71DE+l3wR1L._SS500_

Susan McKeown

Singing In The Dark

Categorie:

door Hans Jansen

16-01-2011

Middenin de week waarin Amerikanen extra aandacht schenken aan mensen met een psychiatrische aandoening brengt de Iers/Amerikaanse Susan McKeown haar nieuwe album Singing In The Dark uit.Singing In The Dark: een album handelend over psychiatrische aandoeningen in zijn vele verschijningsvormen.McKeown en haar familie zijn door de generaties heen bekend met manische depressies. Nederlanders behoren tot de meest welvarende en gelukkige burgers in Europa. Tegelijkertijd wordt er nergens zoveel psychofarmaca geslikt als juist in ons land. McKeown’s werk is de afgelopen jaren helaas langs mij heen gegaan. Ik lees dat zij vaker vergeleken wordt met bijvoorbeeld June Tabor. McKeown deelt inderdaad het kalme en tegelijkertijd krachtige in de vocalen met Tabor. Ik zou daar het overrompelende en het enorme bereik van Nina Simone aan toe willen voegen. Eén ding is meteen duidelijk: alles op Singing In The Dark staat ten dienste van McKeown’s huiveringwekkende stem. McKeown baseert zich met het door haarzelf geproduceerde Singing In The Dark op het werk van o.a. Theodore Roethke, Anne Sexton, John Dowland en Lord Byron. Waar nodig schreef zijzelf de muziek bij dit literaire werk. Opener, het wanhopige In A Dark Time ("the edge is what I have"), zet de toon waarbij een accordeon voor het eerste streepje licht zorgt. Dat zal vaker gebeuren op dit donkere en tegelijkertijd opbeurende album. Altijd op zoek naar het licht, de veerkracht van de menselijke geest.A Women Like That is gevat in een heerlijk rudimentaire productie; kale gitaar, bas en drums. Meer is niet nodig. “I have found the warm caves in the woods.” Het bos als verbannings- en toevluchtsoord tegelijkertijd. The Nameless One is een ideaal huwelijk tussen Ierse (uillean pipes) en Amerikaanse invloeden. De jazz-ballade The Crazy Women (Nina Simone zou hier raad mee hebben geweten) staat naast het verstilde en melancholieke In Darkness Let Me Dwell. De luisteraar wordt daarna het dreigende en verleidelijke Mad Sweeny ingezogen. “I need woods for consolation” zingt McKeown welhaast manisch. Troost vinden in het bos, hoevelen zoeken niet juist dát elk weekeinde aldaar? Natuurlijk kan de chroniqueur van de psyche en zijn beperkingen, Leonard Cohen, niet ontbreken. Cohen’s Anthem krijgt hier een uitvoering… balsem voor de getroubleerde ziel. En weer is daar het licht: “Ring the bells that still can ring, forget your perfect offering. There is a crack in everything, that’s how the light gets in.” Het piano-gedreven The Crack In The Stairs laat helende poëzie horen, waarna McKeown haar vocale grenzen verder aftast in Good Old World Blues. Angel Of Depression reikt vervolgens diep naar binnen, dit echoot nog lang door zowel hoofd als hart. Zelden hoorde ik zo’n fraaie en liefdevolle beschouwing als: “Oh yes I’m broken but my limp is the best part of me.” Richard Thompson kwam met God Loves A Drunk ooit dicht in de buurt. Lord Byron’s kalmerende afsluiter So We’ll Go No More A-Roving verschaft nog eenmaal licht in de duisternis. De maan schijnt helder. Geen duisternis is zo veelomvattend en diep zonder dat er ook ergens licht te bekennen is. Singing In The Dark.


Websites