordt gespeeld met een onmiskenbare authenticiteit. Ik beschouw mij zeker niet als een Cooder-kenner, maar heb daarentegen veel naar John Lee Hooker geluisterd en Cooder’s imitatie in het amusante “John Lee Hooker for President” is verbluffend. Zijn “voetstomp”, zijn gitaarspel en zelfs zijn stem (let op dat vibrato) benaderen perfectie. Verder wil ik graag nog even het dronkemanslied “Dreamer”, waarin de eenzaamheid voelbaar is, genoemd hebben.  De cd sluit af met “No hard feelings”. Een nummer over de ongelijke strijd tussen overheid en de simpele, arme burger die door eerstgenoemde genadeloos wordt uitgebuit. “You pump out the water and sell it back to me…”. Zoals in het openingsnummer is aan het eind van de cd de associatie met Woody Guthrie snel gelegd.  Zong Woody nog “This land is your land, this land is my land”, Ry Cooder gebruikt een soortgelijke tekst van Guthrie’s lied, dat Amerikaans gemeengoed is: “This land should have been our land / You took it for your land…” Jullie begrijpen het wel. Dit is een plaat waarover ik niet snel raak uitgepraat. Dit is niet zomaar een bijzonder goede plaat, dit is veel meer. Dit is een statement. Een plaat die, als een mokerslag, keihard moet aankomen in het smoelwerk van incapabele, geldbeluste bankiers en smerige politici die vanuit de pluche keuzes maken over leven en dood en mensen, zonder dat ze met de ogen knipperen, dieper in de armoede drukken.  “This machine kills faciscts” stond op de gitaar van Guthrie geschreven. Wat er op de gitaar van Cooder staat vermeld weet ik niet, maar hij staat bovenop de barricade met zijn gitaar hoog boven zijn hoofd geheven. Zijn muziek en teksten zullen velen raken. Gelukkig maar…